In Fries gezinshuis werden dit type vuurwapens en munitie aangetroffen in onder meer keuken- en badkamerkastjes. Samenstelling: Mediahuis
Drie kinderen bleven de afgelopen maanden bij hulpverleners in een Fries gezinshuis wonen waar vuurwapens en munitie zijn gevonden. Terwijl de gezinshuisvader vastzat op verdenking van terrorisme, probeerden instanties in alle stilte een nieuwe plek voor hen te vinden.
Het is nog vroeg woensdagochtend 11 juni 2025 als een aantal gemaskerde mannen zich verzamelt op een landweggetje bij een boerderijwoning in Friesland. Ze dragen bivakmutsen, kogelwerende vesten en hebben hun wapens in de aanslag. De Dienst Speciale Interventies (DSI) staat klaar om binnen te vallen. DSI is een anti-terreureenheid, die wordt ingezet tegen verdachten met de hoogst denkbare dreiging.
Binnen liggen drie kinderen te slapen. Ze zijn in de leeftijd van 8 tot en met 19 jaar. Ze wonen soms al jaren in het gezinshuis dat hier gevestigd is. Voor hen is het een veilige plek, een vervanging voor een thuis dat ze door omstandigheden zijn kwijtgeraakt.
Dan klinkt het door de stilte: „Politie!”
Binnen wordt de gezinshuisvader uit bed gelicht en afgevoerd. Of de kinderen wakker worden, is onduidelijk. Wel is duidelijk dat hun vertrouwde leefwereld in één klap instort.
Er was bij de eerste pro forma-zitting in de strafzaak op 10 september in Leeuwarden veel steun voor de verdachten, onder wie de gezinshuisvader. Foto: Jaap Schaaf
Vuurwapens ter bescherming van gezin
Drie maanden later maakt justitie bekend wat er in het gezinshuis is aangetroffen: meerdere vuurwapens, een alarmpistool, talloze kogels en portofoons. In een afgesloten loods op het terrein zijn ook vijf 1,5-literflessen castorbonen gevonden waarmee het extreem dodelijke gif ricine kan worden gemaakt. Justitie vond ook een soort handleiding om dat gif te maken. Daarnaast lagen er documenten die geweld tegen de Staat legitimeren, zoals de ‘Resolutie van het Soevereine Volk’ en een verklaring van het ‘Frije Fryske Folk’.
Het gezinshuis blijkt onderdeel van een groter onderzoek: de zaak Barracuda. Deze strafzaak draaide in eerste instantie om acht verdachten die volgens het Openbaar Ministerie aanslagen voorbereidden rond de NAVO-top in juni 2025 in Den Haag. De verdachten worden gezien als zogeheten ‘soevereinen’, mensen die vinden dat de overheid niets over ze te vertellen heeft. De gezinshuisvader zou volgens justitie een centrale rol hebben gespeeld.
Na politie-inval ‘veel onduidelijk’
Tijdens de voorbereidende zittingen erkent de gezinshuisvader dat hij vuurwapens in huis had. Volgens hem was dat niet om een aanslag te plegen, maar om zijn gezin te beschermen in een Derde Wereldoorlog. De gezinshuismoeder en de advocaat van de gezinshuisvader zijn om een reactie gevraagd. Zij geven aan niet te willen reageren.
Hiermee komt een gezinshuis in Noord-Nederland opnieuw in opspraak. Eerder zouden in Niekerk kinderen zijn mishandeld. Daar doet de politie nog onderzoek. In weer een ander gezinshuis in het noorden van Drenthe zijn kinderen met spoed weggehaald door de kinderrechter. Er bleken al langer zorgen van andere instanties te zijn, maar die waren niet gedeeld met de verantwoordelijke jeugdbeschermingsorganisatie Leger des Heils. En nu dit gezinshuis van een terrorismeverdachte in Friesland, waar vuurwapens lagen opgeslagen.
Wanneer de gezinshuismoeder beseft wat er die ochtend is gebeurd, belt ze in paniek haar contactpersoon bij de Friese gezinshuisorganisatie waar ze bij is aangesloten. Deze zogenoemde hoofdaannemer* onderhoudt de contacten met gemeenten, die deze zorg betalen. De hoofdaannemer hoort de vrouw zeggen dat ze niet weet waar haar man in verstrikt is geraakt.
