De aanhoudende bombardementen op Iran en buurlanden zorgen voor piekende benzine- en dieselprijzen. Foto: ANP
Nu Duitsland de accijnzen verlaagt met 17 cent per liter aan de pomp, zien de tankstations in de grensregio’s de bui hangen: het tanktoerisme zal verder toenemen. „Iedereen kiest voor de eigen portemonnee. En ze hebben nog gelijk ook.”
„De verschillen worden extreem”, verzucht André Braakman van Drive, de landelijke branchevereniging van pomphouders. „Het hangt een beetje af van waar je tankt, het loopt al gauw op tot 50 à 60 cent per liter. Dit begint excessief te worden.”
Deze week besloot de Duitse regering om in te grijpen op de verder oplopende benzine- en dieselprijzen. Per liter worden de accijnzen met 17 cent teruggeschroefd. Ook de meeste andere EU-landen komen met dergelijke verlagingen van de belasting of voeren een prijsplafond in. Nederland kiest vooralsnog voor een tegemoetkoming in de wegenbelasting en kilometerheffing voor busjes.
‘Dit is een wassen neus!’
„Dat levert vrijwel niets op”, rekent Edwin Rouppé voor, die met zijn Texaco in Bellingwolde de Duitse grens bijna kan zien liggen. „Laat iemand 72 euro per maand kwijt zijn aan wegenbelasting. Als dat gehalveerd wordt, maakt dat toch vrijwel niets uit als iemand met deze prijzen veel kilometers moet maken? Dit is een wassen neus!”
Voor uitbaters van tankstations in de grensregio valt al jarenlang niet op te boksen tegen de prijzen van de Oosterburen. Maar vertegenwoordiger Braakman ziet de grensregio ‘breder’ worden. „Als de verschillen nog schever worden, kan het voor mensen die verder landinwaarts wonen interessanter worden om ook even de grens over te gaan. En die doen daar meteen boodschappen. Onze economie loopt meer en meer inkomsten mis.”
Pomphouders langs de Duitse grens moeten het hebben van zakelijke klanten en een handjevol vaste klandizie. „Wij zijn nog een bemande pomp”, legt Marja Venekamp van Compas in Emmer-Compascuum uit. „We helpen ouderen die moeite hebben met tanken. We zijn dus een stukje duurder, maar het dorp gunt het ons. Dat is fijn. Maar het wordt er de laatste tijd niet beter op.”
‘Een hele dikke boterham hebben we niet van’
Venekamp ziet soms zelfs mensen die voor een paar euro bij haar komen tanken, om vervolgens daarmee de grens over te rijden. „Voor ons is het een kwestie van overleven. We hopen dat we zo lang mogelijk bestaan, maar een hele dikke boterham hebben we er niet van.”
In Bellingwolde ging daarom een paar jaar geleden het roer al om. „Want met een tankstation alleen is haast geen droog brood te verdienen”, vertelt Rouppé. Er kwam een grote winkel bij voor bouwmaterialen, aanhangerverhuur, bloemen, levensmiddelen en hij kan nog wel even doorgaan. Ook Venekamp legt zich inmiddels toe op de verkoop van andere artikelen, zoals hondensnacks.
Braakman zegt dat er voor houders van tankstations weinig anders op zit. „Het kostenpatroon is onveranderd, de loonkosten zijn de voorbije jaren zelfs gestegen. Veel ruimte om nog iets met prijzen te doen, hebben deze ondernemers niet.” Hij is bang voor een verschraling van het grensgebied. „Want mensen die de grens overgaan, kopen daar ook meteen andere dingen. Dat gaat ten koste van de voorzieningen aan onze kant van de grens.”
Rigoreuze accijnsverlaging?
Het mooiste zou zijn dat Nederland snel komt met een rigoreuze accijnsverlaging, betoogt Braakman. „Het geld dat daarmee de economie weer invloeit, maakt het volgens mij geen dure maatregel. En de hoeveelheid files neemt niet af, mensen maken de kilometers toch wel.”