De Dr. Nassaulaan 14. Deze woning werd op 27 april 1945 door burgemeester Johan Botenius Lohman gevorderd van de uit onderduik teruggekeerde Joodse ondernemer Mozes Salomon Boekbinder. Foto: Google Street View
Burgemeester Johan Bothenius Lohman (1887-1977) van Assen vorderde een woning van een Joodse onderduiker die terugkeerde na afloop van de Tweede Wereldoorlog. Dat blijkt uit onderzoek van het Drents Archief.
Het Drents Archief presenteerde dinsdagmiddag een rapport over de rol van de gemeente Assen bij de onteigening van Joodse eigendommen in en vlak na de Tweede Wereldoorlog. Uit dat onderzoek komt naar voren dat burgemeester Johan Bothenius Lohman vlak na de bevrijding een opmerkelijk geschil had met een Joodse ondernemer in Assen.
Woning gevorderd
Na de bevrijding keerde de Joodse ondernemer Mozes Salomon Boekbinder (1887-1949) terug uit de onderduik naar zijn woonplaats Assen. Hij wilde gaan wonen in zijn huis aan de Dr. Nassaulaan 14, maar dit werd hem volgens de onderzoekers van het Drents Archief belet. De eveneens teruggekeerde burgemeester Lohman, die door de Duitsers in de oorlog uit zijn ambt werd gezet, vorderde de woning om er zelf zijn intrek in te nemen.
Boekbinder was het daar niet mee eens, maar kon niet anders dan onder protest een huurovereenkomst tekenen met de looptijd van een jaar. Maar ook toen dit contract afliep weigerde Lohman de woning te verlaten. Het kwam aan op een rechtszaak, die door de burgemeester werd gewonnen.
De rechter vond het namelijk niet relevant dat de huurovereenkomst onder protest werd getekend. Bovendien zou Lohman bij uitzetting geen geschikte ambtswoning tot zijn beschikking hebben en Boekbinder zelf had nog twee andere huizen in Assen, waar hij wel terecht kon. Volgens de toen geldende wet genoot de burgemeester met die argumenten in het achterhoofd bescherming tegen ontruiming.
‘Smet op blazoen van de burgemeester’
„Een zeer schokkende ontdekking”, vindt Niek van der Oord, die namens de Stichting Behartiging Belangen Vroegere Joodse Gemeente Assen nauw betrokken was bij het onderzoek. „Dat burgemeester Lohman na de bevrijding een woning van een Joodse inwoner vorderde om er zelf in te gaan wonen, is een heel vreemde gang van zaken.”
Burgemeester Lohman trok pas in 1949 uit de woning, toen hij met pensioen ging. Hij werd ereburger van Assen. Boekbinder was toen al overleden, zijn woning ging over op zijn dochter. „Lohman is 29 jaar lang een geliefd burgemeester geweest. De gemeenteraad moet maar bepalen wat voor conclusies je aan dit onderzoek moet verbinden”, zegt Van der Oord. „Maar als je het mij vraagt, is dit wel een smet op zijn blazoen.”
Assen had geen aandeel in roof
Uit het onderzoek blijkt verder dat de gemeente Assen tijdens de Tweede Wereldoorlog geen aandeel had in de roof van Joods vastgoed en dat uiteindelijk al het Joodse vastgoed -in totaal 170 percelen- weer in handen is gekomen van de rechtmatige eigenaren of erfgenamen. Wel is de rechtszaak tussen burgemeester Lohman en Boekbinder tekenend voor de houding van de gemeente. Een houding die ook in vrijwel alle andere Nederlandse gemeenten bestond.
„Er was vanuit de overheid en de samenleving geen aandacht voor de maatschappelijk kwetsbare positie van Joodse inwoners die de concentratiekampen of de onderduik hadden overleefd”, zegt burgemeester Marco Out over het rapport. „Assen was daarin in landelijk perspectief niet uniek, maar dat maakt deze wetenschap niet minder schrijnend. Zij die terugkeerden kregen niet het begrip en de steun die zij verdienden.”
Out las „met stijgende verbazing” het hoofdstuk over zijn voorganger Lohman en Boekbinder. „Ik probeer altijd met empathie naar zaken te kijken en een burgervader te zijn voor iedereen. Die houding zie je niet terug in het gedrag van burgemeester Lohman in deze kwestie. Volgens de toen geldende wetten had hij misschien gelijk, maar hij nam wel een heel harde stelling in. Waarom hij dat deed is gissen. Soms bestaat het verleden uit puzzelstukjes die je niet kunt plaatsen en dat is hier ook het geval.”