Kees van der Graaf geflankeerd door Chief Scientific Officer Guido Krenning (links) en toxicoloog Daniel Swart (rechts) van het Groningse bedrijf Sulfateq. Foto: Jan Willem van Vliet
Het UMCG is gestart met het rekruteren van Parkinsonpatiënten voor het testen van een nieuwe pil die bedacht is in Groningen.
Het gaat om zogenoemd Fase 2A-onderzoek, waarbij het middel voor het eerst getest wordt op werkzaamheid bij patiënten. In de vorige fase van het onderzoek naar het nieuwe medicijn werd al vastgesteld dat het middel veilig is om te gebruiken en dat er geen belangrijke bijwerkingen werden gevonden.
De bedenkers spreken van een ‘belangrijke mijlpaal’ nu hun pil in patiënten getest wordt. Verreweg de meeste potentiële nieuwe medicijnen halen deze fase niet.
Het onderzoek staat onder leiding van neuroloog professor Teus van Laar (UMCG) en wordt gefinancierd door het Turkse beursgenoteerde farmaceutische bedrijf GEN Ilac. Dit bedrijf heeft de rechten op het middel voor neurodegeneratieve aandoeningen verkregen.
Winterslaap
SUL-238, zoals het middel heet, is een bedenksel van onderzoeker Rob Henning van het UMCG. Hij raakte geïnspireerd door winterslaap: dieren die maandenlang in een toestand van extreem laag energieverbruik kunnen overleven zonder schade aan hun cellen. Vanuit dat concept ontstond het idee dat het verbeteren van de energiehuishouding van cellen mogelijk een nieuwe behandelingsstrategie kan zijn voor verschillende ziekten.
Het Groningse biotechbedrijf Sulfateq werkte dit vanaf 2012 verder uit, samen met regionale partners zoals Syncom, ABL, het UMCG en de Hanzehogeschool Groningen. De werkzame stof wordt geproduceerd door het bedrijf Ofichem in Ter Apel. Het groeide in de afgelopen jaren uit tot een omvangrijk wetenschappelijk project, waarop inmiddels dertien wetenschappers zijn gepromoveerd.
Mogelijk ook voor andere ziektes
Met de start van de Fase 2-A-studie in het UMCG wordt nu voor het eerst onderzocht of SUL-238 ook daadwerkelijk effect heeft bij patiënten met de ziekte van Parkinson. In deze studie wordt gekeken naar veiligheid, verdraagbaarheid en eerste signalen van werkzaamheid.
Als de resultaten positief zijn, kan het onderzoek worden uitgebreid naar grotere internationale studies en mogelijk ook naar andere aandoeningen waarbij de energiehuishouding verstoord is, zoals Alzheimer, hartfalen of chronische nierziekten.