Alie Noorlag nam mede het initiatief voor het leggen van de Stolpersteine voor huizen in Stadskanaal waar Joden woonden. Foto: Huisman Media
Alie Noorlag onderzoekt in haar eentje hoe in Stadskanaal met Joodse bezittingen werd omgesprongen. Maar ze deelt haar ervaringen ook met collega-vorsers.
Die komen niet alleen uit de provincie Groningen maar ook uit andere delen van het land. ,,We zoeken elkaar met enige regelmaat op, binnenkort in Amersfoort’’, vertelt Noorlag. ,,Zo’n 20, 30 mensen zijn daar dan aanwezig. Historici en andere deskundigen.’’
Stolperstenen
Noorlag (72), woonachtig in Vlagtwedde, is zo’n deskundige waar het om de geschiedenis van de Joden in Stadskanaal. Ze stond mede aan de wieg van het Joods Monument in die gemeente en was nauw betrokken bij het leggen van Stolperstenen voor huizen waar weggevoerde Joden woonden.
Het was dan ook logisch dat de gemeentebestuurders haar geruime tijd geleden vroegen uit te zoeken hoe in Stadskanaal in de Tweede Wereldoorlog en de periode erna is omgegaan met woningen van Joden en andere bezittingen. Gingen die panden op een rechtmatige wijze over in andere handen? Ging de gemeente goed om met eventuele erfgenamen? Dat waren en zijn vragen die Noorlag moet proberen te beantwoorden.
Pointer
Aanleiding voor de opdracht was het feit dat het journalistieke programma Pointer doet naar al dan niet geroofd Joods vastgoed in en na oorlogstijd. Het benaderde daarvoor gemeenten. Maar omdat die niet altijd weten wat er precies is gebeurde, schakelden ze deskundigen in.
,,De gemeente Groningen bijvoorbeeld, zette meer mensen aan het werk. Daar ligt inmiddels een rapport’’, aldus Noorlag. ,,Ik moet het alleen doen en heb meer tijd nodig. Ik weet dat ik me moet richten op 30 tot 40 woningen, sommige ook met landerijen, die ooit van Joodse inwoners waren. Ik heb al allerlei archieven bestudeerd, speur momenteel ook in die van de gemeente. Het is soms eenzaam werk maar ik kan ervaringen dus delen met mijn collega’s.’’
Tilburg en Rijswijk
Via Pointer kwam ze erachter dat die andere vorsers zo’n ‘club’ hadden gevormd. ,,Ik heb me er graag bij aangesloten. Ze komen uit Tilburg, Rijswijk en allerlei andere plaatsen. Sommigen zijn al vergevorderd met hun onderzoek, anderen minder ver. De onderzoeker uit Veendam doet ook mee en ook nog steeds enkele uit Groningen, hoewel het onderzoek daar klaar is. We hebben digitale bijeenkomsten maar ook ‘fysieke’, binnenkort dus weer.’’
Ze heeft al veel opgestoken tijdens die bijeenkomsten. ,,Bepaalde goede manieren om in bepaalde archieven te komen. Of de beste manier om informatie over het bezit van landbouwgronden te krijgen. Zelf vertel ik aan anderen over archieven waarin ik goed de weg ken. Zo inspireren we elkaar ook en dat is mooi en belangrijk.’’
Hoe in Stadskanaal is omgesprongen met bezittingen van Joden, kan Noorlag nog niet zeggen. ,,Volgend jaar hoop ik mijn rapport te presenteren. Tot dan zal ik nog uren zoet zijn in archieven en nog veel praten ook met mijn collega-vorsers.’’