Thomas Putters in de woonkamer, met op de achtergrond een kunstwerk van Maudy Alferink. Het werk is in zijn opdracht gemaakt. Foto: Harry Tielman
Het voormalige bankgebouw in Stadskanaal staat te koop. Het statige pand aan de Handelskade 43 is meer dan een eeuw oud en mag van de hand voor zo’n 9 ton. Maar dan heb je ook wat: een A++ label bijvoorbeeld.
„Het geeft zo’n rust, die hoge plafonds. Dat ga ik missen.” Thomas Putters (49) is er inmiddels aan gewend geraakt, vertelt hij. Hij woonde er zo’n twintig jaar, maar nu gaat hij verhuizen naar het zuiden van het land, voor de sport. „Ik hou enorm van windsurfen en daar heb je gebieden waar dat beter kan dan hier. Ik ga het huis wel enorm missen.”
Het oude bankgebouw in Stadskanaal staat te koop. Inclusief de kunst en meubilair: 'je zou het zelfs kunnen opdelen in meerdere woningen.' Foto: Harry Tielman
Hij laat iets unieks achter, beseft hij. Het gebouw uit 1912 werd gebouwd door de Rotterdamsche Bank (nu ABN AMRO). Dat architect Gerrit Nijhuis (tevens ontwerper van het kantoor van het voormalige Nieuwsblad van het Noorden aan het Gedempte Zuiderdiep) de opdracht meekreeg dat het gebouw wel iets mocht uitstralen, mag een dikke honderd jaar later duidelijk zijn.
Gelegen aan het Stadskanaal torent het zwarte gebouw met zijn hoge ramen uit boven andere huizen. Met drie bouwlagen is het goed voor een oppervlakte van 640 vierkante meter. Daarmee is het één van de grootste huizen die te koop staat in het Noorden. „En dan reken ik het souterrain nog niet mee.”
De kluis van de bank zit nog in het pand, er is ook een sleutel. Foto: Harry Tielman
Voor wie die ruimte te groot is, heeft Putters goed nieuws: dankzij het warmtesysteem is van iedere verdieping een afzonderlijke woning te maken. Fijn als je met de familie of vrienden onder een dak wilt wonen, maar wel je eigen huis wilt hebben.
De voormalige wachtruimte is omgebouwd tot bibliotheek en biljartkamer. Foto: Harry Tielman
Waar het gebouw oorspronkelijk werd opgedeeld in een kantoorgedeelte op de begane vloer en de directeurswoning boven de bank, zijn die na het opheffen van het kantoorgebouw tot één gemaakt. In de vroegere wachtkamer staat nu een biljarttafel, een muur is omgebouwd tot boekenkast.
Loop je door, dan kom je in het kantoor waar de bankbedienden hun werk deden. Tegenwoordig is het de woonkamer, 50 vierkante meter groot. Aan de muur hangt een groot doek Last supper van Maudy Alferink. De kunstenares maakte het olieverfdoek in opdracht van Putters, het is 4,5 bij 2 meter. Het is een nabootsing van het laatste avondmaal, maar dan met moderne artiesten en Putters en zijn dochter.
De entree van het oude bankgebouw aan de Handelskade in Stadskanaal. Foto: Harry Tielman
Wie goed kijkt, ziet voor Putters een schedel liggen. Die ligt er niet zomaar, het is een verwijzing naar zijn vak. Putters is mondziekte- kaak- en aangezichtschirurg (MKA-chirurg). „Eigenlijk wilde ik professioneel windsurfer worden. Maar van mijn ouders moest ik studeren, dus schreef ik mij in aan de opleiding geneeskunde in Groningen, in de hoop dat ik uitgeloot zou worden.”
Desondanks werd hij ingeloot en rondde zijn studie met succes af. Samen met MKA-chirurg Jurjen Schortinghuis ontwikkelde hij in 2020 een nieuwe techniek om het gebit te herstellen. In plaats van bot uit het bekken, gebruikte hij een deel van de schedel om de bovenkaak te verdikken, waardoor implantaten verankerd kunnen worden. Het zorgt voor minder pijn en patiënten ondervinden geen loopproblemen doordat hun bekken onaangetast blijft.
