Een paar keer per dag hoor ik op de radio een van regeringswege uitgezonden dialoogje tussen een man en vrouw die verschrikt vaststellen dat er geen water uit de kraan komt en dat het internet het niet doet, waarna een ernstige stem waarschuwt dat het er niet om gaat of, maar wanneer zoiets gaat gebeuren.
Ik erger me daar ten zeerste aan. Het is mijns inziens niet de taak van de overheid paniek te zaaien over een mogelijke ramp, maar zo’n ramp te voorkomen. Hetzelfde geldt voor het zogeheten ‘noodpakket’. Het geeft geen pas bij het minste of geringste probleem de verantwoordelijkheid bij de individuele burger te leggen, in plaats van actie te ondernemen, zoals je mag verwachten van deugdelijke bestuurders.
Allemaal een blauwe hoed
Ik ontken geenszins dat er gevaren dreigen en gruwelijke ontwikkelingen mogelijk zijn – als de hemel valt hebben we allemaal een blauwe hoed – maar de suggestie dat het wel losloopt wanneer we genoeg drinkwater hebben ingeslagen, schept een misleidende schijnveiligheid. Het doet denken aan het advies van de Bescherming Burgerbevolking uit de jaren 50 om als de Bom viel onder een tafel te schuilen.
(In het stadje waar ik opgroeide was destijds een notaris, die een schuilkelder onder zijn woning had laten bouwen, die bijna net zo groot was als het huis zelf. Ik heb daar veel gespeeld met zijn kinderen.)
Het ‘noodpakket’ doet denken aan het advies uit de jaren 50 om als de Bom viel onder een tafel te schuilen
De over ons gestelden hebben weliswaar weinig invloed op het grote wereldgebeuren, maar de kortzichtigheid met betrekking tot een aantal dingen die je ruim van tevoren had kunnen zien aankomen, is schrijnend. Dat geldt in de eerste plaats voor het klimaat; de geschiedenis leert evenwel dat er eerst iets verschrikkelijk mis moet gaan, vóór er iets ondernomen wordt. Het Deltaplan werd pas uitgevoerd ná de watersnoodramp van 1953.
Iets soortgelijks doet zich voor met de razendsnelle technische ontwikkeling. De hele maatschappij is in een mum van tijd gedigitaliseerd, zonder dat men adequate maatregelen ter beveiliging getroffen heeft, met gevolg dat een enkel handig jongetje aanzienlijke segmenten van de samenleving door middel van een cyberaanval plat kan leggen.
Dieptepunt 2025
De Zweedse rijkskanselier Oxenstierna sprak in 1654 op zijn sterfbed tot zijn zoon: ‘Weet je dan niet, mijn jongen, met hoe weinig wijsheid de wereld bestuurd wordt?’ (om duistere redenen zei hij dat in het Latijn, maar dat zal ik u besparen); een gezegde dat nog onverminderd geldig blijkt, zeker in onze dagen, nu het niveau van de ‘groten der aarde’ er allengs minder op vooruit gaat.
In alle jaaroverzichten wordt 2025 als een dieptepunt gezien, maar ik ontwaar weinig tekenen dat het in de komende tijd beter zal worden, met een democratisch gekozen machtigste man ter wereld, die qua corruptie zijn gelijke niet kent, en een door hem bewonderde gangster als tegenhanger.
In 1866 viel Pruisen Oostenrijk en Beieren aan, en versloeg beide landen. De Pruisische machthebber Bismarck eiste enorme herstelbetalingen en een vijfde van het Beierse grondgebied op. Het argument van de Beierse premier dat zij de oorlog niet begonnen waren, beantwoordde Bismarck cynisch met de opmerking dat het in een oorlog niet om gerechtigheid, maar om macht ging. Komt u dat ook bekend voor?