De gemeente Hoogeveen kan de parkeersituatie aan de Jos van Aalderenlaan in Hoogeveen ongewijzigd laten. Dat heeft de Raad van State bepaald, nadat een 73-jarige omwonende vorige maand naar de hoogste bestuursrechter stapte.
Hij is het er niet mee eens dat de gemeente en de bestuursrechter in Assen niets doen aan het parkeren voor een oprit en het hard rijden met een auto door zijn buren over het trottoir en het fietspad. Volgens de Raad van State kan de gemeente daar geen actie op ondernemen, omdat de gemeente niet gaat over strafrechtelijke verkeersovertredingen. Die vallen onder de verantwoordelijkheid van de politie.
De uitritten van de huizen in de Jos van Aalderenlaan komen uit op een fietspad. Daarna komt een groenstrook, waarvan sommige stukken verhard zijn. Daarna komt de rijweg. Op het verharde deel van de groenstrook staan auto’s. Volgens de Hoogevener belemmeren die het zicht op de weg als hij met zijn auto de straat op wil rijden.
De gemeente moet tegen die autobezitters optreden, vindt hij. „Je rijdt blind de weg op en dan kan het zomaar ‘boem’ zijn’’, vulde zijn zoon aan tijdens de rechtszitting op 13 mei in Den Haag.
Verkeerd wetsartikel
De Hoogevener vroeg de gemeente om handhaving op grond van een artikel (170) uit de Wegenverkeerswet. De Raad van State zegt dat dit wetsartikel alleen bedoeld is voor het wegslepen van foutparkeerders of van voertuigen die onveilig stilstaan. Het is ook niet bedoeld voor rijden over de stoep of het fietspad.
De hoogste bestuursrechter heeft foto’s bekeken en zegt dat vader en zoon niet aannemelijk hebben gemaakt dat de buren met het parkeren van hun auto de veiligheid op de weg in gevaar brengen. Het verzoek van de Hoogevener om dwangsommen op te leggen is door de hoogste rechter ook afgewezen.