Jur Bekooy, hier in het kerkje van Leegkerk, neemt na 42 jaar afscheid als bouwkundige van Groninger Kerken. Foto Jaspar Moulijn
Jur Bekooy (67) blies als bouwkundige tientallen kerken nieuw leven in. Nu neemt hij na 42 jaar afscheid van Groninger Kerken.
Jur Bekooy leunt met zijn rechterschouder tegen de sponning van de deuropening van het kerkje in Leegkerk. Hij oogt ontspannen, op zijn gemak. Zijn ogen vallen op het fluitenkruid dat wit afsteekt tegen het groen. Het getjilp van vogels vergezelt de zonnestralen die vrolijk over het kerkgebouw uit de dertiende eeuw dansen. Jur Bekooy spreidt zijn armen. „Kijk dan toch”, zegt hij op semi-plechtige toon. „Hiertoe zijn wij op aard.”
De kerk van Leegkerk de aanleiding voor de oprichting van de Stichting Oude Groninger Kerken. Foto Jaspar Moulijn
Het door bomen omzoomde kerkje ligt er schitterend bij. Een zeegroene dakruiter rust op een schip van rode baksteen. De wandschilderingen steken glashelder af tegen het spierwitte pleisterwerk. Het is nu nog nauwelijks te bevatten, maar in de jaren zestig verkeerde de kerk in een miserabele conditie en waren er verregaande plannen om het eeuwenoude gebouw te slopen.
In den beginne
„Deze kerk was dé aanleiding om in 1969 de Stichting Oude Groninger Kerken op te richten.” Zijn stem klinkt hol in de lege ruimte. „Het waren de jaren zestig: lang leve de vooruitgang. Heel begrijpelijk ook. Deze kerk was meer een duiventil dan een godshuis. Er zijn foto’s waarop je een duif op dat psalmbord…” Hij wijst naar een met sierlijke letters beschreven bord dat in het koor hangt. „…ziet zitten. Het was nog maar een kwestie van tijd en de boel zou hier vanzelf zijn ingestort. Ook de kerken van Oostum en Obergum in Winsum wachtten de slopershamer. Obergum was zelfs al half afgebroken.”
Dit achttiende-eeuwse psalmbord in het koor van de kerk toont de tekst van het Onze Vader en de nummers van de psalmen die tijdens het avondmaal werden gezongen. Bron Groninger Kerken
Een groepje bekommerden stond op. „Gewone mensen die tegen elkaar zeiden: ‘Maar dit mag niet gebeuren. Dit zijn middeleeuwse gebouwen.’ Zij richtten de Stichting Oude Groninger Kerken op met als doel het in stand houden van de gebouwen en het wekken van publieke belangstelling. De plaatselijke commissies met vrijwilligers die activiteiten organiseren en begeleiden vormen het kloppende hart van die kerken.”
Hoeveel kerken zijn eigendom van Groninger Kerken?
Bekooy verstout zich tot een tegeltjeswijsheid. „Niks lichamelijks is een gebouw vreemd. Want net als een lichaam moet een gebouw gebruikt worden, het moet bewegen.” Een droeve glimlach verschijnt op zijn gezicht. „Nou ja, toegegeven: sinds de bevingsproblematiek heeft dat een beetje een dubbele lading gekregen. Maar je snapt wat ik bedoel: je moet de boel openzetten.”
De stichting ontfermt zich inmiddels over 104 kerken. „We gaan niet de boer op om kerkgemeenten te vragen of ze nog een kerk willen overdragen. Nee, wij worden gevraagd en eigenlijk zeggen we nooit nee.” Groninger Kerken koopt geen kerken, maar neemt ze over van meestal kerkelijke gemeenten. Daarbij wordt het gebouw symbolisch verkocht voor één euro, samen met een zogenoemde bruidsschat: een financiële bijdrage voor het onderhoud in de eerste jaren. Alleen rijksmonumenten komen hiervoor in aanmerking. De hoogte van de bruidsschat hangt af van onder meer de staat van het gebouw en de aanwezige voorzieningen.
Kerk Garsthuizen verdween in een grindweg
„De gesprekken kunnen heel verschillend verlopen. Soms is er sprake van echte droefenis. Eeuwenlang werd er getrouwd en gerouwd. Als Groninger Kerken wordt benaderd, is God al bijna uit de kerk verdwenen. Wij zorgen ervoor dat Gods huis er weer netjes uitziet, want het blijft wel de mooiste kamer van het dorp.”
