Of het nu de manege, FC Ter Apel of de carnavalsvereniging is: John Krops uit Ter Apel neemt bewoners van het asielzoekerscentrum (azc) overal mee naartoe voor vrijwilligerswerk. „Om half acht hoor ik al: ‘Mister John, waar gaan we heen?’”
Op een stralende ochtend rijden vier asielzoekers op kanariegele fietsen het terrein van voetbalvereniging FC Ter Apel op. De een dik ingepakt, met een hoge wollen muts ver over zijn voorhoofd getrokken, de ander op slippers en sokken.
„Good morning”, roepen ze bij aankomst. Lang blijven ze niet staan. Ze lopen door naar een veld waar fietsenrekken verplaatst moeten worden. Een voor een sjouwen ze de rekken richting de kantine.
John Krops (48), werkzaam bij de Job Office van het azc in Ter Apel, kijkt tevreden toe. Asielzoekers melden zich bij hem en zijn collega’s als ze vrijwilligerswerk willen doen. „We begonnen met de voetbalclub, daarna kwam de manege”, vertelt hij. „Inmiddels werken we samen met zo’n 30 partijen in en rond Ter Apel, van eenmalige activiteiten tot wekelijkse inzet en evenementen.”
De groep vrijwilligers is divers: de mannen komen onder meer uit Soedan, Sierra Leone, Jordanië en Nigeria. Foto: Huisman Media
De geboren Ter Apeler werkt zeven jaar voor het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) en vormt de schakel tussen organisaties die vrijwilligers zoeken en bewoners van het azc. „Ik zeg altijd voor de grap: ik doe de PR voor het COA, namelijk proaten en rondrieden. Ik ga overal langs”, zegt de voormalig zelfstandig hovenier. „Aan de bar hoor ik vaak: ‘Hé Kropsie, bist doe dat mit die asielzukers?’ Dan raak je in gesprek: wat kunnen we voor jullie betekenen?”
Ik doe de PR voor het COA, namelijk proaten en rondrieden.
Krops staat er nog bij als de eerste rekken worden versleept, maar dan gaat zijn pieper. Hij is vrijwilliger bij de brandweer. „Ben zo terug, het is een CO₂-melding.” Hij springt in de auto en rijdt met spoed richting het dorp. De asielzoekers werken onverstoorbaar door.
Stressverlagend
Een van hen verblijft pas een maand in Ter Apel. Hij komt uit Nigeria en begon kort na zijn aankomst met vrijwilligerswerk. „Dit werk helpt me te ontspannen”, zegt hij. „In mijn land was mijn leven stressvol. Gewoon bezig zijn maakt me blij.”
De mannen praten graag over hun ervaringen, maar blijven anoniem omdat hun asielprocedure nog loopt. De 30-jarige Nigeriaan loopt met een brede glimlach over het sportpark en raakt niet uitgepraat over Nederland. „Als ik zeg dat Nederland mooi is, is dat eigenlijk nog een understatement. Het is prachtig. Fantastisch.”
Een andere vrijwilliger, 31 jaar en afkomstig uit Sierra Leone, woont vier maanden in het azc. „Het leven daar is druk”, vertelt hij. „Veel verschillende mensen, veel geluid.”
Buiten werken geeft rust. „Hier kan ik even ademhalen. Als je de hele dag binnen zit, ga je veel piekeren.” Hij heeft al op verschillende plekken geholpen: bij sportclubs, op scholen, bij de manege tussen de paarden en bij het carnaval. „Dat vond ik heel bijzonder.”
Asielzoekers verplaatsen picknicktafels bij FC Ter Apel. Foto: Huisman Media
Geen anonieme gezichten meer
Voor deze asielzoekers is contact met het dorp een belangrijke reden om vrijwilligerswerk te doen. Het slaan van een brug tussen de omgeving en de bewoners van het azc is ook waar Krops naar streeft, vertelt hij wanneer hij terugkeert nadat de CO₂-melding met een sisser is afgelopen.
In en rond Ter Apel is al jaren sprake van overlast, zoals winkeldiefstallen, ordeverstoringen en onrust in het openbaar vervoer. Daarbij gaat het vaak om asielzoekers uit zogenoemde veilige landen, die weinig kans maken op een verblijfsvergunning. Hetzelfde speelt in onder meer Emmen en Nieuw‑Weerdinge en leidt tot spanningen in de omgeving.
Volgens Krops kan meer contact helpen om die spanningen te verminderen. Door vrijwilligerswerk krijgen bewoners van het azc een ander gezicht in het dorp. „Dan zijn het geen anonieme mensen meer, maar gewoon jongens die helpen sjouwen, schoonmaken of een evenement voorbereiden. Als je elkaar leert kennen, ontstaat er vanzelf begrip.”
John Krops (48) bij FC Ter Apel. Foto: Huisman Media
Handen en voeten
Dagelijks gaan volgens hem zo’n 200 tot 300 vrijwilligers aan de slag, ook op het COA‑terrein. „Van tolken tot mensen die papier prikken, noem maar op.”
Officieel begint de ‘werkdag’ om negen uur, vertelt hij. Ze werken dan tweeënhalf tot drie uur per dag en krijgen 18 euro per week voor hun vrijwilligerswerk. „Maar vaak staat de eerste al om half acht klaar”, zegt Krops, die zelf ook vaak vroeg op het azc is. „Hello mister John, what are we doing today?’ Dan zeg ik: ho even, rustig aan, mijn dag moet nog beginnen.”
