Een ansichtkaart van de Sallandsestraat kort na de oorlog. In deze straat woonden relatief veel Joden. Foto: Drents Archief, fotocollectie Drents Museum
Gemeentebesturen in de huidige gemeente Coevorden waren tijdens de Tweede Wereldoorlog niet betrokken bij de verkoop van onteigende woningen van Joodse eigenaren. Dat staat in één van de gepubliceerde onderzoeken in de Nieuwe Drentse Volksalmanak 2022.
De vraag wat er met bezittingen van in de Tweede Wereldoorlog gedeporteerde Joden gebeurde, leeft op dit moment enorm. Het tv-programma Pointer kwam anderhalf jaar geleden met een groot onderzoek naar onteigend Joods vastgoed. Veel gemeenten bleken niet op de hoogte te zijn van de grootschalige huizenroof die in de oorlogsjaren plaatsvond. Die conclusie vormde voor historici en gemeentebesturen in heel Nederland aanleiding om zelf ook op onderzoek uit te gaan.
Notaris Hendrik van Veen
Maarten Duijvendak weet dat als geen ander. De emeritus hoogleraar sociale, economische en regionale geschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen deed zelf onderzoek naar de situatie in Groningen, in opdracht van de gemeente. Toen hij daarmee klaar was, zocht hij een nieuwe uitdaging.
„Ik was net met pensioen en in Noordoost-Nederland was Coevorden enigszins vergelijkbaar met Groningen, als je kijkt naar het aandeel Joodse inwoners. Ik was nieuwsgierig naar wat in deze stad met hun eigendommen is gebeurd tijdens de oorlogsjaren. Daarover was nog niet alles duidelijk.”
De resultaten van Duijvendaks zoektocht zijn verwerkt tot een artikel in de Nieuwe Drentse Volksalmanak 2022. Wat blijkt? De gemeentebesturen in de huidige gemeente Coevorden speelden slechts een kleine rol bij de verkooptransacties. Veel groter was de rol voor de in Coevorden werkzame notaris Hendrik van Veen (1884-1961). Zijn administratie vormt een belangrijke pijler in het onderzoek van Duijvendak.
De Joodse gemeenschap van Coevorden
Coevorden kende in het begin van de twintigste eeuw een relatief grote en bloeiende Joodse gemeenschap: in 1930 was zo’n 5 procent van de bevolking Joods, terwijl dat percentage voor heel Drenthe onder de 1 procent lag. Joden waren lid van het stadsbestuur en veel van hen werkten in de handel. Joodse winkels vormden een kwart van de lokale middenstand. Ook in de toenmalige gemeenten Sleen, Oosterhesselen, Zweeloo en Dalen was relatief veel vastgoed en landbouwgrond in handen van Joodse eigenaren.
De Kerkstraat met geheel links de woning van de rabbijn en daarnaast de synagoge op een ansichtkaart uit circa 1920-1930. Foto: Drents Archief, fotocollectie Drents Museum
Notaris Van Veen kreeg na de oorlog het verzoek van de autoriteiten om een lijst te sturen van tijdens de Duitse bezetting bij hem gepasseerde koopaktes van Joodse eigendommen. Uit dat overzicht, aangevuld met gemeentelijke administratie (waaronder Duitse Verkaufsbücher) blijkt dat in de omgeving Coevorden 81 verkooptransacties plaatsvonden van Joodse woningen, winkels of stukken grond.
Gedwongen verkoop
De meeste van de Joodse panden in Coevorden werden in 1943 verkocht, op het moment dat de eigenaren inmiddels waren gedeporteerd en vaak ook al vermoord. Dat gold bijvoorbeeld voor de weduwe Estella Meiboom-Hompes. Zij woonde met een van haar dochters aan de Van Heutszsingel en bezat zowel panden als grond in en rond Coevorden. In het kadaster werd zij in de jaren dertig dan ook omschreven als ‘rentenierster’.
Steden onderzoeken rol bij vervreemding
De afgelopen jaren hebben steden als Amsterdam, Den Haag en Utrecht het eigen handelen bij het afpakken van eigendommen van Joodse inwoners tijdens de Duitse bezetting al laten onderzoeken. In sommige gevallen heeft dit geleid tot compensatie. Ook in onder andere Groningen, Assen, Meppel, Steenwijkerland, Oldambt, Veendam, Westerkwartier en Midden-Groningen loopt soortgelijk onderzoek.
,,Via notaris Van Veen werden in juni 1942 zeventien verkoopaktes opgesteld van haar agrarische bezittingen”, weet Duijvendak. ,,Een jaar eerder was de Duitse bezetter overgegaan tot het verwijderen van Joden uit het agrarisch bedrijfsleven en niet veel later volgde ook een vordering die stelde dat Joodse winkels en woonhuizen geregistreerd moesten worden. Allemaal met als doel deze te onteigenen en te verkopen.”
Bij de gedwongen zitting tekende dochter Mietje Meiboom de akten namens haar moeder. Niet veel later, tijdens de razzia van 2 op 3 oktober 1942, werden zij en haar moeder net als de meeste Joodse inwoners van Coevorden opgepakt. Via Kamp Westerbork werden ze gedeporteerd naar Auschwitz. Daar werden ze op 15 oktober vermoord.
