Willem Friedrich heet een 'afgeladen' kerk welkom voor het jubileumconcert. Foto: Huisman Media
Ruim een half uur voor het begin van het klassieke zondagmorgenconcert zit het kerkje van Oudeschans al stampvol. Ongeveer 160 liefhebbers zitten schouder aan schouder in de kerkbanken om getuige te zijn van het 450ste concert, dat sinds de aftrap een halve eeuw geleden, plaatsvindt.
Deze zondagmorgen is er amper nog een parkeerplaats te vinden in het vestingdorpje. Een tractor met aanhanger moet noodgedwongen rechtsomkeert maken, want te weinig ruimte. Het inwoneraantal van vestingdorp Oudeschans verdubbelt zo ongeveer als er weer een concert in het garnizoenskerkje plaatsvindt.
Buiten bij de ingang van het kerkje (1626) staat een tafel waar penningmeester Ruud Hemmen de kaartjes verkoopt. Normaal een tientje, deze keer 12,50 euro. Voor die extra bijdrage wordt een kop snert geserveerd. Zo gaat het altijd, buiten kaartjesverkoop en dan naar binnen.
In de galerie tegenover het kerkje kleden de musici van de Bremer Kaffeehaus Orchestra zich ondertussen om. In statige kledij lopen ze vervolgens achter elkaar door de dorpskern naar hun podium.
En daar op dat podium staat weer Willem Friedrich (84) die de bezoekers welkom heet. Een halve eeuw geleden stond hij aan de basis van de eerste rits concerten en ondanks dat hij de tachtig ruim is gepasseerd lijkt er geen sleet op te zitten.
Musici komen graag optreden in het kerkje
Nadenken over een opvolger doet hij niet. Hij zegt fysiek gezond te zijn. „Ook het hoofdje doet het nog goed. Maar je hebt gelijk, eigenlijk moeten we nadenken over een opvolger. Edo Edens, ook van het geld, is inmiddels 91 jaar oud. Hij is er ook vanaf het begin bij.”
Willem Friedrich (links) en Edo Edens, organisatoren van het eerste uur. Foto: Huisman Media
Friedrich, geboren en getogen Oudeschansker, heeft nog steeds dezelfde passie wat betreft het organiseren van klassieke concerten. „Los van dat ik liefhebber ben, vind ik het leuk om muziekgezelschappen te contracteren. Ook stel ik de jaarkalender samen.”
Veel is er qua organisatie niet veranderd in die halve eeuw. De musici komen graag naar Oudeschans. Of ze nou uit Gelderland of Amsterdam komen: het kerkje van Oudeschans heeft naam gemaakt. „En echt, niemand heeft noten op zang. Ze stellen geen voorwaarden aan hun komst. Geen speciale broodjes of drinken. Sterker, velen nemen hun eigen broodtrommeltje mee.”
Het is de ongedwongen sfeer, de akoestiek, de ramen waardoor zonlicht schijnt of regen tegenaan klettert. „En, het is de wisselwerking met het publiek dat bovenop de musici zit. Dat is onze onbetaalbare charme.”
Aan voorverkoop doen ze volgens Friedrich nooit. Het is altijd weer een verrassing hoeveel mensen komen opdagen. „Soms kijken we een kwartier voor aanvang naar buiten of er nog publiek onderweg is, want het kerkje zit dan half vol. Maar dan plotseling komen van alle kanten auto’s aanrijden en dan zit het kerkje weer bomvol.”
Plakboeken vol recensies en verhalen over de concertreeksen heeft Friedrich verzameld. Hij toont inmiddels geel gekleurde verhalen op krantenpapier. „Nee, hij waagt zich niet aan een jubileum boekwerk.” Als auteur van talloze boeken, vooral over de geschiedenis van Oost-Groningen, zou hij het kunnen. Maar hij voelt niet de drang.
Ook in coronatijd ging het gewoon door
Het huidig bestuur, een volgens Friedrich ‘actief clubje’, bestaat uit penningmeester Ruud Hemmen, een fanatieke fietser. Hij bracht honderden bestelde programmakalenders rond. Van Aurich tot Ter Apel, van Groningen tot Delfzijl. Ruuds vrouw Joke doet de koffie, Marian is van de bezoekers- en musici-service, Biense is concierge. Edo van 91 jaar incasseert de entree.
Nooit moest een concert worden geannuleerd. Ook in coronatijd waren er optredens. „Maximaal met dertig mensen en met gepaste afstand, maar we zijn nooit gestopt.”
Een keer dacht Friedrich dat er een streep door een concert moest worden gezet. Dat was toen Törf zou optreden. „Deze folk-band liet op zich wachten. Het duurde zo lang dat mensen al wegliepen. Toen kwam er een politieauto aangereden en daar zaten een paar bandleden in. Later gevolgd door een busje waar de andere musici in zaten. Ze bleken door de politie van de weg zijn gehaald, omdat hun busje niet deugde.”
Tijd voor een groot jubileumfeest is er nog niet. Friedrich heeft inmiddels begrepen dat ergens in mei, als het laatste concert in het jubileumjaar wordt afgewerkt, de champagne wordt ontkurkt. Of iets anders feestelijks. „Ze hebben iets in petto, maar wat blijft een raadsel.”