Jorrit Bergsma met zijn onverwachte bronzen medaille na de 10 kilometer. Foto: ANP/Sem van der Wal
De linoleumvloer was glad als een ijsbaan. Op de muren uitgeknipte olympische ringen en vrolijke kleurplaten: lachende dieren op ski’s of glijdend in een bobslee. Ik kon op de kinderafdeling van het UMCG met een beetje fantasie zelfs rondjes lopen, als ware het de schaatsbaan in Milaan.
In de binnenbaan croste een jong patiëntje op een felrode skelter. Een meisje maakte schuifelend een rondje, een infuuspaal aan de hand. Niet langs tribunes vol oranjefans en enthousiaste Italiaanse tifosi, maar met steriele ziekenhuiskamers als decor.
Op deze plek moest ik onlangs denken aan Jorrit Bergsma. Voorafgaand aan het olympische schaatsseizoen publiceerde de Volkskrant een indrukwekkende profielschets. Zijn knappe bronzen medaille op de 10 kilometer in Noord-Italië was nog ver weg, net als de carnavaleske blijdschap met de namaakmatjes.
De karakterschets van Bergsma opende met zijn bijzondere relatie met schaatsfan Meike Kluivingh (9), een ongeneeslijk ziek meisje uit Vries, dat tijdens een weekend in Thialf in 2019 een onuitwisbare indruk op hem maakte. Zo zeer, dat Bergsma maanden later, na zijn wereldtitel op de langste afstand, de gouden medaille schonk aan zijn onvoorstelbaar onfortuinlijke bewonderaar. „Zij is de echte vechter.”
Kort daarna bezocht hij Meike thuis, in de laatste dagen van haar leven. Veel kan ze niet meer zeggen, maar de grote glimlach zegt genoeg, schreef RTV Drenthe. De schaatser keerde in de lente van dat jaar terug naar het Drentse dorp en opende op het plein van de vernieuwde basisschool een vlindertuin ter nagedachtenis aan het lieve meisje dat er niet meer is.
In afwachting van spannende medische momenten schoot dat alles door me heen, daar in het UMCG. En thuis opnieuw, enkele dagen geleden, met meer dan uitstekend nieuws op zak en ons gezin opgelucht herenigd op de bank.
Bergsma, de 40-jarige veteraan uit Aldeboarn, greep een olympische medaille, vlak voor de ogen van zijn kinderen Brent (7) en Barbara (5). Ver daarvandaan genoten wij in Nederland van de vreugde die de onverwachte plak teweegbracht. Maar wat vooral bleef hangen, waren zijn woorden voorafgaand aan de Winterspelen in deze krant.
De schaatsvader, door een speling van het lot zelf gezegend met een fit en krachtig lijf, wees op de vluchtige waarde van zijn sportprestaties. „Aan het eind van de dag ligt het geluk thuis. Het is veel belangrijker dat het goed gaat met de kinderen.”