Welk verhaal is jou dit jaar het meeste bijgebleven? Die vraag kreeg ik onlangs vanuit Hilversum, van mijn collega’s bij het Radio 1-journaal. Goede vraag.
Als correspondenten zijn we eigenlijk vooral bezig met het nu, of met het plannen van verhalen die we in de toekomst willen maken. Aan het einde van het jaar mogen we nu ook een keer terugkijken.
Het was een bewogen jaar, met verhalen over allerlei soorten onderwerpen. Van massale protesten in Kenia tot de nasleep van een staatsgreep in Niger. Lokaal verbouwde tarwe in mijn thuisland Senegal en de primeur van een malariavaccin in Kameroen. Maar ik noem hier een ander verhaal. Ik waarschuw u alvast, vrolijk is het niet. Maar ik vind het belangrijk om het ook in deze rubriek te hebben over datgene dat mij dit jaar het meeste raakte: meisjesbesnijdenis in Gambia.
Als eerste land in de wereld, dreigde het West-Afrikaanse land dit jaar het verbod op besnijdenis weer terug te draaien. Ja, u leest het goed: het besnijden van weerloze meisjes weer toe te staan. In het parlement was althans besloten om daar onderzoek naar te doen. Want, zo vertelde de politicus mij die deze wetswijziging voorstelde: het besnijden van meisjes hoorde nu eenmaal bij hun cultuur.
Het voelde zo vreemd, zo absurd, dat een parlement dat uit bijna alleen maar mannen bestaat, over het lot van zoveel meisjes en vrouwen kon beslissen. En dan ook nog eens over een ingreep met levenslange gevolgen, zoals incontinentie, chronische pijn en soms zelfs dodelijke complicaties bij bevallingen.
Het besnijden wordt in Gambia meestal bij heel jonge meisjes gedaan, soms zelfs bij baby’s. Sinds 2015 is het bij wet verboden, maar in de praktijk gebeurt het nog altijd stiekem. Volgens Unicef is bijna driekwart van de meisjes en vrouwen in het land besneden, een van de hoogste percentages ter wereld.
Er zijn allerlei gradaties. Soms halen ze een stukje weg van de clitoris, soms nemen ze ook de binnenste en buitenste schaamlippen mee en naaien ze de vulva vervolgens dicht, op een klein stukje na waardoor moet worden geplast en gemenstrueerd. Pas na het huwelijk, als er seks in het spel komt, wordt een vrouw weer ‘opengemaakt’.
Dat laatste was ook Jaha Dukureh overkomen, een activiste die ik sprak in de Gambiaanse stad Serrekunda. Zij woonde al een tijdlang in New York, maar verbleef nu in Gambia zolang het verbod op besnijdenis dreigde ongedaan te worden gemaakt. Voor en achter de schermen probeerde ze politici ervan te overtuigen om vooral vóór het verbod te blijven stemmen.
Daarin stond ze zeker niet alleen: overal in Gambia kwamen jongeren in actie tegen Female Genital Mutilation (FGM). Maar eenvoudig was het absoluut niet. Parlementsleden, die worden gekozen als afgevaardigden van een district, waren bang om hun (conservatieve) achterban kwijt te raken.
Het probleem was dat de voorstanders van de praktijk óók hun eigen lobby hadden. Een van hun boegbeelden was een bekende imam, Abdoulie Fatty. Ik zocht hem op in de middelbare school waar hij ook doceerde. De rust zelve, zijn mondhoeken lichtjes gekruld, legde hij me uit dat het besnijden van vrouwen helemaal niet zo erg was als ‘activisten’ zoals Dukureh beweerden. Hij vergeleek de ingreep met een vingerprik.
Hallo, wie wordt daar niet boos van?
Zelden moest ik zo hard mijn best doen om mijn emoties in toom te houden. Maar een vingerprik. Hallo, wie wordt daar niet boos van? Het enige dat ik op dat moment kon doen, was kritische vragen blijven stellen. En vervolgens het verhaal zo goed mogelijk monteren en opschrijven, zodat het Nederlandse publiek deelgenoot kon zijn van wat ik in Gambia had gezien.
Afgelopen zomer was het parlement er eindelijk uit: het verbod houdt stand, meisjesbesnijdenis blijft verboden. Een enorme opluchting. Ik ben ervan overtuigd dat naast de tomeloze inspanningen van internationale organisaties en activisten zoals Dukureh, ook de pers een rol hierin heeft gespeeld. Het werd politici te heet onder de voeten.
Ook de voorlichtingsbijeenkomsten rondom het thema hebben geholpen, vertelde Gibbi Mballow aan de telefoon, een van de weinige parlementsleden die zich openlijk voor het verbod durfde uit te spreken. „Het bewijs was onomstotelijk,” zei hij. ,,Meisjesbesnijdenis is schadelijk en een schending van vrouwenrechten.”
Maar dat de discussie in Gambia weer is opgelaaid, heeft veel Gambianen met de neus op de feiten gedrukt. Er is nog veel werk te doen. ,,Vanuit de gezondheidszorg moet beter worden gecontroleerd,” zei Gballow. ,,En als men een besneden meisje ontdekt, moeten de daders worden vervolgd.”
Het is nu afwachten of dat ook werkelijk gaat gebeuren. Hopelijk kan ik volgend jaar weer naar Gambia toe, om daar een vervolgverhaal over te maken. Want een onderwerp dat zó veel indruk maakte, verdient het om onder de aandacht te blijven. Ook als het grote nieuws weer voorbij is
Dagblad van het Noorden en Leeuwarder Courant publiceren iedere week een column van Onze Vrouw/ Man, een van de acht mediacorrespondenten uit een ander continent.
Saskia Houttuin (La Tronche, 1988) is geboren in Frankrijk en opgegroeid in Leeuwarden. Na haar studie journalistiek werkte ze bij de Afrika-redactie van de Wereldomroep en de VPRO. Ze werkt nu als freelance correspondent in Senegal voor de NOS, de Volkskrant en het radioprogramma Bureau Buitenland. Ze woont met vriend en twee kinderen in hoofdstad Dakar.