Justitie vond in het gezinshuis ook munitie voor verschillende vuurwapens, waaronder van dit kaliber 9 mm (beeld ter illustratie). Foto: Mediahuis
Geen gevaar gezien
De hoofdaannemer herinnert zich die dag nog glashelder. „Na die inval wisten we eigenlijk met z’n allen heel erg weinig,” zegt hij tegen deze krant. „Wij hoorden alleen dat hij was opgepakt. Maar niet waarom.”
Hoewel de hoofdaannemer onmiddellijk probeert te achterhalen wat er speelt, komt er nauwelijks informatie los. Politie en OM delen slechts één boodschap, zegt hij: de veiligheid van de kinderen is niet aangetast. De rest blijft onduidelijk. Ook voor de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en voor Sociaal Domein Fryslân (SDF), die hij snel inlicht.
Voor kinderen is een spoeduithuisplaatsing traumatisch. Er zijn bovendien nauwelijks alternatieve plekken. En de gezinshuismoeder lijkt, voor zover instanties dat kunnen beoordelen, niet betrokken bij de verdenkingen.
Daarom besluiten de gezinshuisorganisatie, SDF, de Inspectie, het regiecentrum Bescherming en Veiligheid en de gemeente Leeuwarden (die laatste twee waren verantwoordelijk voor de plaatsing) samen om de kinderen voorlopig te laten blijven. „De Inspectie heeft de zaak onderzocht, maar zag geen gevaar voor de jongeren zelf”, zegt de hoofdaannemer. „Voor de kinderen gaf het gezinshuis veiligheid. Ze waren gehecht en ervoeren veel stabiliteit.”
De zorgondernemer heeft zelf ook nooit iets gezien dat op gevaar wees. Zijn organisatie komt regelmatig op huisbezoek in het gezinshuis en spreekt met jongeren en met personeel dat er wel eens actief is. „We kwamen er vaak genoeg over de vloer om signalen te kunnen oppikken”, zegt hij. „En die waren er niet.”
Ook een familielid van één van de kinderen bevestigt dat beeld: „Eerlijke, oprechte mensen”, zegt hij. „De jongen had het er goed.” Hij kan zich niet voorstellen dat er wapens in huis lagen. „Dat dóe je niet bij kinderen.”
Wapens in keukenkastjes
Pas vlak voor de pro-formazitting in september komt er duidelijkheid. De gezinshuismoeder licht de hoofdaannemer persoonlijk in over wát er precies is gevonden. De schrik is groot. „Toen werd voor ons pas duidelijk dat er vuurwapens waren aangetroffen”, zegt hij. „Dan heb je de veiligheid van de jongeren niet gewaarborgd”, concludeert de zorgondernemer, „ook al lagen ze op een plek waar de kinderen nooit konden komen”.
Omdat hij wil weten of de kinderen gevaar liepen met de vuurwapens, vraagt de hoofdaannemer aan de gezinshuismoeder waar ze precies zijn gevonden. In antwoord daarop stuurt de gezinshuismoeder een mail door van de advocaat van de gezinshuisvader. Daaruit blijkt dat er twee vuurwapens en een kogelpatroon lagen in de keuken van het gezinshuis, in het kastje boven de afzuigkap. In een ander keukenkastje, vlak bij de deur naar de bijkeuken, lag nog een pistool.
De hoofdaannemer begreep van de gezinshuismoeder dat de keuken niet toegankelijk was voor de kinderen. Hij kwam er zelf ook geregeld en ziet dat anders. „Die keuken was meestal niet afgesloten.”
Justitie vond in het gezinshuis ook portofoons (beeld ter illustratie). De gezinshuisvader verklaarde dat hij zijn gezin wilde beschermen bij een Derde Wereldoorlog. Foto: Mediahuis
Vrees om mediacircus
Ook schreef de advocaat in de e-mail dat er vuurwapens waren gevonden in een kast in de badkamer die alleen toegankelijk was voor de gezinshuisouders. De hoofdaannemer bevestigt dat deze badkamer inderdaad op slot was. Ook in een auto en een container trof de politie volgens de mail vuurwapens en munitie aan.
