De Molukse Kerk in Appingedam bestaat 65 jaar. Ouderling Joop Hallatu knokt voor het voortbestaan. Foto: Anjo de Haan
De Molukse Evangelische Kerk in Appingedam, de eerste in Nederland, viert haar 65-jarig jubileum. Er klinken zorgen over het voortbestaan. „Zonder mensen heb je hier niks aan.”
Trots loopt ouderling Joop Hallatu (63) naar een fotolijstje voor in de Molukse Evangelische Kerk in Appingedam. Het is een afbeelding van dominee Samuël Metiary die de kerk in 1960 officieel opende. De kerkelijk leider van de Molukse gemeenschap overleed in 2007 op 89-jarige leeftijd. „God zette hier niet zomaar een kleintje neer”, zegt Hallatu over Metiary, die voor hem een held is.
Zaterdag viert de eerste Molukse kerk van Nederland zijn 65ste verjaardag. Het godshuis in Appingedam kreeg de naam ‘Eben-Haëzer’, Hebreeuws voor ‘tot hier heeft de Heer ons geholpen’.
De Molukse Kerk in Appingedam bestaat 65 jaar. Foto: Anjo de Haan
Hallatu gelooft dat zijn kerk in Appingedam evengoed een zegen van God is. Hij vindt de symbolische waarde van het gebouw belangrijk, als verbinding tussen de Hollanders en de Molukkers toen de laatsten in 1951 naar Nederland kwamen. Ze woonden her en der verspreid in barakken en kregen later eigen woonwijken.
Zowel Nederlands als Maleis
Appingedam was de eerste gemeente van Nederland met zo’n Molukse woonwijk. „En bij elk van die wijken hoorde een kerk. Hier kwam de eerste. Hier was het begin”, zegt Hallatu dankbaar. In totaal zijn er volgens hem nu 56 Molukse kerken in Nederland.
Maar de kerk heeft het zwaar. Meestal zitten er maar zo’n twintig mensen in de bankjes. Vooral jonge Molukkers laten zich steeds minder zien. De dominee komt bovendien uit Assen en moet vier Molukse kerkgemeenten van een preek voorzien. Daarom staat Hallatu steeds vaker zelf achter het spreekgestoelte. „Voor onze dominee is het te veel, vier kerken. We hebben echt een tekort.”
In de meeste opzichten verschilt de Molukse kerkdienst niet veel van Nederlandse protestantse diensten. Alleen is de preek zowel in het Nederlands als in het Maleis. Liederen worden gezongen uit de ‘buku njanjian geredja’, oftewel het Maleis kerkelijk liedboek. „De jongste generatie verstaat Maleis soms niet meer”, zegt Theo Jamngangoen (69) uit. Hij helpt Hallatu met de voorbereidingen voor het feest zaterdag.
Een foto in de kerk van Samuël Metiary, de Molukse kerkelijk leider uit Assen die de Eben-Haëzer in 1960 opende. Eigen foto
Dat de kerk 65 jaar zou blijven staan, was niet vanzelfsprekend. Eerder deze eeuw waren er plannen om het gebouw te slopen, maar door geblunder met geld kwam de financiering voor een nieuw gebouw niet rond. In 2013 werd de kerk een rijksmonument. En in 2017 volgde de versterking tegen aardbevingen.
‘We hebben echt een tekort’
Hallatu loopt langs de wanden en wijst naar de stalen balken. „Die versterking, dat hebben niet de Nederlanders gewild. De Molukkers ook niet. Maar Hij hierboven”, zegt hij terwijl hij naar boven wijst. „Dat is Zijn zegen. Zijn wil.”
Hallatu is vijftien jaar ouderling. Eerder was zijn adoptievader dat ook. Op zijn 14de kwam hij naar Nederland om naar school te gaan. Zijn oom en tante in Appingedam adopteerden hem. Hallatu is trots dat ‘zijn’ kerk de eerste Molukse in Nederland was en al die jaren overeind bleef. „Ik wil dat de kerk blijft bestaan. Daarom doe ik dit.”
„Bij elke Molukse wijk hoorde een kerk, en hier kwam de allereerste. Hier was het begin.” Foto: Anjo de Haan
‘Je gebouw is je alles’
Hallatu vreest dat de kerk kopje onder gaat als er niet gauw meer mensen actief bijdragen. „Dit gaat over de toekomst van de kerk. We vieren het 65-jarig bestaan van het gebouw. Je gebouw is je alles. Maar zonder mensen heb je niks aan het gebouw”, zegt de ouderling.
De diepgelovige Hallatu zou het verschrikkelijk vinden als de kerk verdwijnt. Als kind werd hij streng opgevoed in de christelijke leer. Toen vond hij dat nog vervelend, maar op latere leeftijd besefte hij dat het belangrijk voor hem was.
„Ik heb geleerd om respect te hebben voor anderen en ik ervaar kracht en rust in het geloof. Die opvoeding neem je mee in je rugzak als je de wereld in gaat. Maar de derde en vierde generatie missen dat. Ouders geven het niet meer door, daardoor verwatert het. Jammer.”
De Maleise bijbel ligt open bij het Bijbelboek Mazmoer (Psalmen). Foto: Anjo de Haan
Theo Jamngangoen geeft Hallatu een klop op zijn schouder. „Dankzij hem zitten we hier nog. Hij is de enige ouderling. Als niemand anders het oppakt, is het afgelopen met de Molukse kerk. Dat probleem speelt overal, ook in Groningen, Marum en Hoogkerk. Er staan geen opvolgers klaar.”
Zus Kitty Jamngangoen (67) komt net de keuken in de kerk uit. Ook zij prijst het harde werk van de bescheiden Hallatu. „Hij doet al jaren álles voor de kerk. Dag en nacht. Petje af, hoor.”
Joop Hallatu wijst naar de luidklok, die sinds 1960 bij de kerk hoort. Foto: Anjo de Haan
In Appingedam is nog een Molukse gemeente, die in hetzelfde gebouw kerkdiensten houdt. Hallatu vindt het zonde dat de twee gemeenschappen al zo lang van elkaar gescheiden zijn. „Het maakt het gebouw des te belangrijker. Dit is meer dan hout en stenen, dit is een ontmoetingsplek voor Molukkers. Dit was de eerste, hè. Niet de vijftigste. Dat mag je niet kwijtraken. ”