Dennis Norberhuis doet aan Haedong Kumdo, een oosterse zwaardvechtsport. Foto: Corné Sparidaens
Hoe, waar en met wie breng jij je vrije tijd door? Dennis Norberhuis (36) uit Hoogezand is helemaal in de ban van de Oosterse zwaardvechtkunst Haedong Kumdo.
Haedong Kumdo, hoe spreek je dit uit? ,,Ja, bijna goed. Je spreekt het uit als hédonggg koemdo. Het is een zwaardstijl uit een heel oude Oosterse zwaardvechtkunst, uit de tijd dat Korea onderdrukt werd door China en Japan (Joseon-dynastie, 1392-1897, red.). De Koreanen mochten destijds aan geen enkele vorm van vechtsport doen. Wel documenteerden ze alle kennis die ze opdeden door de kunst af te kijken van de Chinezen en Japanners. En zo is deze zwaardkunst eigenlijk ontstaan, door meerdere stijlen te combineren. Het sierlijke van kung fu, het strakke van samoerai’’, vertelt Dennis Norberhuis (36) uit Hoogezand. Haedong Kumdo betekent letterlijk ‘de weg van het zwaard van het Oosten’.
Twee-zwaarden-systeem
Op zijn 10de maakte Dennis kennis met vechtsport. Eerst karate, gaandeweg raakte hij in de ban van het zwaard. ,,Mijn karateleraar, tevens familie, begon daarmee in 2003. Destijds zag je dit nergens anders. En nog steeds is het niet heel bekend. Het is iets van vroeger, traditioneel, het is dynamisch, biedt structuur. En natuurlijk, het twee-zwaarden-systeem!’’
Martial arts is nu niet meer weg te denken uit zijn leven. Hij werkt zelfs bij een webshop gespecialiseerd in vechtsportartikelen. Ernaast heeft hij, sinds 2016, zijn eigen club in Groningen: Ssang Su Kwan. ,,Ik mocht af en toe lesgeven als invaller. Dat lag mij goed, merkte ik. Het doorgeven van zwaardkunde, dat is mijn drive. Te zien hoe de leerlingen mijn kennis oppakken, hoe ze groeien in de sport, fantastisch! Lesgeven doe ik twee tot drie keer per week. De jongste leerling is 8 jaar, de oudste over de 60. Dat is het leuke eraan, het is echt voor iedereen. Zelf train ik drie keer per week. Al is dat nu iets minder, ik ben net vader geworden.’’
Als schakelen in de auto
De magie van Haedong Kumdo? ,,Zodra ik mijn zwaard losklik, raak ik in een soort hyperfocus. Dan denk ik nergens meer aan, ben ik helemaal in het hier en nu. En hoe minder je denkt, hoe beter het gaat. De bewegingen gaan automatisch. Het zwaard wordt een verlengstuk van je armen, zeg ik altijd tegen mijn leerlingen. Vergelijk het met schakelen in de auto. In het begin kijk je steeds naar de pook als je moet schakelen, maar op een gegeven moment voel je gewoon aan waar die heen moet.’’
Het zwaard met één snijbeweging uit de houder trekken, loopvormen, sparren, snijden in matten, bamboe of zo recht mogelijk door papier snijden, het zijn een aantal onderdelen. Veiligheid staat voorop. Beginners oefenen met een enkel houten zwaard. ,,In het begin ligt de focus echt op de technische kant. Je slag, de draaibewegingen, de balans. Hoe meer ervaring, hoe meer fysieke uitdaging. En uiteindelijk ga je ook met twee zwaarden aan de slag.’’
Zeg, hoe gevaarlijk is dat eigenlijk? ,,Even afkloppen, maar er is nog nooit iemand gewond geraakt, nog nooit een vinger afgesneden of wat dan ook. We hebben één keer een pleister geplakt, voor een heel klein sneetje. En als we sparren doen we dat met een oefenzwaard, een fukuroshinai. Ja, alweer zo’n mooi woord! Je spreekt het uit als...’’
Aanmelden
Wil je ook eens in deze rubriek? Mail naar bijlagen.dagbladen@mediahuis.nl