Ik lever geen gratis arbeiders; het moet echt vrijwilligerswerk zijn. Met een kopje koffie, koekje en een sociaal praatje.
Met zijn vrijwilligers is Krops naar eigen zeggen op veel plekken welkom. Daarbij stelt hij wel één voorwaarde: „Ik lever geen gratis arbeidskrachten voor bedrijven. Het moet echt vrijwilligerswerk zijn, met een kop koffie, een koekje en ruimte voor een praatje.”
In de praktijk werkt dat goed. Taal vormt zelden een belemmering. „Ik spreek geen hoog Engels, de vrijwilligers ook niet en de bewoners vaak evenmin. Maar met handen en voeten komen we een heel eind en is al snel duidelijk wat er die dag moet gebeuren.”
Weerstand
„Wil je een bakje koffie?” roept Kasper Schut (69) vanuit de kantine. Op het sportpark verplaatsen de asielzoekers intussen de picknicktafels.
Schut woont om de hoek. Sinds zijn pensioen vier jaar geleden, na jarenlang ploegendienstwerk, is hij vrijwilliger bij het COA. Op maandag gaat hij met een groepje asielzoekers naar voetbalvereniging Titan in Nieuw‑Weerdinge, op donderdag naar FC Ter Apel.
Niet iedereen vond dat een goed idee. „Toen ik dit werk ging doen, kreeg ik kritiek van alle kanten. Ook van familie. Mensen zeiden: wat doe je wel niet met die asielzoekers?” Het raakte hem zo dat hij tijdelijk stopte. „Daar kon ik slecht mee leven.” Een jaar later meldde hij zich opnieuw aan. „Ik dacht: potverdikkie, ik laat me toch niet piepelen.”
Op de foto van links naar rechts Kasper Schut (69), John Krops (48) en Jan Wiegers (82). Foto: Huisman Media
Ik dacht: potverdikkie, ik laat me toch niet piepelen.
Dat het dorp vaak negatief in het nieuws komt, ziet hij ook. Zijn eigen ervaringen zijn anders. „Als ze mijn fiets stelen of mijn dochter iets aandoen, praat ik misschien anders. Maar tot nu toe heb ik alleen goede ervaringen. Het zijn aardige jongens, hè Jan?”
Jan Wiegers (82), al meer dan dertig jaar beheerder van de kantine van FC Ter Apel, knikt. „Ze sjouwen voor mij de kistjes bier”, zegt hij. „Dat goa ik nait meer doun.” Schut glimlacht. „Ze helpen opa, zo noemen we Jan hier. Voor de rest zijn ze wat aan het vegen, sjouwen, blazen en schoffelen.”
Wiegers: „As je ’t gewoon aanwiezen, den doun ze dat.”
Wat dacht hij toen er voor het eerst asielzoekers kwamen helpen? „’t Bin ook gewoon normoale menksen. Vanzulf zit der ook wel tuig tussen de asielzukers. Moar dat zit der bie ons ook.”
Voor COA-vrijwilliger Schut zit de voldoening vooral in het contact. „Andere culturen, andere mensen. Een babbeltje maken. Ik vind het hartstikke leuk.”
Of het vrijwilligerswerk ook de band tussen het azc en de lokale omgeving versterkt, weet hij niet. „Mensen die negatief zijn, krijg je vaak niet op andere gedachten.” Hij haalt zijn schouders op. „Maar als ik over het COA‑terrein loop en ze roepen: ‘Hello mister Kasper, how are you?’, dan vind ik dat mooi.”
Frikandellen als bedankje
Na anderhalf uur zit het werk erop. Er wordt nog een laatste bakje koffie gedronken en daarna stappen de mannen weer op de fiets, terug naar het azc.
„Ik ben altijd blij als ik wat te doen heb”, zegt een 44‑jarige vrijwilliger uit Soedan. Hij vertelt dat hij is gevlucht voor de oorlog in zijn land en inmiddels zeven maanden in Ter Apel verblijft. „In het azc slaap ik veel. In Soedan was het leven heel zwaar. Dit werk helpt me om mijn hoofd leeg te maken.”
In zijn thuisland was hij zakenman. „Maar hier wil ik alles wel doen. Het maakt me echt niet uit.”
De asielzoekers fietsen van en naar vrijwilligerswerk. Foto: Huisman Media
Voor Krops is de missie nog niet afgerond. Hij wil het vrijwilligerswerk verder uitbreiden, onder meer naar Ter Apelerkanaal. „We hebben hier lang naast elkaar geleefd en elkaar vooral getolereerd, en niet als buren gezien”, zegt hij. Hij hoopt dat het vrijwilligerswerk de dynamiek tussen het azc en de omgeving verandert.
Dat het contact werkt, ziet Krops terug in kleine gebaren. Zo werd er onlangs een warmejassendag georganiseerd door FC Ter Apel, als bedankje voor de vrijwilligers. „Dan wordt er een enorme bult jassen en schoenen gebracht”, zegt hij. „Dat zijn echt initiatieven van dorpelingen.”
Ook werden de vrijwilligers uitgenodigd voor een frikandellen-eetwedstrijd bij carnavalsvereniging De Bultruters. „Dan doen die jongens gewoon mee”, zegt Krops. „Mooi man.”