Oranjefeest in Martiniplaza bij de laatste Davis Cup-wedstrijd. Inzet: Hans Oosterhuis. Foto: Jean-Pierre Jans, Jan Kanning
Martiniplaza kleurt de komende dagen ongetwijfeld weer oranje, als de beste tennissers van ons land het in de Davis Cup opnemen tegen Slowakije. Hans Oosterhuis (59) uit Heemstede stond als jong rechtenstudentje aan de wieg van de Groningse band met ’s werelds belangrijkste landentoernooi in tennis. Maar of het ooit weer werd zoals het ooit begon, dat is de vraag.
Oosterhuis weet het nog heel goed. Misschien wat té goed, want regelmatig wordt hij getroffen door lichte ergernis als hij weer leest dat de oranjegekte bij de Davis Cup in 1991 in Mexico begon. Daar waren destijds 31 studenten, waarvan drie leden van de Groninger studentenclub GSTC, op studiereis, die besloten naar de toevallig daar gehouden tenniswedstrijd te komen. Ze meldden zich ongegeneerd bij toenmalig bondscoach Stanley Franker, die direct zag dat dit een mooie kans was. Hij gaf de studenten direct gratis kaartjes in ruil voor veel oranje kabaal. Oranje won die uitwedstrijd met 5-0 en een nieuw fenomeen was geboren.
‘Wij waren de eerste’, zegt de neef van Trijntje
Maar wacht. Dat is niet helemaal waar, zegt Oosterhuis, volle neef van Trijntje en haar vader dominee Huub Oosterhuis, wiens verre voorouderen uit Groningen kwamen. Op zijn 14e verhuisde hij met zijn ouders uit Amsterdam naar Haren, waar hij zich ontwikkelde tot een tennisser uit de landelijke top 100. ,,Wij waren de eerste!’’, zegt de organisatieadviseur stellig. ,,Het klinkt misschien wat kinderachtig, maar ik wil het graag een keer rechtgezet hebben. Wat er in Mexico is gebeurd, daar wil ik he-le-maal niets aan afdoen. Dat was prachtig, het was op tv en heeft ervoor gezorgd dat studenten uit heel Nederland achter het Davis Cup-team zijn gaan staan. Maar laten we wel even duidelijk stellen dat al in 1988 het idee ontstond.’’
Drie bekende namen uit de tenniswereld waren betrokken, vertelt Oosterhuis: Popko de Jonge, die generaties studenten op de ACLO de beginselen van de tennissport bij heeft gebracht, Evert-Jan Hulshof, die dik 20 jaar directeur was van de KNLTB en tegenwoordig die functie heeft bij Veilig Verkeer Nederland. Maar het begon allemaal bij Lammert Datema, de voormalig bondsgedelegeerde van de tennisbond uit Aduard, die in 2016 overleed.
Lammert Datema. Foto: Han de Graaf
‘Ik zie alleen oude lui op de tribune’
,,Hij bracht mij eigenlijk op het idee’’, zegt Oosterhuis. ,,Hij liep altijd rond, op bijna elk toernooi. Iedere tennisser kende Lammert, hij kende bijna elke tennisser. Een ontzettend aardige kerel, bezeten van tennis én van de Davis Cup. Alle thuis- en uitwedstrijden had hij bijgewoond, vertelde hij me eens. Van zowel de Davis Cup als de FED Cup, van de vrouwen. Overal tufte hij in zijn auto naartoe. Ik was 24 of 25, vond het een mooi verhaal. Maar, zei Lammert, ik zie eigenlijk alleen maar oude lui op de tribune. Dat moet toch een keer veranderen? Waar zijn de studenten? Ik organiseerde destijds het toptennisteam van de RUG, het RUG-team. En ik dacht: ja, dat gaan we doen!’’