Soms zijn de kerken vervallen. „We hebben ze helaas niet altijd kunnen redden, zoals de kerk van Garsthuizen, die in 2015 is gesloopt. Echt heel jammer.” Deze kerk, gebouwd in 1871, verkeerde in een erbarmelijke staat. Sinds 1992 vonden er geen diensten meer plaats en trad het verval in. „Ontzettend jammer, het dorp deed enorm zijn best om geld voor de restauratie in te zamelen.”
De oude kerk verkeerde in erbarmelijke staat en was niet meer te redden. Ze werd in 2015 gesloopt. Foto: Archief Kees van de Veen
Dit was overigens niet de eerste keer. Ooit stond er een schitterende kerk uit de dertiende eeuw, die in de tweede helft van de negentiende eeuw werd gesloopt. Het puin werd gebruikt voor de aanleg van een… grindweg.
Pardon?
Dat zit zo: de voormalige gemeente Stedum was begonnen met de aanleg van grindwegen. Tot ontsteltenis van de inwoners van Garsthuizen werd hun dorp niet op deze snelweg avant la lettre aangesloten. Maar waar moest dat grind vandaan komen? Precies. Het godshuis werd verkocht aan de aannemer van de grindweg; met de opbrengst werd een nieuwe kerk gebouwd die nog geen anderhalve eeuw later alsnog het loodje legde.
Landmerk
Groninger Kerken is eigenaar van de locatie en laat er een gloednieuw landmerk neerzetten dat een toren van 12 meter hoog krijgt. Nou ja, gloednieuw: de stenen van zijn voorganger worden erin verwerkt. De financiering van het project Hart voor Garsthuizen – zo genoemd omdat het dorp zijn hart terugkrijgt – is rond. De bevolking hoopt dat binnenkort de eerste paal de grond in gaat.
Het nieuwe ontmoetingscentrum wordt 12 meter hoog. Bron: BureauVanEig
Groninger Kerken financiert de restauratie van de kerken in haar beheer voor een belangrijk deel uit provinciale subsidie voor rijksmonumenten. „Het grote probleem in Garsthuizen was dat de kerk geen rijksmonument was. Voor de Molukse kerk in Appingedam maakten we een uitzondering.”
Molukse kerk ‘per ongeluk’ bewaard gebleven
In Appingedam werd in 1959 de eerste woonwijk voor Molukse KNIL-militairen en hun gezinnen gebouwd. Een jaar later volgde de bouw van de kerk Eben Haëzer, een eenvoudig rechthoekig gebouw. „Dit soort Molukse kerken stonden ook elders in het land. Het waren tijdelijke gebouwen, meer een soort loodsen. In de jaren tachtig werden ze vervangen, maar dat gebeurde per ongeluk niet met de kerk in Appingedam. En als er per ongeluk iets gebeurt…”
Hij glimlacht. „…dan gebeurt er vaak iets moois. Dat gebouw is zó karakteristiek voor het verhaal van de Molukkers in Nederland dat wij als Groninger Kerken besloten de status van rijksmonument aan te vragen, zodat het kon worden gerestaureerd. En dat is in 2017 ook gebeurd. Het gebouw is naast kerk nu ook een bezoekerscentrum.”
De Molukse Kerk in Appingedam bestaat 65 jaar. Ouderling Joop Hallatu knokt voor het voortbestaan. Foto: Anjo de Haan
Hij groeide op in Leiden als zoon van een – jawel – aannemer. „Ik kreeg het dus van huis uit mee, maar je ziet het ook terug in mijn manier van denken. Bouwen, herstellen, iets samen maken — dat heb ik altijd het mooiste vak gevonden dat er is. Samen met het boerenvak trouwens. De psycholoog Maslow zei dat heel treffend: een mens heeft eerst eten nodig en bescherming tegen weer en wind. Dus de boer en de bouwer vormen eigenlijk de basis van alles.”
Bekooy bleek een langzame starter die na een matig verlopen middelbareschooltijd op stoom kwam en onder meer hts-bouwkunde studeerde. „Ik spreek nu over begin jaren tachtig, een tijd waarin men zei: je hoeft niet te studeren om in de WW te komen. De banen lagen vanwege de economische crisis niet voor het oprapen.”
‘Je knippert met je ogen en het is voorbij’
Via Leiden, Zwolle en Hoogeveen belandde hij medio jaren tachtig in Groningen, waar hij een studie technische bedrijfskunde voltooide. „Ik had altijd al belangstelling voor monumenten en architectuur. Erfgoed bestond als woord nog nauwelijks. In die tijd dacht men vooral in restaureren en klaar. Een bouwval werd opgeknapt, de deur ging dicht en daarna begon het verval opnieuw, tot de volgende restauratie nodig was.”
