Leon Moorman vaart zijn eigen koers. Dat betekent ook dat er weinig vangnetten zijn. „Het is wel alles of niets.” Foto: Liz Olyslager
Met zijn album ‘Linkse Hobby’ en de theatertour ‘Knooin’ zoekt Leon Moorman (36), opgegroeid in Barger-Compascuum en woonachtig in Zwolle, opnieuw het podium. Over het Drentse dialect, doorzetten en twijfel: „Het is een constante strijd in m’n hoofd: is het de moeite waard?”
Na maanden waarin hij nauwelijks voor publiek stond, merkte Leon Moorman eind januari in Raalte wat optreden met hem doet. Het was een avond met meerdere artiesten; hij speelde een halve show. „Dat was de eerste keer in lange tijd. En meteen werd ik mentaal weer de andere kant op geslagen: wacht even, dit kán ik gewoon.”
Een belangrijke bevestiging. Want hoe overtuigd hij soms ook kan zijn van zijn eigen kunnen, de twijfel ligt altijd op de loer. „Het is een constante strijd in m’n hoofd: is het de moeite waard? Het is niet zo dat ik elke dag twijfel, maar er zijn wel fases.”
Moorman (36), geboren in Barger-Compascuum en woonachtig in Zwolle, heeft met Linkse Hobby zijn tweede dialectalbum afgeleverd. Tegelijkertijd trekt hij langs de theaters met Knooin, de titel van zijn eerste album uit 2021. Dat debuut verscheen kort nadat hij het Drèents Liedtiesfestival had gewonnen.
‘Koning van de D-pop’
In deze krant noemde hij zichzelf toen met een knipoog de ‘koning van de D-pop’. Waarbij de D staat voor Drentstalig. Of Dialect – dit geheel naar eigen keuze. Feit is dat Moorman puike popliedjes schrijft die zich niet laten wegzetten als boerenrock en evenmin in het hokje americana passen.
Zijn eigen luisterlijst is dan ook breed. „Ik was vroeger een groot fan van Queen, en dan met name van Freddie Mercury. Maar ook de Eagles vind ik te gek.” Daarnaast noemt hij onder anderen John Mayer, Fleet Foxes en Kacey Musgraves. „Ik heb gewoon een heel brede muzieksmaak.”
De titel Knooin is voor Moorman meer dan een verwijzing naar zijn eerste plaat. Het woord is in de loop der jaren een levensmotto geworden. Officieel betekent het zoiets als ‘prutsen’ of ‘langzaam werken’. Hij kiest bewust voor een andere invulling. „Ik zie er vooral de positieve betekenis van persoonlijke groei in. Knooin betekent voor mij experimenteren, ontwikkelen. Hoe oud je ook bent: je bent nooit uitgeleerd.”
Die gedachte van vallen en opstaan vormt de kern van zijn theatervoorstelling. De show bestaat uit twee sets van drie kwartier, met in totaal zo’n twintig liedjes. Tussen de nummers door vertelt hij persoonlijke verhalen, onder meer over het leven als plattelander in de stad. „Ik wil mezelf echt openstellen voor het publiek. Binnen twee, drie liedjes probeer ik al iets van contact te maken.”
Theater is voor hem de meest comfortabele plek, omdat hij daar muziek, verhalen en humor kan combineren. Festivals zijn een andere discipline – overigens ook een die hij graag omarmt met zijn vaste band. „Voor komende zomer hebben we al verschillende boekingen staan.”
Titel met een lading
Het nieuwe album draagt een titel die in het publieke debat een duidelijke lading heeft. Linkse Hobby wordt vaak gebruikt om (de makers van) kunst en cultuur weg te zetten. In het titelnummer zingt Moorman over optredens ‘veur joen promotie’ met ‘gien budget, maor bier genog’ en trekt hij in het aanstekelijke refrein de pijnlijke conclusie: ‘ha’k nou maar gewoon een vak leerd’.
Het raakt aan zijn dagelijkse praktijk als muzikant. Hij merkt hoe cultuur nog altijd wordt gezien als iets vrijblijvends. Zelfs als dirigent van vier popkoren – goed voor evenzoveel repetitieavonden per week – krijgt hij nog geregeld de vraag wat hij daarnaast nog ‘echt’ doet.
„Je krijgt die vragen met de beste bedoelingen”, zegt hij. „Maar het is een gecreëerd beeld dat muziek geen serieuze baan zou zijn.” Dat beeld gaat volgens hem verder dan hier en daar een losse opmerking. Denk aan een zaaleigenaar die probeert af te dingen op de gage. „Dan denk ik: wil je me boeken of wil je me beledigen?”