Groningse Veracket-studenten laten zich gelden bij de Davis Cup-ontmoeting tussen Nederland en Italië in Zoetermeer in 2010. Foto: ANP/Soenar Chamid
Oosterhuis sprak met De Jonge, die altijd openstond voor nieuwe ideeën en zich het gesprek met Oosterhuis ook goed herinnert. ,,Ik kende de toptennismanager van de KNLTB wel goed’’, zegt De Jonge desgevraagd, ,,en Hans en ik zijn toen naar het bondsbureau van de KNLTB gegaan hebben toen via haar kaarten geregeld voor de eerste Davis Cup-ontmoeting die eraan zat te komen. Dat was wel een succes, meen ik mij te herinneren. Daarna kregen we elke keer kaarten, de KNLTB heeft het direct goed opgepakt.’’
Hulshof bevestigt het verhaal. ,,Hans was mijn huisgenoot, ik weet nog dat hij ermee naar de KNLTB is gegaan. Het is lang geleden, maar dat staat me nog goed bij.’‘ Oosterhuis: ,,Vanaf dat moment hebben de studenten de Davis Cup omarmd en de tennissers hebben de studenten omarmd.’’
Legendarische wedstrijd in Barcelona
Knotsgekke oranjegekte volgde, bijvoorbeeld in Barcelona, waar het Nederlands team, met daarin onder meer huidig bondscoach Paul Haarhuis, zich in maart 1993 uit geslagen positie terugvocht tegen torenhoog favoriet Spanje, onder luide aanmoedigingen van met name Groningse studenten. De beslissende wedstrijd tussen Mark Koevermans en Sergi Bruguera is legendarisch en leidde tot een fraai oranjefeest.
Zelfs een ‘burger’-supportersvereniging zag daarna het licht, toen Hulshof directeur van de KNLTB was. ,,Prachtig natuurlijk’‘, weet Hulshof nog. ,,Allemaal gekopieerd van de studenten.’‘
Donar maakte plaats
Martiniplaza-directeur Willem de Kok is erg bij met de komst van de Davis Cup naar Groningen. ,,Voor het eerst in ongeveer tien jaar weer, dus het werd tijd. Maar je hebt dat natuurlijk niet in de hand, want voor hetzelfde geld had Oranje een uitwedstrijd geloot. Dit soort topsportevenementen willen we heel graag veel vaker organiseren. Onze hal is er uitstekend geschikt voor. Alles staat er, we hoefden alleen een tennisbaan aan te leggen.’’
Toch ging de komst van het Nederlandse Davis Cup-team niet helemaal zonder slag of stoot, vertelt De Kok. ,,Donar moest eigenlijk een wedstrijd spelen, dus daar moest even over gesproken worden. Gelukkig kon Donar schuiven.’’
TAM-studenten tijdens het Davis Cupduel voor een plaats Davis Cup Finals, vorig jaar in Den Haag. Foto: ANP/Koen Suyk
‘Slechts’ 350 studenten dankzij late loting
En toch. De 1000 plekken in Martiniplaza die de tennisbond voor de komende dagen aanvankelijk hoopte bezet te krijgen met studenten, blijven voor een fors deels leeg, althans: die worden niet gevuld door studenten van de Groningse tennisclubs TAM, Veracket en GSTC. Die drie verenigingen vullen komend weekend met ‘slechts’ 350 man en vrouw het zogeheten sfeervak. ,,Als we een langere voorbereidingstijd zouden hebben gehad’’, legt TAM-praeses Tess Maathuis uit, ,,dan hadden we die 1000 man misschien kunnen regelen.’’
Tess Maathuis. Foto: TAM
Maar de loting was rond november, en toen werd pas duidelijk dat de Davis Cup naar Groningen zou komen. ,,Jammer’’, vindt Maathuis, ,,maar niets aan te doen. Wij hebben alle andere studententennisverenigingen in het land nog aangeschreven en van alles geprobeerd, maar veel studenten hadden hun wintersport al gepland en anderen hadden net een groot toernooi georganiseerd. Desalniettemin: die 350 zijn er en die gaan ook voor een onvergetelijk feest zorgen hoor!’’
Oranjefeest in Martiniplaza bij de laatste keer dat een Davis Cup-wedstrijd van Nederland in Groningen werd gespeeld, in september 2013. Foto: Jan Kanning
Voor komend weekend zijn ook voor niet-studenten nog kaarten beschikbaar, maar niet heel veel. De KNLTB verkocht tot nu toe ongeveer 3500 van de 4000 kaarten voor zowel de zaterdag als de zondag.