Het schilderij is te koop. „Probeer maar eens een plek te vinden waar het kan hangen.” In zijn nieuwe huis heeft hij het in ieder geval niet. En de studentenkamer van zijn dochter is ook geen optie. Vrijwel alles in het huis is te koop, zegt hij. Bij grote kamers horen grote meubels en dat past simpelweg niet in zijn nieuwe huis.
De slaapkamer met daarin het meubilair van de bruidssuite. Foto: Harry Tielman
Lopend door de kamers en gangen weet Putters overal wel íets te vertellen over de architectuur van het gebouw, de kunst of aanpassingen die het huis moderner maakten de afgelopen jaren. Her en der is wat onderhoud nodig, zoals stukjes tapijt: „maar dat ga ik niet meer doen. Wie weet vindt de nieuwe bewoner dat wel helemaal niet mooi en halen ze het er weer uit”
Het huis heeft een voetbalkamer, groot genoeg om een potje in te spelen. Hier zat ooit een keuken ingebouwd, de leidingen zitten nog in de muren. Foto: Harry Tielman
Bezoekers zal het niet ontgaan: zoals het huis deftig is gebouwd, zo is het ook ingericht. Al met al heeft Putters het bij elkaar geraapt, zegt hij. Veel spullen ogen antiek. In de slaapkamer wijst hij om zich heen: kaptafel, bed, kasten: het meubilair is allemaal afkomstig uit zijn bruidssuite. „Ik was na het trouwfeest ‘s ochtends op tijd beneden.” In een opwelling sprak hij de eigenaar aan of hij de inboedel van zijn slaapkamer kon opkopen. „Die vond dat prachtig en wilde meteen meewerken.”
De bovenverdieping met daarin een olypische dansvloer. Foto: Harry Tielman
Toch is het niet het antiek dat overheerst in het huis. Het is zijn sporthart. In vrijwel alle ruimtes hangen of foto’s van Putters sportieve uitspattingen (zoals de beklimming van de Mont Ventoux) of van sporticonen als Muhammad Ali. Eén kamer is volledig bedekt met kunstgras. Behalve een doel (’dat heb ik gemaakt van een oud bed’) en een paar lichte ballen is het leeg. „Dit was ooit de speelkamer. Maar toen dacht, ik waarom leggen we er geen kunstgras in? Hier is heel veel gevoetbald.” Soms voetbalde zijn zoon er met wel vijf vrienden. „En hij en ik, we hebben hier heel wat latjetrap gedaan.”
Toch is het niet de grootste sportruimte. Die titel gaat naar de bovenste verdieping waar een hoeveelheid aan sportapparatuur staat. Van gymrek tot fiets naar loopband en natuurlijk halters. Hij wijst naar de vloer. „Dat is de oude dansvloer van het Olympisch stadion”, zegt hij. Per toeval gekocht: „Ik zocht een vloer van teakhout, dit lag ergens. Ik moest twee keer op en neer met een grote aanhanger. Uiteindelijk heb ik ze latje voor latje schoongemaakt. Er zaten nog lijmresten op. Daar ben ik maanden mee bezig geweest.”
Eén van de slaapkamers op de bovenste verdieping. Foto: Harry Tielman
Sowieso is er een hoop werk verricht aan het huis. Ondanks dat het meer dan een eeuw oud is, heeft het een energielabel A++. Putters laat zien hoe dat kan. In de kelder staan drie warmtepompen, één voor elke verdieping. De pompen zijn pas twee jaar oud en draaien grotendeels op stroom van de zonnepanelen op het dak en aan de gevel: bij elkaar opgeteld zijn het er 138. In alle ramen zit dubbelglas. „Het energielabel is niet hoger omdat ik de muur niet verder kan isoleren.” De muur is namelijk vijf stenen dik. „Dat isoleert trouwens al heel goed.”
De tuin werd professioneel aangelegd, men vindt er verschillende bijzondere bloemen en planten. Foto: Harry Tielman