Leon Moorman merkt hoe cultuur nog altijd wordt gezien als iets vrijblijvends. Zelfs als dirigent van vier popkoren – goed voor evenzoveel repetitieavonden per week – krijgt hij nog geregeld de vraag wat hij daarnaast nog ‘echt’ doet. Foto: Liz Olyslager
Dat raakt hem, omdat hij veel tijd, geld en energie in zijn carrière steekt. Moorman heeft geen management, geen boekingskantoor en geen groot platenlabel met bruikbare contacten. Hij werkt samen met co-schrijvers Jord Brinkhuis en Karel Schepers, die ook de productie op zich neemt. Verder regelt hij alles zelf. „Als ik er niet aan trek, dan gebeurt er ook niks.”
Dat betekent: zelf investeren, zelf onderhandelen, zelf kansen creëren. „Vroeger was het zo dat er geld bij een platenmaatschappij zat. Nu moet je het zelf al heel erg draaiende hebben voordat ze misschien willen inspringen.”
Die werkelijkheid sijpelt soms door in zijn denken. „Als ik een halfjaar weinig speel, dan denk ik echt: zal het wel goed gaan vanavond?” Maar zodra het weer klopt, zoals in Raalte, keert het vertrouwen terug. „Dan denk ik: ik wist allang dat ik d’r goed in was. Alleen dat vergeet ik dus steeds. Ik heb daar een liedje over geschreven voor de nieuwe plaat.”
Drents als keuze
Moorman zong niet altijd in het Drents. Tijdens X Factor in 2010 en in de 4 jaar als frontman van de folkband Scrum was Engels de voertaal. De omslag kwam in 2018, toen hij Naor huus op papier zette. „Toen ontdekte ik dat het schrijven in het Drents mij opvallend makkelijk afging. Het is voor mij de taal van thuis, ik ben ermee opgevoed. In het Drents kan ik het meeste van mezelf kwijt.”
Moorman won het Drèents Liedtiesfestival in 2019 en vertegenwoordigde de provincie op Suns Europe, een festival voor streektaalmuziek in Italië. „Dat is echt een kickstart geweest”, zei hij daar eerder over.
Met zijn dialectkeuze nam hij bewust afstand van de veilige route. Maar uit nieuwsgierigheid nam hij recent toch enkele Nederlandstalige versies op van zijn nummers. „Op Spotify, een noodzakelijk kwaad, zie je dat je met een Nederlandse versie toch gemakkelijker in de afspeellijsten terechtkomt.”
Het verschil zit volgens hem minder in de muziek dan in de categorisering. „Het is precies hetzelfde liedje, het is alleen een iets andere taal.” Toch blijft dialect voor hem voorlopig het uitgangspunt. „Ik treed op als Leon Moorman, niet onder een alias. Dus dan moet ik ook laten zien wie Leon Moorman is en waar hij voor staat.”
Wedstrijden op tv
In het verleden deed hij meerdere keren mee aan talenten- en songfestivals. „Muziek is geen wedstrijd”, zegt hij nu, „maar zulke podia bieden wel zichtbaarheid.” De vraag of hij nog eens aan een groot tv-programma zal meedoen, wordt hem dan ook geregeld gesteld. In Linkse Hobby werpt hij die vraag zelf ook op.
Zijn antwoord is terughoudend. „Als ik heel eerlijk ben, ik voel de intrinsieke motivatie niet om aan zoiets mee te doen. Ik sta nu op het punt dat ik mijn eigen werk wil laten horen en niet hoef te passen in een vastgesteld format.”
Die eigen koers betekent ook dat er weinig vangnetten zijn. „Het is wel alles of niets”, beaamt hij. „Ik denk weleens: wat zou ik dan anders kunnen? Soms borrelt er iets op en dan denk ik 10 minuten later: nee, toch maar niet.”
Dus knooit hij lekker verder. „De schrijfsessies met Karel en Jord leveren altijd iets op. Vaak beginnen we met lange gesprekken. En aan het einde van zo’n dag ligt er dan een mp3’tje waarvan ik denk: dit zou best eens iets kunnen worden.”
Optredens en album
De cd Linkse Hobby is te bestellen via leonmoorman.com. Daar is ook zijn complete speellijst te vinden. Optredens in het Noorden: 7/3 DNK, Assen; 11/4 Atlas, Emmen; 12/4 Meenthe, Steenwijk (aangevuld met circa 120 leden van de vier popkoren die hij dirigeert).