Renee Wesselman en Ronald Brugge voeren een buizerd. Foto: Huisman Media
Dierenopvang Faunavisie Wildcare in Blijham sluit na twee jaar de deuren. Het lukt de eigenaren Renee Wesselman en Ronald Brugge het niet langer om de kwaliteit van zorg te kunnen garanderen voor de opgevangen dieren.
„Wij hebben deze moeilijke beslissing moeten nemen omdat wij te veel werk hebben en onvoldoende financiële ruimte om de opvang van dieren te combineren met ons werk”, verklaart Wesselman. Sinds begin deze week neemt de dierenopvang Blijham geen dieren meer aan van de dierenambulance Ter Marse. Particulieren kunnen nog tot het eind van de maand terecht in Blijham met hun gewonde of zieke dieren.
Twee jaar geleden opgezet
Twee jaar geleden zetten Brugge en Wesselman de dierenopvang op in Blijham, als onderdeel van de Stichting Faunavisie Wildcare, als opvangpunt voor dieren in Oost-Groningen. Voor die tijd moesten aangetroffen dieren worden vervoerd naar het hoofdkwartier van de stichting, in Westernieland. Vanuit de gemeenten Stadskanaal, Midden-Groningen, Hunze en Aa, Westerwolde en Borger-Odoorn bracht de dierenambulance wilde dieren. Eerder dit jaar was er nog sprake van grote drukte als gevolg van de coronacrisis.
Financieel uitgeput
Deze toenemende aanvoer van dieren heeft volgens het bevlogen koppel dierenliefhebbers voor uitputting gezorgd. Naast emotioneel en fysiek, zeggen ze ook financieel uitgeput te zijn. De opvang van wilde fauna wordt niet financieel ondersteund door de overheid. Wesselman en Brugge hebben de kosten hiervoor grotendeels zelf moeten dragen.
,,De inkomsten uit werk zijn ontoereikend om, naast de vaste lasten, investeringen te doen om goede huisvesting voor de dieren te realiseren, dit betekent dat ons betaalde werk de prioriteit heeft. Zonder inkomsten kunnen wij geen professionele opvang bieden voor de hulpbehoevende dieren”, aldus Wesselman. Zowel zij als Brugge heeft naast het runnen van de dierenopvang nog een fulltimebaan.
Wesselman en Brugge: „Wellicht dat we in de toekomst de draad weer op kunnen pakken.”