Tijdens die eerste pro-formazitting in september zegt de advocaat van de gezinshuisvader ook nog eens dat het voor de gezinshuismoeder moeilijk is om zonder haar partner de zorg voor een groot aantal paarden op een andere locatie te combineren met het gezinshuis. „Toen werd ook voor het brede publiek bekend dat er een gezinshuis was en bracht ze de kinderen in een kwetsbare positie”, stelt de hoofdaannemer. „We vreesden een mediacircus.”
Het geeft voor de hoofdaannemer de doorslag, samen met de gevonden wapens en het bericht dat de gezinshuismoeder de zorg kennelijk niet meer aankon. Hij beëindigt het contract. De kinderen moeten elders worden geplaatst. Maar dat moet volgens hem zo zorgvuldig mogelijk, en waar mogelijk in overleg met henzelf.
„Het was een waardeloze situatie”, zegt hij. Ook voor de gezinshuismoeder. „Zij heeft wel geknokt om er voor de kinderen te kunnen zijn. Maar dat kon gewoon niet langer in deze situatie.”
Door het Nederlands Forensisch Instituut geprinte wapens. De gezinshuisvader kocht ook 3D-geprinte wapens, maar die weigerden volgens hem steeds opnieuw dienst. Foto: NFI
Verklaring Omtrent Gedrag
De zorgondernemer spoelt de plaat terug. Heeft hij iets gemist in dit gezinshuis? Dan herinnert hij zich dat hij nog geen acht maanden voor de inval nog een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) bij justitie heeft aangevraagd voor zowel de gezinshuisvader als de -moeder. Hij wilde daarvoor alle informatie hebben. „Ik vink altijd alles aan.” Maar eind oktober 2024 krijgt hij bericht dat er geen bezwaar is.
Tijdens de eerste pro-formazaak bleek dat de man toen al wel in beeld was bij de politie, omdat hij contacten onderhield met andere radicaliserende mannen. In een document genaamd ‘Frije Fryske Volk’ stond volgens justitie beschreven hoe een van de verdachten in het internationale volkerenrecht een rechtvaardiging zag om zich met alle middelen te beschermen, te verdedigen en de ‘corrupte overheid’ met alle middelen af te zetten.
In die periode ontving het Openbaar Ministerie van inlichtingendienst AIVD ook ambtsberichten waarin stond dat de gezinshuisvader en een andere verdachte zich bezighielden met de aan- en verkoop van vuurwapens.
Maar de VOG werd door justitie gewoon verstrekt, tot verbazing van de hoofdaannemer. „Je verwacht dat er dan íéts oppopt”, zegt hij nu. „Maar er kwam geen melding, geen telefoontje, niets.” Er is sowieso nooit meer contact geweest met het OM. „Op zich had ik dat wel logisch gevonden als dat was gebeurd”, stelt de man teleurgesteld vast.
De gezinshuismoeder en -vader waren niet ingeschreven bij de Stichting Kwaliteitsregister Jeugd, voor mensen die in de jeugdzorg werken. Dat is wel wenselijk, erkent de hoofdaannemer. De andere gezinshuisouders die bij hem staan ingeschreven, hebben wel zo’n registratie.
De verantwoordelijke zorgaanbieder legt uit dat dit er juist voor zorgde dat hij scherper toezicht hield in dit gezinshuis. „Er was meer toezicht vanuit de gedragswetenschapper en praktijkcoaching.” Een scholingstraject om de registratie alsnog te halen, liep volgens hem spaak na de inval en de wapenvondst.
De vuurwapens en munitie waren bedoeld ter voorbereiding op een Derde Wereldoorlog, stelde de gezinshuisvader in de rechtbank. Foto: Mediahuis
Terrorisme?
Ruim acht maanden zat de gezinshuisvader in de zwaarbewaakte gevangenis in Vught. Inmiddels mag hij de behandeling van zijn zaak thuis afwachten, met enkelband en zonder paspoort.
