Blijdschap bij de Partij voor de Dieren in Groningen door zetelwinst bij de vorige gemeenteraadsverkiezingen in Groningen. Foto: Peter Wassing
Het eerste verkiezingsdebat is geweest en er wordt druk geflyerd: de campagne voor de gemeenteraadsverkiezingen op 18 maart is begonnen. Maar hoe betaalt de lokale politiek die campagne eigenlijk?
Wie grote geldstromen van individuen verwacht in de lokale politiek, heeft het mis. Nee, geen Amerikaanse praktijken hier. De belangrijkste financieringsbron van lokale politieke partijen, en ook van lokale afdelingen van landelijke partijen, komt uit de portemonnee van raadsleden en wethouders zelf: zij dragen een percentage van hun inkomen af aan de partijkas.
Vanuit Den Haag moet enige verlichting komen, door de Wet op politieke partijen. Die geeft lokale partijen en lokale afdelingen van landelijke partijen een subsidie van in totaal 8,15 miljoen euro en moet ze financieel een zetje in de rug geven. Maar zolang deze wet nog in behandeling is, blijft het geld op de plank liggen. Maar het geld is wel nodig voor een gelijk speelveld in de lokale politiek, zegt de Vereniging Nederlandse Gemeenten.
Lokale afdelingen van landelijke partijen als D66, GroenLinks-PvdA of CDA kunnen financieel en organisatorisch gesteund worden door een landelijke organisatie. Lokale partijen als VZ Westerkwartier, Lokaal Belang Eemsdelta of de Verenigde Communistische Partij in Oldambt hebben dat niet. Zij moeten alles zelf zien te rooien.
De lokale partijen hebben de laatste jaren wel de wind in de zeilen. In zes van de tien gemeenten in Groningen werd een lokale partij vier jaar geleden de grootste.
Niet eerlijk
Bij GemeenteBelangen Veendam, de grootste in de raad, juichen ze Haags geld voor lokale partijen toe. Maar dat ook lokale afdelingen van landelijke partijen als CDA, VVD of GroenLinks-PvdA geld krijgen, vindt raadslid Christel Knot maar vreemd. „Landelijke partijen krijgen voor elke zetel in de Tweede Kamer namelijk al een subsidie. Daar betalen wij allemaal aan mee. Lokale partijen hebben dat nooit gehad. Wij moeten ons campagnebudget bij elkaar sprokkelen.”
Het wetsvoorstel noemt Knot dan ook bitterzoet. „Ik zie niet welke kloof hier precies gedicht wordt als ook lokale afdelingen van landelijke partijen geld krijgen.” Die profiteren door de landelijke partij volgens haar tenslotte ook al van goedkopere gezamenlijke inkoop van campagnemateriaal.
Met zeven raadsleden, een derde van alle zetels in Veendam, heeft GemeenteBelangen het dan nog goed voor elkaar. Omvang loont. Meer raadszetels betekent meer afdracht en dus een groter campagnebudget. Met een groter campagnebudget groeit de kans op meer zetels en dus op meer invloed. Al betekent dit niet dat het geld bij GemeenteBelangen tegen de plinten op klotst. Knot: „Wij zouden ook wel spotjes op RTV Noord of advertenties in Dagblad van het Noorden willen, maar dat is voor ons gewoon te duur.”
GemeenteBelangen en de VVD tijdens een verkiezingscampagne in 2014 in Veendam, met Christel Knot en Henk Jan Schmaal in gele jas. Foto: archief Siese Veenstra
Lokale partijen moeten daarom wat creatiever zijn, zegt VCP-fractievoorzitter Jan Kenter uit de raad van Oldambt. „Wij moeten zelf meer op de trom slaan en publiciteit zoeken in lokale media.”
Verschillen blijven
Het lokale Student en Stad in Groningen leeft primair van de salarisafdracht van haar drie raadsleden en fractieassistenten. Die leveren 6,5 procent van hun inkomen in. Het is de ruggengraat van hun campagnekas. De partij vraagt daarnaast oud-leden om donaties. Dat moet ook wel, want de eigen studentenachterban heeft relatief weinig te besteden.