De stolpersteine van Estella en Mietje Meiboom, voor hun voormalige woning aan de Van Heutszsingel in Coevorden. In Sappemeer worden vrijdag 20 stolpersteine onthuld. Foto: Herman Woltersom
,,De overgebleven bezittingen van de weduwe werden in maart 1943 verkocht”, zegt Duijvendak. ,,Het ging om onder meer winkels en woningen in Coevorden en land en arbeiderswoningen in Steenwijksmoer. Het gemeentebestuur had voor de verkoop nog vergeefs geprobeerd om de panden te verhuren, vanwege de woningnood.”
Fictieve data
Opvallend aan de aktes in de Duitse Verkaufsbücher is dat die een kolom bevatten waarin de datum werd genoteerd waarop de eigenaar op de hoogte werd gesteld van de verkoop van diens bezit. ,,Die datum is fictie, want de meeste mensen waren net als de weduwe Meiboom op dat moment al vermoord. Dat typeert het cynisme dat deze documenten uitstralen.”
Vanaf begin 1943 riep de Nederlandse regering in Londen via Radio Oranje op om geen onroerend goed te kopen dat van een Joodse eigenaar was geweest, omdat voor iedereen duidelijk was dat de bezetter Joods onroerend goed te gelde probeerde te maken. Na de oorlog zouden deze transacties ongedaan worden gemaakt, zo waarschuwden de sprekers op de radio.
Een pagina uit een door notaris Hendrik van Veen opgestelde lijst van verkocht Joods vastgoed. Bron: Groninger Archieven, toegang 2712, inv. 4548
In Coevorden en omgeving leek hier gehoor aan te worden gegeven: in 1944 en 1945 werd bijna geen Joods vastgoed meer verkocht. Slechts een enkeling, meestal iemand met nationaalsocialistische sympathieën, kocht nog panden. Onder andere de synagoge, de Joodse school en de leraarswoning bleven onverkocht. Wel werden deze gebruikt en verhuurd. De inkomsten verdwenen in de zakken van de bezetter.
Nauwelijks grote opkopers
Een verschil tussen Coevorden en een stad als Groningen is dat in Coevorden nauwelijks grote opkopers waren van Joods vastgoed. In Groningen woonde een aantal NSB’ers die soms wel veertien panden in één keer opkochten. In Coevorden en omgeving gaat de grote meerderheid van het verkochte Joodse vastgoed naar individuele woningzoekenden. ,,Van de meeste kopers bestaan verder geen aantekeningen en kun je niet terugvinden of zij wel of niet pro-Duits waren,” zegt Duijvendak.
De voormalige notariswoning van notaris Hendrik van Veen in Coevorden in 1962. Foto: De Boer, fotocollectie Gemeente Archief Coevorden
Na de oorlog startte overal het proces van rechtsherstel, meestal op initiatief van nabestaanden. ,,Tijdens die processen ging men er vanuit dat de situatie van voor de gedwongen verkoop hersteld zou worden. In sommige gevallen waren er verbouwingen geweest en dat kon een complexe zaak opleveren. Bovendien had de oorlogskoper volgens de wetgever ook een belang. Zij werden in de meeste gevallen niet als misdadigers beschouwd, maar eerder als opportunisten.”
De bezittingen van Estella Meiboom-Hompes kwamen in de jaren 1947-1951 weer op naam van haar zoon en dochter, die de oorlog overleefden. Volgens Duijvendak is dat exemplarisch voor de gang van zaken in Coevorden.
Rechtsherstel
,,In Coevorden vond in vrijwel alle gevallen rechtsherstel plaats, hoewel dat vaak een traag proces was. Ook verrassend is dat de gemeenten Coevorden, Sleen, Oosterhesselen, Zweeloo en Dalen geen Joods vastgoed opkochten, ondanks het relatief grote aanbod in dit gebied. De voorlopige conclusie van Pointer, anderhalf jaar geleden, was dat heel veel gemeenten dit wel deden. Langzaamaan komen we erachter dat dit niet zo was en dat een meerderheid heeft gehandeld zoals Coevorden.”
De Nieuwe Drentse Volksalmanak van uitgeverij Koninklijke van Gorcum is vanaf maandag 12 december te koop in de Drentse boekhandels.
Hoe verging het notaris Van Veen?
Notaris Hendrik van Veen (1884-1961) speelde een grote rol bij het passeren van verkoopakten van Joodse eigendommen in de omgeving van Coevorden. Na de oorlog vormde zijn administratie aanleiding voor de zuiveringscommissie om een onderzoek in te stellen naar zijn handelwijze gedurende de oorlog.
Van Veen stuurde een brief naar de commissie met daarin verontschuldigingen voor het hoge aantal transacties. Hij noemde daarbij de grote hoeveelheid Joods onroerend goed in zijn omgeving als de oorzaak. Ook schreef hij dat hij voortdurend probeerde te traineren en dat de Gestapo hem daarom had bedreigd wegens hulp aan Joden. Hij vond bovendien dat hij simpelweg niet kon weigeren op grond van de notariswet.
In juni 1947 stond Van Veen voor het tribunaal in Assen. Conclusie? Van Veen handelde niet anders dan de meeste van zijn collega’s. ‘De notaris heeft wellicht fouten gemaakt, doch ‘fout’ is hij niet geweest’, staat in het verslag.
,,Van Veen liet als notaris vele koopakten van Joodse panden passeren, maar hij werkte net zo hartgrondig mee aan rechtsherstel”, zegt professor Maarten Duijvendak. ,,Misschien nog wel grondiger zelfs. Getuigen keken op verschillende manieren naar zijn handelen, maar de uitspraak van het tribunaal is helder: die spreekt hem vrij.”