De verdenkingen zijn ernstig: het OM ziet onder meer een opgenomen gesprek tussen de gezinshuisvader en twee andere verdachten als samenspanning en voorbereidingshandelingen op een terroristische aanslag. De drie mannen waren op een bijeenkomst geweest waar ze bier hadden gedronken. Ze waren geërgerd, bleek tijdens de rechtszaak. In de auto werd gesproken over brandstichting, bommen, aanslagen op de overheid, journalisten, wetenschappers en Sybrand Buma, de burgemeester van Leeuwarden.
In hoeverre de gezinshuisvader deelnam aan het gesprek, is niet helemaal duidelijk. De man verklaarde dat hij een vreedzaam man is en nooit van plan is geweest een aanslag voor te bereiden en nooit geweld zou gebruiken tegen wie dan ook. Eventuele uitspraken daarover in de auto noemde hij „grootspraak”.
Of het ooit tot concrete plannen kwam, moet de rechter nog beoordelen. Maar voor de kinderen in het gezinshuis maakt dat weinig verschil: zij moesten weg.
Het Openbaar Ministerie verdenkt onder anderen de gezinshuisvader van het deel uitmaken van een crimineel netwerk, het bezit, het gebruik van wapens en gevaarlijke stoffen en het mogelijk gebruiken van geweld. Beeld: Mediahuis
Kinderen verhuisd
De drie kinderen zijn in februari en maart verhuisd naar hun nieuwe adressen. Zo’n acht maanden na de inval van de politie en de wapenvondst. Sommigen kinderen zijn herenigd met hun ouders. Voor hen heeft deze akelige gebeurtenis misschien nog een zilveren randje. Eerder uitplaatsen lukte niet, onder meer omdat sommige kinderen en de biologische ouders dat zelf niet wilden.
De gezinshuismoeder heeft moeten beloven dat haar man na zijn voorlopige vrijlating in februari niet in het gezinshuis zou terugkomen. „Dat wilden we koste wat kost voorkomen”, zegt de hoofdaannemer. „Hij verbleef zolang bij familie.”
De zorgondernemer erkent dat hij moeilijk kon controleren of de verdachte gezinshuisvader in die periode nog in het gezinshuis geweest is, bij de kinderen. „We hadden liever gehad dat ze eerder waren overgeplaatst”, zegt hij. „Maar dat was niet alleen aan ons.”
„Dit verdient niet de schoonheidsprijs”, zegt hij. „Maar we hebben denk ik gedaan wat het beste was voor de kinderen. Zij hebben zo afscheid kunnen nemen en zitten nu op een goede nieuwe plek.”
*We vermelden de naam van de hoofdaannemer en zijn bedrijf niet, omdat we daarmee indirect ook de achternaam van de verdachte gezinshuisvader zouden openbaren.
Wat zegt het Openbaar Ministerie?
Het OM wil uit oogpunt van privacy niet ingaan op vragen van de DVHN over de Verklaring Omtrent Gedrag en waarom niet eerder informatie gedeeld is met de hoofdaannemer over de gevonden wapens. Ook is niet duidelijk of justitie wist dat er een gezinshuis gevestigd was op het adres in Friesland waar de politie op 11 juni 2025 inviel.
Instanties: Veiligheid van jongeren stond altijd voorop
Het Regiecentrum Bescherming en Veiligheid (de Friese jeugdbeschermingsorganisatie), de gemeente Leeuwarden, SDF en de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd stellen dat zij in nauw overleg stonden met de hoofdaannemer na de politie-inval op 11 juni 2025. Zij benadrukken dat de veiligheid van jongeren altijd voorop heeft gestaan. De gezinshuisvader zat toen al vast.
Toen bleek dat er vuurwapens waren in het gezinshuis en het contract werd beëindigd, is „de balans opgezocht tussen de hechting en de veiligheid”, volgens een woordvoerder van de gemeente Leeuwarden. Een gedragswetenschapper heeft de overgang naar hun nieuwe woonadressen volgens de zegsvrouw zorgvuldig begeleid.