Harry van der Tuin voor zijn appartement in een voormalige boerenschuur in Opende. Foto: Jilmer Postma
De woningnood is hoog. Er moeten zo snel mogelijk meer huizen komen. Ook woningsplitsing biedt soelaas. Boerderijen en boerenschuren vormen een aparte categorie.
Toen Harry van der Tuin (63) uit Grootegast vijf jaar geleden van zijn vrouw scheidde, was hij naarstig op zoek naar woonruimte. „Het was moeilijk iets te vinden. Er was toen ook al woningnood. Ik fietste langs deze boerderij en zag dat er appartementen in kwamen. Ik heb aangebeld en gevraagd: ‘Is er wat te huur?’ Ik was de eerste die hier kwam wonen.”
De boerderij in Opende bestaat uit een woonhuis met twee grote schuren erachter. In één ervan zijn appartementen ondergebracht: drie op de begane grond en twee daarboven. In de andere schuur woont de eigenaar-verhuurder Gerard van der Veen. Er wonen volgens Van der Tuin meest oudere alleenstaanden: gescheiden mensen, weduwen en weduwnaars.
Glunderend laat Van der Tuin achterin de boerderij zijn appartement zien. Ongeveer 80 à 90 vierkante meter groot. Een L-vormige woonkeuken, een badkamer, een wc en een slaapkamer. Gasloos, met vloerverwarming, zonnepanelen op het dak, manshoge ramen en een glazen schuifdeur naar het terras. „De meeste appartementen hebben twee slaapkamers, maar ik wilde zoveel mogelijk licht in huis. Dit is het enige appartement met aan meerdere kanten ramen.”
Hij wijst erop dat veel boerenschuren die ooit dienstdeden als koeienstal kleine ramen hebben. „Wil je wonen in een boerderij dan moeten er grote uitsparingen in de zijgevels worden aangebracht. Dat is hier ook gebeurd. Anders blijft het een donker gat.”
‘Er moeten 10.000 huizen bijkomen door splitsen’
Al vele jaren worden er pogingen ondernomen om meer woningen te bouwen. Het streefgetal van 100.000 per jaar is nog altijd ver uit zicht. Daarom wordt ook naar alternatieve oplossingen gezocht. Tijdens de Woontop in 2024 is de belofte gedaan dat er jaarlijks 10.000 huizen bij moeten komen door splitsen, transformeren en optoppen.
Dat is niet zo’n gekke gedachte, want met een gemiddeld woonoppervlak van 53 vierkante meter per persoon hebben Nederlanders vergeleken met andere Europese landen bovengemiddeld veel leefoppervlak tot hun beschikking. Dat geldt vooral voor ouderen wier kinderen de deur uit zijn. Die wonen vaak in een gezinswoning met meerdere, onbenutte slaapkamers. Voeg daarbij dat er steeds meer één- en tweepersoonshuishoudens zijn, dan is de conclusie snel getrokken.
Toch worden huizen niet vaak gesplitst. Volgens het CBS zijn er in de afgelopen jaren dankzij splitsen steeds minder woningen aan de voorraad toegevoegd. Waren dat er in 2021 nog ruim 3.600, vorig jaar daalde het tot 2.840 huizen.
‘Veel boerderijen zijn geschikt voor meervoudige bewoning’
Een aparte categorie zijn boerderijen en boerenschuren. Ook die kunnen worden verbouwd voor meervoudige bewoning. Vooral Groningen telt een groot aantal boerderijen met megaschuren, die daar in principe geschikt voor zijn.
Om dat te stimuleren heeft Pieter Parmentier negen jaar geleden de stichting erfdelen.nl opgericht: een vraagbaak voor zowel initiatiefnemers als overheden en banken. ‘Erfdelen kan een bijdrage leveren aan de doorstroming op de woningmarkt en de vitaliteit van het platteland’, lezen we op de website.
Toch hebben lang niet alle gemeenten volgens Parmentier daarvoor beleid ontwikkeld. „Naarmate er meer projecten worden gerealiseerd, krijgt het gelukkig meer bekendheid. Waar gemeenten ook aan moeten wennen is dat burgers zelf het initiatief nemen.”
‘Niet elke gemeente heeft er zin in’
Verder is de regelgeving soms een belemmering. Zo kan het volgens Parmentier veel moeite kosten de agrarische bestemming van een boerderij of boerenschuur te wijzigen in een woonbestemming. „Daar heeft niet elke gemeente zin in. Ook geven veel banken niet thuis als het gaat om financiering van dit soort projecten. Alleen Rabobank en Triodos doen dat.”
Gerard van der Veen heeft in zijn boerenschuur in Opende vijf appartementen ondergebracht. Foto: Jilmer Postma
Eigenaar Gerard van der Veen die de boerenschuur in Opende heeft laten verbouwen, kan er over meepraten. „De regelgeving is een hobbel, maar de gemeente Westerkwartier heeft destijds goed meegewerkt.”
Wel vindt hij het aantal van vijf appartementen te klein. „Niet voor de verhuur, maar om een gemeenschap te vormen. Dat is mijn missie. Een gemêleerd gezelschap in achttien à twintig appartementen zou ideaal zijn.”
Hij is van plan om achter de boerderij nog wat bij te bouwen. Iedereen is al bij hem langs geweest, uiteenlopend van de wethouder en gedeputeerde tot het Restauratiefonds en het Cultuurfonds voor Monumenten. „De ambtenaren zijn gebonden aan regels, maar begrijpen inmiddels de potentie van dit soort projecten en denken met ons mee. Dat we van die kant steun krijgen, doet ons goed. Het maakt dat we de schouders eronder blijven zetten.”
‘Daar heb ik weleens een feest gegeven voor honderd man’
Om het samenleven te bevorderen is er in de boerderij een gemeenschappelijke kamer ingericht. Verder is er op het erf een kas en een forse houten schuur voor gezamenlijk gebruik neergezet. Bewoner Harry van der Tuin: „Daar heb ik weleens een feest gegeven voor honderd man.”
Hoewel ze elkaars deur niet platlopen, hebben de bewoners wel onderling contact. „Met de kerst gaan we altijd met elkaar uit eten. Zelf zit ik hier niet primair voor contacten met de buren, maar het is wel fijn dat het kan.”
Toen Van der Tuin vier jaar geleden zijn appartement betrok, was hij van plan er hooguit een paar jaar te blijven wonen. „Het is heerlijk hier. Als ik om me heen kijk, denk ik: waar vind ik een betere plek? Waarom zou ik dan weggaan?”
„Wonen in een boerderij heeft het voordeel dat je een enorm erf hebt. Je hebt hier een kilometer vrij uitzicht. Kom daar eens om in nieuwbouw. Daar kijk je altijd recht in de ramen van de overburen. Ik heb ook iets met bomen. Moet je eens naar buiten kijken. Al die herfstkleuren: dat is toch geweldig!”