Dauwtrappen in een bosje bij de Oosterparkwijk. Foto DVHN
Dauwtrappen begint een traditie te worden in de Oosterparkwijk in Groningen. Dertig wijkbewoners ontdekken deze Hemelvaartsdag hun gevederde buurtgenoten tijdens de vijfde editie van het dauwtrappen.
Eén zwaluw maakt nog geen zomer, een hele zwerm ook niet per se. De Oosterparkwijk herbergt deze veertiende mei heel wat groepen van zowel de boeren- als de huiszwaluw, maar het is wat kil en het regent. Maaike Everink (60) van IVN Natuureducatie leidt tijdens het dauwtrappen, samen met haar collega Fokke Veenstra, een dertigtal bewoners door de wijk.
Maaike (links) attendeert de dauwtrappers op hun gevederde buurtgenoten. Foto: DVHN
Hoewel het weer dus een beetje tegenzit, en het dauwtrappen al om 6 uur van start gaat, meldt niemand zich af. De wandeltocht start bij Bie de Buuf, een soort buurtcentrum, en gaat via Gerbrand en Bakker, een soort konditorei, naar stadsrestaurant HOP (het oude politiebureau). „Je kunt naar Zuid-Afrika vliegen om de big five te zien, maar je kunt ook wat meer oog hebben voor de natuur in je eigen omgeving”, legt Maaike een belangrijke doelstelling van haar IVN uit.
Voor Miranda Dontje (51) van HOP is er echter nog een andere doelstelling: het samenbrengen van de wijkbewoners. Daarom organiseert ze graag samen met Bie de Buuf en Gerbrand en Bakker dit evenement. En ook dat is zo te zien aardig gelukt.
„In plaats van naar Zuid-Afrika te vliegen om de big five te zien, kun je ook naar de natuur in je eigen buurt kijken." Foto: DVHN
Deelnemer Charlotte Praat (55) constateert dat er nogal wat jongeren meedoen. Ze is zelf enthousiast gemaakt door haar zoon Pim (28). „Ik had vorig jaar al willen meedoen, maar toen was ik met vakantie.” Charlotte is in Nijmegen, waar ze oorspronkelijk vandaan komt, al wel vertrouwd geraakt met het fenomeen dauwtrappen.
Bij de Oliemuldersbrug vertelt Maaike dat zich onder de brug waarschijnlijk enkele nesten met zwaluwen bevinden. Het is echter nog vroeg, het regent en de meeste vogels houden zich nog schuil. Toch zijn er in de lucht al wel een paar zwaluwen te ontdekken.
Invasieve vogel
Dat niet alle vogels even vriendelijk zijn, blijkt wanneer we even verderop in de wijk een nijlgans zien. Het dier wandelt parmantig over een trottoir. „Een invasieve vogel”, vertelt Maaike. „Hij nestelt zich in bomen en schroomt niet andere vogels uit hun nesten te verjagen. Ook een havik of een zeearend verjaagt hij gerust. Terwijl die met hun klauwen best een nijlgans aan kunnen, maar eigenlijk zijn dat watjes.”
De Nijlgans. Foto: DVHN
Hoewel Maaike zelf in de Hunze woont, een wat nieuwere wijk aan de noordkant van het Van Starkenborghkanaal, is ze lyrisch over de Oosterparkwijk. „Een wijk met veel groen en veel heggen, waar de mussen zo van houden. En in de vooroorlogse huizen is wat meer ruimte voor vogels.”
Toch raken ook vogels wel eens wat in de war als ze in een door mensen gedomineerde omgeving wonen. We horen een specht die driftig aan het werk is. Maar het geluid klinkt metalig. Na goed kijken blijkt dat het dier aan de slag is gegaan bij een appartementencomplex en een metalen dakrand onder handen neemt.
Ideale omgeving voor visdief
De vele vijvers langs de Gorechtkade en het Pioenpark vormen weer een ideale omgeving voor de visdief. „Kijk eens hoe elegant die vliegt”, wijst Maaike. De vogel doet zijn naam eer aan door even onder water te duiken en een visje te verschalken.
Halverwege de tocht gaan we aan voor koffie en zelfgebakken haverkoek bij Gerbrand en Bakker aan de Gerbrand Bakkerstraat. Myrte (39) was hier woensdag ook al. Wat ga je dit weekend doen, vroegen Mirte (27) en Léonie (32) haar. „Weekend?!, dacht ik, me niet realiserend dat het donderdag Hemelvaartsdag was. Toen haalden Mirte en Léonie mij over om mee te gaan dauwtrappen. Ach ja, waarom ook niet.”
Op pad door het Blauwe Dorp, met de rode huizen. Foto: DVHN
Dauwtrappen kan dus prima in de stad, maar in de Oosterparkwijk worden je ogen dan wel wat afgeleid door de fraaie architectuur in de wijk. De tocht gaat door het Blauwe Dorp, de boerderijachtige huisjes die kort na de Eerste Wereldoorlog werden gebouwd. „Waarom heet het eigenlijk Blauwe Dorp, terwijl alle huizen van rode steen zijn”, vraagt iemand zich af. Uit enige naspeuring blijkt dat een inmiddels gesloopt deel van de Oosterparkwijk al het Rode Dorp heette, het Blauwe Dorp is iets later gebouwd.
Het eindpunt is bij HOP, gevestigd dus in een voormalige wijkpost van de politie. Miranda onthaalt de dauwtrappers op een stevig ontbijt. Aan tafel gaat het gesprek nog even over hoe de wijkvernieuwing de Oosterparkwijk enorm heeft opgeknapt. „Er woont nu een heel mooie mix aan bewoners, van arm tot rijk en jong tot oud”, klinkt het. „Er wordt van alles georganiseerd en voor gezinnen met kinderen zijn er enorm veel sportclubs”, vult iemand aan. „Het is een van de mooiste wijken van Groningen.”