Extra financiering zou volgens Levi de Jong, penningmeester van de campagne, helpen om de organisatie te professionaliseren en het politieke speelveld democratischer te maken. Maar verschillen tussen landelijke en lokale partijen blijven er altijd, zegt hij. „Een grote landelijke partij zal altijd meer middelen hebben. Maar zij hebben ook verplichtingen die wij niet hebben richting de landelijke partij, zoals dat ze een partijlijn moeten volgen. Wij hebben meer vrijheid.”
‘Was het maar zo’
De lokale afdelingen van landelijke partijen nuanceren het beeld dat over hen leeft. Ruime financiële steun vanuit Den Haag? „Was het maar zo”, zegt lijsttrekker Jim Lo-A-Njoe van D66 Groningen. De stadse afdeling moest voor de Tweede Kamerverkiezingen in oktober juist geld afdragen voor de landelijke campagne. „Ik vraag me af of er in relatie tot de landelijke partij onder aan de streep een positief of negatief saldo overblijft.”
Ook bij de VVD in Groningen is het financiële plaatje minder royaal dan soms wordt gedacht, zegt lijsttrekker Rik Heiner. Leden betalen landelijk contributie, die via een verdeelsleutel wordt uitgekeerd aan lokale afdelingen. „Het is altijd sprokkelen voor de dingen die je wilt doen”, zegt Heiner. „Het liefst koop je alle borden in de stad op, maar dat is niet te betalen. We hebben met andere afdelingen ook gekeken naar een paginagrote advertentie in Dagblad van het Noorden, maar ook dat is te duur.”
20.000 euro gespaard
Er komt dus wel ‘landelijk geld’ naar lokale afdelingen, maar het houdt niet over. „Wij krijgen tussen de 5 en 6 euro per lid van de landelijke partij”, zegt afdelingsvoorzitter Koosje van Doesen van D66 Groningen. „Daarmee kunnen we onze bestuursactiviteiten betalen en een heel klein beetje sparen.” Het valt volgens haar in het niet bij wat de lokale politici zelf opbrengen. Per fractielid - D66 heeft vijf raadszetels in het stadhuis - brengt de afdrachtregeling zo’n 90 euro in het laatje. „Zo hebben we in vier jaar tijd 20.000 euro gespaard voor de campagne.”
Daarnaast doet de afdeling aan fondsenwerving onder leden door belrondes. „Wij redden ons als relatief grote partij best”, zegt Van Doesen nuchter. „Maar stel je hebt maar twee raadsleden, dan wordt het wel ingewikkelder.”
De Partij voor het Noorden is zo’n partij met twee zetels in de gemeenteraad van Groningen. Die moet het doen met een campagnebudget van 9.000 euro, zegt lijsttrekker Leendert van der Laan. „Wij betalen met z’n tweeën elke maand 150 euro aan de vereniging. Dat gaat grotendeels naar de campagne.”
„We klagen niet hoor”, haast hij te zeggen. „De vorige campagne hebben we voor 3500 euro gedraaid en leverde twee zetels op. Geld is ook niet alles. Behendigheid, creativiteit en zichtbaarheid is de helft van het werk.” Dat politieke partijen sinds oktober vorig jaar niet meer mogen adverteren op sociale media, vindt Van der Laan spannender. „Dat heeft ons de vorige verkiezingen namelijk wel veel gebracht.”
Wat verdient een raadslid?
Het inkomen van een raadslid ligt aan het inwoneraantal van de gemeente. Zo is de maandvergoeding bij een gemeente tot 40.000 inwoners, zoals Pekela of Veendam, iets meer dan 1300 euro. Raadsleden van de gemeente Groningen vallen in de een-na-hoogste schaal: zij krijgen iets meer dan 2600 euro per maand.
De hoogte van de afdracht verschilt per partij. De SP staat bekend om haar hoge afdracht. Raadsleden van die partij staan de helft tot driekwart van hun raadsvergoeding af als een zogeheten solidariteitsbijdrage. In het geval van Student en Stad in Groningen, is de afdracht zo’n 6,5 procent. Bruto komt dat neer op zo’n 170 euro per maand.