De eerste flexwoningen krijgen een plekje aan de Groene Dijk in Assen. Foto: Marcel Jurian de Jong
De bouw van 150 flexwoningen op bedrijventerrein Groene Dijk in Assen kan gewoon doorgaan. Volgens de bezwarencommissie van de gemeente heeft het college ‘op goede gronden’ besloten de omgevingsvergunning te verlenen.
Een groep van zeven ondernemers maakte bezwaar tegen de bouw van de woningen. Allen hebben zij in de afgelopen jaren een bedrijfspand gebouwd op de Groene Dijk, enkelen met woonhuis. De groep ziet de komst van de flexwoningen al lange tijd niet zitten.
Spoedzoekers
De sociale huurwoningen zijn bedoeld voor spoedzoekers die er op de reguliere woningmarkt niet tussenkomen. Inmiddels zijn 96 woningen in aanbouw. Later volgen nog maximaal 54.
Maar volgens de bezwaarmakers zijn dat er te veel. De ondernemers vrezen onder meer voor overlast van toekomstige bewoners. Ook zou de bedrijvigheid op het terrein afnemen en zou niet zijn voldaan aan de wettelijke eisen voor de bouw. Bovendien hadden de woningen verdeeld moeten worden over de Groene Dijk en de naburige woonwijk Kloosterakker, vinden de ondernemers.
‘Verkoop kavels blijft achter’
De bezwarencommissie stelt nu dat geen van de aangevoerde bezwaren gegrond zijn. De commissie wijst erop dat er nog steeds ruimte is voor nieuwe bedrijven op de Groene Dijk, hoewel minder dan oorspronkelijk gepland.
De verkoop van de kavels blijft volgens de gemeente achter. Het college van burgemeester en wethouders heeft dit volgens de commissie mogen meewegen in het besluit tot bouwen op de Groene Dijk. Ook weegt de commissie mee dat de ondernemers financieel zijn gecompenseerd door de gemeente omdat de hun grond minder waard is geworden.
‘Geen goed plan’
„Wij vinden het jammer dat de commissie tot deze conclusie is gekomen”, zegt Ruth van der Wee, een van de ondernemers. „Blijkbaar heeft de gemeente het plan binnen de wettelijke kaders uitgevoerd. Dat betekent nog niet dat wij het een goed plan vinden.”
De groep gaat het advies de komende dagen bestuderen. „We gaan kijken welke vervolgstappen we kunnen nemen”, zegt Van der Wee.