Het KNMI geeft dinsdagavond voor de zevende keer dit jaar code oranje af voor het Noorden. Waarom is het hier telkens raak? En is dit het nieuwe normaal?
Zijn we echt vaker aan de beurt?
Wat heet. Het KNMI geeft dinsdagavond al voor de zevende keer dit jaar code oranje af voor Drenthe, Groningen en Friesland. Alleen op 3 januari kleurde het Noorden níet oranje, terwijl de waarschuwing voor gladheid toen wel gold in Noord-Brabant, Zuid-Holland, Gelderland, Utrecht en Noord-Holland.
Al die andere keren was het dus telkens raak in de noordelijke provincies. En dat is opvallend vaak, aangezien 2026 nog pril is. Ter illustratie: in 2025 werd in heel Nederland slechts vijf keer code oranje afgegeven.
Hoe komt het dat het Noorden zo vaak de klos is?
Voor een antwoord op die vraag moeten we even uitzoomen, zegt KNMI-meteoroloog Rob Groenland. „Als je naar het grootschalig weerpatroon boven Europa kijkt, hangt er al langer dan een maand veel kou boven Scandinavië en Centraal- en Oost-Europa. Boven de Britse eilanden, Frankrijk en Spanje is de lucht veel zachter.”
Hij vervolgt: „,Drenthe, Groningen en Friesland zitten precies op de grens tussen koude en warme lucht. Al een week of vijf. Dat is echt opvallend. Het is echt niet nieuw dat het kouder is in het Noorden dan in Zeeland. Maar vaak duurt dat maar even. Nu trekt de kou bij jullie niet weg.”
„Nee”, antwoordt Groenland lachend. „Hier komt een einde aan. Dit gaat niet tot in lengte van dagen duren.”
Fijn. Wanneer kunnen we weer onbezorgd over straat?
Groenland: „Dat is een vraag die ons ook bezighoudt. De weer- en klimaatpluim, die een verwachting geeft voor twee weken, is heel belangrijk voor ons. Maar veel is nog onzeker. Als je nu naar Noord-Nederland kijkt, lijkt de temperatuur woensdag even boven de nul graden uit te komen. Daarna is het weer stuivertje wisselen.”
Is het strooien met kleurcodes het nieuwe normaal?
Weer nee, stelt Groenland. „Deze extreme hoeveelheid codes in korte tijd is toeval. Het ligt niet in de lijn der verwachting dat we deze ontwikkelingen vaker gaan zien. In het algemeen zal het aantal dagen met vorst door klimaatverandering bijvoorbeeld geleidelijk verder afnemen. Het dagelijks weer is slechts een soort toevalsgenerator.”