Jan Pesman. Groot schaatser, maar bovenal boer. Foto: Henk Blansjaar / Spaarnestad Photo
Als we de medaillespiegel regionaliseren dan is het Fryslân Boppe. Logisch, want iedere wintersporter wordt gedurende zijn leven Fries, geboren of getraind. Daarom durft deze Oost- Groninger de successen van Suzanne Schulting wel een beetje (ongepast) cultureel toe te eigenen.
De gouddelfster heeft Groningen als geboorteplaats in haar paspoort staan, en werd dreumes in Hoogezand. Vader Jan rond die periode trainer van BV Veendam.
Ook zonder Suzanne doet Groningen met Marianne uit Sappemeer, Renate uit Musselkanaal, Jenning en Gerard uit Stad en Jan uit Holwierde een niet onaardige duit in de winterse prijzenkast.
Vanaf de bank met een bakje borrelnootjes is het lastig vereenzelvigen met jonge, topfitte topsporters. De werklust, laat staan de bovenbenen van De Boo, het lef van Kimberley Bos, de vechtlust van de zusjes Velzeboer. Het is even bewonderingswaardig als ongrijpbaar.
65 jaar eerder en twee minuten langzamen
Dus speur ik maar naar het alledaagse in het buitenaardse: een gezamenlijke geboortestreek, een gedeelde tik of iets menselijks. Piet Kleine, de succesvolste Drent op de Winterspelen, wilde niets liever dan postbode zijn in Hollandscheveld. Succesvol scheuvelloper Jan Pesman bleef boven alles boer.
Van alle vaantjes, bekers en titels, koesterde de geboren Stedumer die ene bronzen plak van Squaw Valley het meest. Daar reed hij de 5000 meter naar het podium in een tijd van 8.05.01. Dik vijfenzestig jaar eerder, en twee minuten langzamer dan Sander Eitrem dat zondag deed.
Man en paard
De derde plek moest vooral een voorbode zijn van goud op de dubbele afstand. Daar leek hij zelfs het Russisch graniet Viktor Kositjkin aan gort te rijden. Het schema van de Noorse topfavoriet Knut Johannessen leek al aan gruzelementen. Totdat de te gretige Pesman helemaal in de soep draaide.
Zijn verklaring na afloop. „Ik werd stijf in de kont. De maandagziekte, schoot door m’n kop.’’
Verwijzend naar de stal thuis waar de paarden de hele week op het land stonden en krachtvoer vraten. Als ze daags na een weekend kalm aan, de wei weer in mochten zat alles muurvast. De stijve kont door te veel rust en te weinig beweging. Bij man en paard.
Dáár was het. Eindelijk had ik iets gemeen met een topsporter. De Spelen kunnen ook voor de geoefende bankzitter met zitvlees en getrainde bilknijpspieren een beproeving zijn.