Abul Lais (midden) en zijn New Delhi-team. ,,Mensen komen hier graag, vinden het gezellig, eten in een huiskamersfeer.” Foto: Lammert Aling
Als er één constante horecafactor is in Assen, dat is het wel het Indiaas Restaurant New Delhi. Op de kop af twintig jaar runt eigenaar Abul Lais zijn eetgelegenheid op de vertrouwde plek aan de Brink. Corona en zelfs een grote brand konden hem niet verdrijven. ,,Het is echt een toplocatie, vooral met het Drents Museum naast de deur. Als het aan mij ligt blijf ik altijd hier zitten.”
Het is donderdagochtend. Abul Lais is al druk bezig. Stofzuigen, de boel voorbereiden op de namiddag, als zijn restaurant opent. Het is niet groot, wel knus en intiem. ,,En dat wil ik zo houden. Ik heb in 2009 wel uitgebreid naar boven, maar daar blijft het bij. Dat intieme is juist de kracht van New Delhi. Mensen komen hier graag, vinden het gezellig, eten in een huiskamersfeer. Mij is wel eens gevraagd waarom ik geen groter pand zoek. Maar ten eerste wil ik hier niet weg en daarnaast zou dan ook die typische sfeer verdwijnen. Nee, ik vind het goed zo.”
Horecafamilie
Lais kwam twintig jaar geleden via enkele (ruime) omwegen in Assen terecht. Opgegroeid in een horecafamilie was het niet meer dan logisch dat hij kok werd en Lais stak in 1980 voor het eerst vanuit India de grens over om te koken voor een oliemaatschappij in Libië. Vier jaar later belandde hij in Nederland, toen Lais werd gevraagd te koken voor de restaurantketen Maharaja of India. ,,Die had zes filialen, ik heb gewerkt in Almelo en Alkmaar en ook in België.”
In 1997 besloot Lais zijn droom waar te maken en een eigen restaurant te openen, in Veendam. Dat liep echter niet zoals hij gehoopt had. ,,De mensen daar zijn wat stug en stonden niet echt open voor de Indiase keuken.”
Assen schot in de roos
Op zoek dus naar een andere omgeving. En die vond Lais in Assen aan de Brink. ,,Hier zat een Chinees restaurant. Dat heb ik in 2005 overgenomen en New Delhi geopend.” Het bleek een schot in de roos te zijn. ,,Het liep meteen heel goed. Ik was zó blij!”
Omdat de benedenverdieping constant rap volliep met gasten, breidde Lais uit naar de bovenverdieping van het pand, vooral om groepen te kunnen ontvangen. Maar, zoals Lais al aangaf, verhuizen zal hij nooit. ,,Het is hier zó fijn aan de Brink, in het hart van de stad. En met het Drents Museum tegenover me is het een ideale locatie. Ik merk direct als daar weer een grote expositie is, want dan zit het hier vol met museumgangers.”
Stormloop
,,In 2008 was er bijvoorbeeld de expositie van het Chinese Terracotta Leger. Joh, ik wist niet wat me overkwam, het was een ware stormloop naar mijn restaurant. Vooral mensen van buiten Assen. Museumbezoek, hier een hapje eten en hup weer naar huis. En het mooie is: als die weer komen voor een tentoonstelling, komen ze vaak ook weer bij mij.”
Want ja, liefhebbers van Indiaas eten zitten goed bij New Delhi. Lais lacht bescheiden, maar het is natuurlijk niet voor niets dat zijn restaurant al twintig jaar zo goed draait. ,,Wij koken traditioneel Indiaas, dus veel vanuit de tandoori oven, met houtskool. En dat valt in de smaak bij onze gasten. Daarnaast hebben we veel kruiden en onze eigen curry en sausen, volgens familierecept. Originele Indiase gerechten. En ja, daarmee maak je jezelf uniek, de smaak die wij creëren vind je alleen hier.”
