Jongeren krijgen op social media de vraag of ze klusjes willen opknappen voor criminelen. De grens tussen goed en fout is soms lastig en hulp inroepen is voor hen helemaal moeilijk. Vooral ouders moeten hiermee aan de slag.
Bijna een kwart van de jongeren in het Noorden heeft wel eens een bericht gezien, waarin geld (of iets anders) wordt geboden voor het opknappen van een klusje dat mogelijk illegaal is. Een op de acht is persoonlijk benaderd. En vier op de tien jongeren kennen dan ook wel iemand die het doet. Denk aan het verkopen of bezorgen van drugs of vapes, diefstal of het onder druk zetten van iemand.
De tijd dat je criminelen kon herkennen aan een ‘onguur uiterlijk’ (wat dat ook mocht betekenen) is duidelijk voorbij, zo blijkt uit de cijfers die Trendbureau Drenthe en het Sociaal Planbureau Groningen gisteren publiceerden. Zo’n anonieme vraag komt gewoon binnen tussen berichten van vrienden, spectaculaire filmpjes en de reclame.
Andere dingen veranderen niet. Jongeren weten dat leeftijdsgenoten zich laten verleiden omdat het status oplevert. Nog meer dan geld, want dat staat op de tweede plek. Dat zulke jongeren de grens tussen legaal en illegaal niet duidelijk zien, blijkt wel uit het feit dat ze er ook online over opscheppen.
Van elkaar hebben ze het snel door. Maar ze praten er niet over buiten hun eigen kring. ‘Snitchen’, elkaar verraden, dat is een onderwerp dat jongeren sterk bezighoudt, zo melden de onderzoekers die ook op school met jongeren hebben gesproken. De angst om te ‘snitchen’ toont de moderne tijd van individualisering. ‘Je moet je eigen problemen oplossen’, zo kregen de onderzoekers te horen.
Onze gedoogcultuur maakt het onderscheid ook niet helderder
Het moderne Nederland maakt het jongeren niet makkelijk om goed en fout te herkennen. Op internet lijkt alles normaal. Groepsdruk lijkt belangrijker dan je eigen grenzen. En de gedoogcultuur, bijvoorbeeld van drugsgebruik, maakt het onderscheid ook niet helderder.
Maar de meeste jongeren voelen het best aan wanneer de grens in zicht komt. De onderzoekers vinden daarom dat er al op de basisschool aandacht aan moet worden besteed. Prima, maar scholen hebben al zo veel op hun bordje. Degenen die jongeren het beste normbesef kunnen bijbrengen, zijn de ouders. Zij moeten over goed en fout praten. Thuis.