Columnist Maaike Borst Foto: Marcel Jurian de Jong
Omdat de tank bijna leeg is en ik toch op weg ben naar Oudeschans, moet het er maar een keer van komen.
In alle mogelijke media heb ik de laatste maanden voorbeelden gezien. Overal waar ik een flard nieuws meekreeg zag ik een poserend mens met een brandstofpistool in de hand, tegen een achtergrond van vreemde woorden, borden en vooral literprijzen.
Tanken over de grens; het is me nogal gaan tegenstaan. Ik kan het woord ‘pomp’ niet meer horen. Maar deze omstandigheden schreeuwen erom. De grens is 13 kilometer verderop en in onze tank kan bijna 70 liter. Een kwartiertje omrijden en 30 euro besparen, het zou decadent zijn om het niet te doen.
Niks geen kwartiertje
Het is een spontane actie, slecht voorbereid derhalve. Het gedoe begint als mijn 10-jarige zoon, die ik ophaal uit Oudeschans, met tegenzin de route naar Bunde invoert op mijn telefoon. 20 minuten, ziet hij ongeduldig. Niks geen kwartiertje mama!
Er staat een file vanwege grenscontroles. Had ik kunnen weten, geen moment over nagedacht, mijn paspoort heb ik niet bij me. Ik heb nu eenmaal niet het karakter van een calculerende Duitslandtanker.
Gelukkig weet lieftallige assistent Google altijd wel een manier om wat voor controles dan ook te omzeilen (alleen voor brave burgers natuurlijk) en zo leidt de weg niet over de A7 maar door Bad Nieuweschans. En daar wordt het opnieuw spannend.
De auto geeft aan dat we nog benzine hebben voor 6 kilometer. Google Maps meldt dat het dichtstbijzijnde tankstation 5 kilometer rijden is.
Zoon praat zichzelf moed in
„Hier zijn we wel voor verzekerd denk ik”, praat zoon zichzelf moed in terwijl hij de metertjes vergelijkt. Die van de benzinevoorraad verspringt regelmatig, dan weer 4 kilometer, dan weer 8.
Je kunt je niet verzekeren tegen je eigen domme acties, moet ik hem teleurstellen. We denken terug aan afgelopen zomer, toen onze vorige auto het begaf op Corsica en we de optie ‘vervangend vervoer’ bij de wegenwacht niet bleken te hebben.
Opgelucht rollen we een paar minuten later het terrein van het blauw-gele tankstation op. Maar als ik aan de beurt ben, komt er niets uit het brandstofpistool. „De E10 is helemaal op”, roept een Nederlandse vrouw naar me. „Ze hebben alleen nog E5.”
Ik gooi de tank vol, 66 liter voor 135,17 euro. „Nummer nein”, stamel ik bij de kassa. „Of eh, neun.”
Voortaan tank ik alleen nog in de buurt
Zoon ziet aan de overkant groot ‘tabak discount’ op de gevel van een winkel staan. Op het logo staat een molentje met een Nederlands en een Duits vlaggetje. Waarom zou je ooit hier tabak willen verkopen?”, roept hij oprecht verbaasd uit.
Ik begin met tegenzin aan een uitleg over de werking van het kapitalisme. Ondertussen neem ik me voor om voortaan alleen nog maar in de buurt te tanken – al kost het me 50 euro extra.
Die vermaledijde homo economicus zoekt het verder maar lekker zelf uit.