‘Münter mit Fahrrad auf einem Feldweg bei Krachenhausen, nahe Kallmünz’, door Wassily Kandinsky (1903). Foto: Lenbachhaus, München
Wassily Kandinsky wordt beschouwd als de wegbereider van de abstracte kunst. Een eenzijdige visie, ook op de mooie expositie ‘Kandinsky’ in het Amsterdamse museum H’Art.
De Duitse kunstenaar Gabriele Münter loopt in de zomer van 1903 met haar fiets over een veldweggetje bij Krachenhausen. Haar geliefde en collega Wassily Kandinsky, die gebruikmaakt van haar Kodak-box, volgt haar met zijn fiets.
Münter en Kandinsky maakten geen gezellig dagtripjes, ze waren aan het werk, tekenend, schilderend en fotograferend. Zij en hij hadden elkaar in 1902 in München ontmoet, hij als docent, zij als leerlinge op de Phalanx School. Halsoverkop verliefd waren ze.
Vanaf 1914 gingen ze hun eigen weg, maar toen hadden ze gezamenlijk allang een nieuwe beeldtaal uitgevonden
Nieuwe beeldtaal aan de basis van de abstracte kunst
Die nieuwe beeldtaal domineert de expositie Kandinsky in het Amsterdamse H’Art Museum. Maar Gabriele Münter is in geen velden of wegen te zien. Haar aandeel is zorgvuldig weggehouden. Terwijl Der Blaue Reiter in München toch een gezamenlijk project was van Münter en Kandinsky, samen met Aleksej von Jawlensky en Marianne von Werefkin.
Alle vier stonden aan het begin van de abstracte kunst. Maar terwijl Kandinsky van de wanden straalt, hoe kan Münter dan en passant alleen als naam op een enkel tekstbord vermeld worden? Ze wordt dus wel genoemd, maar haar afwezigheid wordt verder nergens verklaard.
De expositie is namelijk een selectie uit de Kandinsky-verzameling van het Centre Pompidou in Parijs, die tijdelijk aan Amsterdam is uitgeleend. Ooit werd die collectie aan het Parijse museum geschonken door Nina Kandinsky, de weduwe van Wassily, die er alles aan had gedaan om de naam Gabriele Münter uit de bannen, ook na Kandinsky’s dood. Zo wordt Kandinsky opnieuw als het unieke, mannelijke genie gepresenteerd.
Kleur is overal, zelfs op de vloer van de grote zaal
Een slechte tentoonstelling, dus? Nee, want Kandinsky is kleur en abstractie en dat is wat we ook te zien krijgen. Kleur is overal, zelfs aangebracht op de vloer van de grote zaal. Het triggert ons oog, het maakt vrolijk en opgewonden. Het is een stem die tot je spreekt, muziek die tot je klinkt.
Door de vorm te minimaliseren, weg te laten of te vervangen door tekens, spat de kleur, bevrijd uit de gevangenis van onderwerp en voorstelling, van de wanden. Voor Kandinsky stond vast dat kleur synoniem was aan muziek.
En kijk: daar komt Gabriele Münter toch nog even aan bod. Op een enkele foto van hun fietsreizen door Duitsland, Italië, Tunesië en steden als Parijs, maar ook Amsterdam en zelfs het vissersdorp Volendam.
Er zijn pagina’s van Kandinskys schetsboeken te zien met potloodschetsjes van vissershuisjes en molens. Ze droegen toen flaphoeden tegen de zon, waren beladen met rugzakken, opvouwbare ezels, kleine doeken en een schilderkist.
Gedreven door een onstilbare honger legden ze alles wat ze tegenkwamen vast met potlood, in olieverf, in schetsboekjes en met de camera. Het is alles van een levenslust die je in hun spontane olieverfschetsen terugziet. Nu weten we ook waarom die zo klein van formaat zijn. Ze moesten in de rugzak passen.