Columnist Maaike Borst Foto: Marcel Jurian de Jong
„Het zal zo wel donker worden”, zei de jongen uit Jemen op die eerste woensdagavond dat het weer crisis was voor het aanmeldcentrum in Ter Apel. Het was pas een uur of acht, maar wist hij veel, hij was nieuw in Nederland.
Ik schudde mijn hoofd. „Pas na tienen”, zei ik, en hij keek me verbaasd aan.
Het bleef lang licht, maar werd wel kouder. Nadat het Rode Kruis dekens en regenponcho’s uitdeelde, kreeg de jongen van een vrijwilliger op zijn kop omdat hij niets warms voor zichzelf had opgehaald. Niet stoer doen, je weet niet wat de nacht gaat brengen.
Ik had de vrouw van het Rode Kruis die hem moederlijk terechtwees vaker gezien. Bij de grote Ter Apelcrisis vier jaar geleden was ze er ook, onverstoorbaar monter en daadkrachtig. Midden in de nacht volgde ik haar toen, terwijl ze grapjes maakte met asielzoekers die in Rode Kruis-tenten moesten slapen. Communicerend met handen en voeten en humor.
Zij was er weer. Ik was er ook weer.
We keken elkaar aan en we wisten weer precies hoe het zou gaan. Iedereen zou naar elkaar wijzen, de hele dag bellen, en op het laatste moment zou buurgemeente Stadskanaal zeggen: okee, breng ze dan maar hier. Maar zover was het nog niet.
Hoe goor de dixies waren geworden
Dat het lang ging duren was al duidelijk toen aan het begin van de avond een vrachtwagen met oranje dixies aan kwam rijden. Ze werden netjes op een rijtje gezet aan de rand van het grasveld, geregistreerd door deels dezelfde cameramensen en fotografen als vier jaar geleden. Toen schoten ze uiteindelijk beelden van hoe goor die mobiele toiletten waren geworden.
Het wachten duurde zo lang dat we vanzelf wat gingen bijkletsen. De een had een dochtertje gekregen, de ander net zijn zoon naar schoolkamp gebracht. We waren, omdat de crisis pril was en elk Nederlands medium verslaggevers had gestuurd, met ongeveer net zoveel journalisten als er bedloze asielzoekers rondliepen.
Ook Ter Apelers die ik jaren niet had gezien kwamen langslopen. De vrouw die altijd alles in de gaten hield kwam met haar hondje vertellen wat hier allemaal gebeurde op de avonden waarop er geen journalisten waren. Ze was boos over de hele toestand, maar kletste wel vriendelijk met drie Palestijnse mannen die van haar wilden weten wat er aan de hand was.
Het leek wel een filmset
Toen het uiteindelijk echt donker werd, zette SBS6 met een felle cameralamp het grasveld in het spotlicht. Zo leek het bijna een filmset. De aluminium isolatiedekentjes waar sommige mannen onder waren gekropen schitterden, de smalle populieren wierpen lange schaduwen, de Rode Kruis-vrijwilligers figureerden met hun dekens en ponchos als de helden van de avond.
Nadat de jongen uit Jemen braaf zijn regencape had aangedaan, met de capuchon over zijn hoofd, vroeg hij me hoe hij eruitzag.