Hij solliciteerde op de bonnefooi bij de Stichting Oude Groninger Kerken en warempel: hij kreeg een baan. „Dat is bijna 42 jaar geleden. Het lijkt lang, maar je knippert met je ogen en het is voorbij.” Een glimlach. „Ik heb nog steeds het gevoel dat ik — het klinkt misschien gek — pas net kom kijken. Dat komt misschien ook omdat ik mijn leven lang met eeuwenoude gebouwen heb gewerkt. Dat relativeert wel.”
Hij gebaart om zich heen. „Deze kerk staat hier al sinds het jaar 1250.” Hij wijst naar een wand in het schip. „Die stamt uit de dertiende eeuw. Het koor uit het begin van de zestiende eeuw en de dakruiter, de oudste van Groningen, uit de zeventiende eeuw. Ik bedoel maar: wat stellen die paar decennia waarin ik eraan heb zitten frunniken eigenlijk helemaal voor?”
Toch wel wat.
Neem de koperkleurige kubus van 6 bij 6 meter, een knipoog naar een middeleeuws reliekschrijn, die het schip grotendeels vult en waarin onder meer een expositieruimte en toiletten zijn ondergebracht. Het ontwerp van de Antwerpse architect Jan Verrelst was onderdeel van het project Lang Leve Leegkerk, waarbij het gebouw werd verbouwd tot pleisterplaats.
Een koperkleurige kubus huisvest de voorzieningen in de kerk van Leegkerk. Foto Jaspar Moulijn
Hij herinnert zich zijn eerste restauratie. „De Pancratiuskerk in Godlinze, in 1985.” De restaurateurs verwijderden de vele lagen witkalk van de gewelven, waaronder kleurrijke schilderingen uit de zestiende eeuw vandaan kwamen. „Heel bijzonder voor Groningen. Het was werkelijk schitterend en ik dacht dus dat iedereen er net zo over dacht. Maar dat liep even anders. Een donateur zei: ‘Heel mooi hoor, maar jullie hadden dat schilderwerk er niet bij moeten fantaseren.’” Hij lacht. „Ik kreeg het niet uitgelegd. Ach, ik was nog jong en onbedorven.”
Een van de schilderingen die tijdens de restauratie van de kerk in Godlinze werd ontdekt. Foto Edwin Rittersma/Groninger Kerken
Niet dat hij zich nu stokoud voelt. Hoewel heel subtiel klinkt er in zijn toon enige reserve over het nut en noodzaak over de verplichte beëindiging van het dienstverband dat hem zo dierbaar was. „67? Een toevallige leeftijd.”
Hij kijkt op. Een man van middelbare leeftijd in wielerkostuum waarvoor een deelnemer aan de Tour de France zich niet zou schamen wandelt ietwat onhandig manoeuvrerend op zijn schoenen de kerk in. Hij knikt ter begroeting, peinst enige tijd in het koor en verlaat dan weer klikklakkend de kerk. „Kijk’’, zegt Bekooy. „De deur van Gods Huis staat nog steeds open voor eenieder die langs wil komen.’’
Kerkhoven
Groninger Kerken is de grootste erfgoedorganisatie voor religieus erfgoed van Nederland en beheert honderden monumenten, waaronder kerken, kerkhoven, torens, synagogen en orgels. Lange tijd bleven de kerkhoven eigendom van de kerkelijke gemeenten, ook nadat de kerkgebouwen waren overgedragen. Dat leidde geregeld tot achterstallig onderhoud.
„Veel gemeenten hadden nauwelijks nog middelen of vrijwilligers om de kerkhoven goed te onderhouden”, vertelt Bekooy. „Soms verdwenen grafmonumenten simpelweg omdat het makkelijker maaide.”
Ook de kerkhoven zijn onderdeel van het religieus erfgoed die door Groninger Kerken worden beheerd. Foto Jaspar Moulijn
Binnen Groninger Kerken groeide daardoor het besef dat een kerk niet los kan worden gezien van haar omgeving. „Het gaat om het complete ensemble: kerk, kerkhof, landschap en geschiedenis horen bij elkaar.”
Die gedachte vormde in de jaren negentig de basis voor het project Kerken in het Groen, een samenwerking met Landschapsbeheer Groningen. Binnen dat project werden tientallen historische kerkhoven gerestaureerd en opnieuw ingericht, met aandacht voor grafstenen, groenstructuren en cultuurhistorie. Inmiddels worden kerkhoven bij vrijwel iedere overdracht meegenomen.