Joost Oomen laat zich door Willem Goedhart (rechts) bevragen over zijn band met de Rijksuniversiteit Groningen. Foto: Mediahuis
Joost Oomen doet en kan bijna alles. Deze week is hij begonnen als gastschrijver aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Zoals gebruikelijk ging dat gepaard met een inleidend gesprek waarin werd terug- en vooruitgeblikt. Onder leiding van Willem Goedhart, van wie deze week de essaybundel De verveling voorbij. De kunst van het pleziermaken verschijnt, ging het daarbij maandagavond onder meer over de vrolijkheid, het optimisme en het enthousiasme die zo’n belangrijke rol spelen in het werk van Oomen.
Maar eerst ging het over de tijd dat hij vanuit Ysbrechthum naar Groningen trok om Nederlands te studeren. In de praktijk bleek dat niet helemaal aan te sluiten bij zijn jongensdroom. Oomen had zich een leven als Lucebert voorgesteld, Keizer der Vijftigers. Hij wilde zich vooral dichterlijk gedragen en stond liever met eigen teksten op een podium in een kroeg of club dan dat hij zich in de bibliotheek verdiepte in oude teksten van anderen.
Titels verzamelen deed hij al vroeg – huisdichter van de Rijksuniversiteit Groningen (2010/2011), stadsdichter van Groningen (2013/2015). Het meeste plezier werd beleefd aan het organiseren van evenementen, zoals het centrum van de stad volkalken met stoepkrijtpoëzie, en wilde avonden in een zzp-hub onder de naam Kantoorpoëzie, waarmee hij toen in heel Nederland naam maakte.
‘Dit gaat helemaal niet goed’
„Ik zeg heel vaak ‘toen’. Dit gaat helemaal niet goed”, sprak Oomen plotseling met een karakteristieke stemverheffing waarin dit keer schrik over zijn rijke verleden verborgen zat. Volgende week wordt hij 35 jaar. „Er is nazorg beschikbaar in café De Wolthoorn”, stelde Goedhart hem gerust, tot grote hilariteit in een afgeladen aula van het Academiegebouw.
Het schrijven van poëzie is inmiddels op de achtergrond geraakt. „Omdat het steeds weer neerkomt op het uitvinden van het wiel, op het uitvinden van wat een gedicht wil, niet wat ik wil.” Proza schrijven – zoals voor de roman Het Perenlied, het vrolijke onderwaterreisverslag Visjes en de euthanasieroman Het paradijs van slapen – gaat vlotter, omdat de vorm vaak vooraf al duidelijk is.
Dan zijn er nog de columns (twee keer per week: één voor Radio 1, één voor Dagblad van het Noorden), het Instagramkanaal @poëzieiseendaad, het vaderschap, de lezingen (zaterdag de Fedde Schurerlêzing in Leeuwarden) en een voortdurende reeks optredens door heel het land met De Poezieboys en vele anderen (volgende week meerdere dagen tijdens Explore the North in Leeuwarden).
Anders gebracht dan gedacht
Inmiddels staat hij ook in het theater, soms in zaaltjes waar door het publiek cabaret wordt verwacht, maar iets anders wordt gebracht. En er is een plan voor een nieuw programma met de band Kruidkoek, waarbij poëzie wordt voorgedragen voor een staand publiek – en wel zo dat het niet uitmaakt als toeschouwers een gedicht niet in zijn geheel meekrijgen.
Het gastschrijverschap is in de jaren tachtig ingesteld om kritisch schrijven en kritisch denken te stimuleren. Bij Oomen, die steeds meer op Karel Appel in zijn gouden tijd begint te lijken, zal het gaan over de vraag waar literatuur vandaan komt, over inspiratie. „Simon Vestdijk zette een stofzuiger aan om te kunnen schrijven; voor mij is ritme heel belangrijk. Op mijn 15de was ik drummer in een jazzbandje – daar komt ook mijn liefde voor de Vijftigers vandaan. Daarmee is het begonnen.”
Openbare lezing
Als gastschrijver verzorgt Joost Oomen naast een reeks werkcolleges voor studenten ook een openbare lezing. Deze vindt plaats op 8 december en is getiteld ‘Het feest van de onnozele kinderen’. Aanvang: 20.00 uur. Entree: 4 euro. Zie ook sggroningen.nl