Het eerste woord van Bert is bal. Of eigenlijk ‘ba’, maar hij bedoelt bal, dat weet ik omdat hij elke keer dat hij dit woord zegt een bal aanwijst. Dat is makkelijk, want op het moment stikt het in de wereld van de ballen.
Ze hangen als versiering in supermarkten, ze staan afgebeeld op advertenties in bushokjes, op de voorkanten van alle tijdschriften en kranten staan oranje mannetjes met een bal onder hun voet. Heerlijk én slopend voor Bert, die met elke bal wil spelen. De opvang zegt: Bert is erg goed in delen, behalve wanneer er een bal aan te pas komt. Dan niet.
Zoals Bert zijn er natuurlijk miljoenen jongens en meisjes over de hele wereld. Ze dribbelen door de speeltuin heen, ze spelen op veldjes, pleintjes, bouwterreinen, geven beroerde steekpassjes op hun vriendjes, proberen panenka’s uit en falen jammerlijk, schoppen de bal ver over de hekken heen en halen hem met een stok uit de sloot. Ze gooien een balletje op en neer terwijl ze in een gerieflijke leunstoel zitten en beweren bij hoog en bij laag dat ze profvoetballer hadden kunnen worden, maar dat een aanhoudende knieblessure roet in het eten gooide.
De kans is groot dat je elkaar kunt vinden in de voorliefde voor de bal
Of je nu een opaatje bent uit Sierra Leone of een tiener uit Groenland, de kans is groot dat je elkaar kunt vinden in de voorliefde voor de bal. Er bestaat een volstrekt overtrokken cola-reclame uit de begin jaren tweeduizend, waar David Beckham en zijn vrienden met een voetbal een einde maken aan een overval van middeleeuwse struikrovers, en hoewel dat natuurlijk klinkklare onzin is, word ik toch vrolijk van het idee dat spelen met een bal iets is dat in alle tijden en op alle plekken ter wereld plezier geeft.
Daarom is het ook zo’n schande dat het grootste potje balschoppen ter wereld al voor het eerste fluitsignaal dat plezier te grabbel gooit.
Een stinkende laag machtspolitiek en uitsluiting
De beste scheidsrechter van Afrika wordt aan de grens geweigerd omdat hem, zonder enig bewijs, banden met terroristische organisaties wordt verweten. De Senegalese ploeg wordt van op denigrerende wijze gefouilleerd bij aankomst, de Oezbeekse ploeg wordt zelfs gecontroleerd met honden. Een Iraakse spits wordt zeven uur lang op het vliegveld ondervraagd, visa voor stafleden van deelnemende moslimlanden worden niet afgegeven en fans van kleur moeten vrezen voor hun veiligheid wanneer ze een wedstrijd bezoeken omdat de Amerikaanse overheid niet wil garanderen dat de moorddadige immigratiedienst ICE wegblijft van het grootste sportfeest ter wereld.
Zo wordt een evenement dat in essentie natuurlijk heel vrolijk is, op mondiaal niveau een spelletje spelen waar miljoenen, of misschien zelfs miljarden, al van kinds af aan plezier aan beleven, bedekt onder een stinkende laag machtspolitiek en uitsluiting. Dat is ongelooflijk zonde. En ik snap niet waarom zoveel liefhebbers van spelen met de bal dit zo gelaten laten gebeuren.
Ik glimlachte meewarig
Maar misschien is, moet ik met frisse tegenzin toegeven, die machtspolitiek en uitsluiting evengoed ingebakken in de menselijke soort. Vorige week zei een meisje in de speeltuin tegen mij dat Bert niet van de glijbaan mocht ‘omdat hij een lelijk gezicht heeft.’ Iets in mij gilde direct terug dat zijzelf een rotkop had, maar dat zei ik niet, ik glimlachte alleen meewarig. Toen rolde ik de bal van de glijbaan vandaan, wetende dat Bert er direct achteraan zou hobbelen. Samen liepen we naar een leukere plek toe.