Stormen doorstaan
De afgelopen vijf jaar moest New Delhi twee grote stormen doorstaan. Eerst kwam corona, het virus dat ook de horeca keihard trof. Lais hield zijn restaurant open, omdat hij merkte dat zijn vaste klanten het op prijs stelden tóch van zijn gerechten te kunnen blijven genieten. ,,Naast het restaurant, eten afhalen en catering hebben we toen ook bezorgd. Met het huidige personeel, inclusief mijzelf. Dan maar even in een andere rol, maar ik wilde mijn klanten niet in de steek laten. Tja, het was een kwestie van overleven en zakelijk gezond blijven.”
Een geluk bij een ongeluk was dat het overdag gebeurde. Was er ’s nachts brand uitgebroken, zonder dat iemand het zag, was de ramp waarschijnlijk niet te overzien geweest
Abul Lais voor zijn restaurant aan de Brink. ,,Een toplocatie.” Foto: Lammert Aling
Eind 2023 kwam de tot nu toe grootste klap voor New Delhi. Op een middag in november zag een buurvrouw hoe er grote rookwolken uit de bovenste verdieping kwamen. En niet veel later sloegen de vlammen in de nok van het pand wild om zich heen.
Geluk bij een ongeluk
De gewaarschuwde Lais schrok zich rot. ,,Een geluk bij een ongeluk was dat het overdag gebeurde. Was er ’s nachts brand uitgebroken, zonder dat iemand het zag, was de ramp waarschijnlijk niet te overzien geweest. Nu was de brandweer er snel bij en bleef de brand beperkt tot de bovenverdieping. Maar ja, door al het bluswater was ook de benedenverdieping er behoorlijk slecht aan toe.”
Lais zat even met het hoofd in zijn handen. Wat nu? ,,Het was toen vlak voor de feestdagen in december, de agenda stond vol met reserveringen in het restaurant en cateringopdrachten. Ik móest in elk geval een keuken hebben, dan zouden we ons wel kunnen redden zolang New Delhi werd hersteld.”
Lais kreeg hulp van De Nieuwe Kolk. De directie van het cultuurpaleis trok zich het lot van de familie Lais aan. ,,De keuken in DNK werd toch niet zoveel gebruikt, daar mochten we koken. Gelukkig, we waren voorlopig gered.”
Kerkstraat
Lais wilde echter ook weer gasten kunnen ontvangen en huurde tijdelijk een pand in de Kerkstraat. ,,Ik heb daarbij veel steun van de gemeente gekregen en daar ben ik erg dankbaar voor, net zoals ik de mensen van DNK veel dank ben verschuldigd. Mooi om te zien hoe we in Assen elkaar op die manier helpen.”
Sinds 1 juni vorig jaar is Lais weer terug aan de Brink. Het voelde als thuiskomen, zegt hij. ,,Mijn eigen pand is toch mijn kindje, hè. En het is heel mooi geworden. Naast alle herstelwerkzaamheden heb ik ook maar meteen de zaken meegenomen die toch al nodig aan renovatie toe waren. En het draait weer goed, als vanouds. Ik ben blij dat ik terug ben en mijn klanten zijn weer blij dat ze kunnen komen eten op de vertrouwde locatie.”
Op zoek naar een kok
Zijn er bij zoveel positieve geluiden nog wensen? Ja. Een koninkrijk voor een goede Indiase kok. Lais: ,,Ik heb nu een prima kok, maar als hij bijvoorbeeld ziek wordt heb ik een probleem. Ik kan zelf bijspringen, maar ik richt me liever op het runnen van het restaurant. Ik moet volgens de regels echter eerst een Indiase kok zien te vinden in Nederland. Lukt dat niet, mag ik kijken in de ons omringende landen. En lukt dát ook niet, dán pas mag ik een kok laten komen uit India.”
Tot slot: Lais werkt al vanaf zijn 18de in de horeca en heeft – zeker als eigenaar van New Delhi – altijd lange dagen en avonden gedraaid. Maar aan stoppen wil hij nog lang niet denken. ,,Mijn werk is mijn leven en ik vind het nog steeds prachtig om druk bezig te zijn met eten en gasten. Ik ga dus door zo lang als ik overeind sta!”