Pastoor Stiekema voor het altaar waar tot voor kort botsplinters van de heilige Gerardus Marjella werden bewaard en tentoongesteld. Foto: Jari Leijssenaar
Inbrekers in de rooms-katholieke kerk van Barger-Oosterveld zijn ervandoor gegaan met botsplinters van de heilige Gerardus Majella werden gestolen. Parochianen spreken er schande van.
„Een grof schandaal.” De 80-jarige Gerda Ahlers-Neehoff en haar tweelingzus Miep Biemans-Neehoff draaien er niet omheen. Ze vinden het heel erg wat er in de katholieke kerk in hun geboorteplaats Barger-Oosterveld is gebeurd.
„Inbreken in een kerk, dat kan toch niet? En dan ook nog relikwieën meenemen. Hoe droevig wil je het hebben?, zegt Gerda. Haar zus Miep knikt. „Ik heb hier gewoon geen woorden voor.”
Gerda Ahlers-Neehoff (links) en haar tweelingzus Miep Biemans-Neehoff spreken schande van de diefstal uit de kerk. Foto: DVHN
De katholieke kerk in Barger-Oosterveld is bijzonder. Het is de allereerste kerk van Nederland die is gewijd aan de Italiaanse heilige Gerardus Majella (1726-1755). Hij geldt als de patroonheilige van de kleermakers, portiers en zwangere vrouwen.
Het godshuis aan de Splitting werd in 1906 in gebruik genomen. Ook in Rome werd dit bijzonder gevonden. Een daar woonachtige pater deed de Drentse kerk relikwieën cadeau, enkele splinters uit de beenderen van de heilige Gerardus.
Het is niet alles goud wat er blinkt
Zo’n 120 jaar lang lagen de splinters achter glas in een houten kistje bij het Gerardus-altaar voor in de kerk. En nu zijn ze weg, inclusief het licht vergulde houten bakje waarin ze werden bewaard. Om kleingeld te bemachtigen, sloopte de dief ook een offerblok bij de plek waar noveenkaarsen aangestoken worden.
„De relikwieën zijn waarschijnlijk verdwenen omdat de dader dacht dat het vergulde bakje veel waard was. Maar dat is helemaal niet zo. Het is niet alles goud wat er blinkt”, zegt pastoor Stiekema.
Het kastje waarin de relieken van de heilige Gerardus Marjella lagen. Voor de diefstal werd het glas ervan vernield. Foto: Jari Leijssenaar
Het verdriet zit hem vooral in het verdwijnen van de relikwieën van Gerardus. Want die hebben voor katholieken een grote waarde.
Het was organiste Marije Welling (30) die de inbraak woensdagavond rond een uur of zeven ontdekte. Ze ging via de sacristie de kerk in en zag dat de bloemen bij de Gerardus-altaar op een vreemde plek stonden. „Toen keek ik nog eens, en zag ik een stuk glas glinsteren. Toen ontdekte ik wat er aan de hand was. De relikwieën waren verdwenen!”
Maar we moeten hierdoor niet wrokkig worden
Marije had geen telefoon bij zich en wilde alarm slaan bij de pastoraal medewerkster José Lange, die naast de kerk in de pastorie woont. „Zij was niet thuis. Later kwam Anton, de andere organist, en die belde de politie.”
De inbreker of inbrekers kwam(en) binnen door een zijdeur van de kerk open te breken, zo bleek later. Pastoor Stiekema: „Alles wijst erop dat het geen professionele inbreker was. Want dan doe je wel andere dingen. Maar goed, wij zijn nu wel flink gedupeerd.”
Marije Welling, de organiste die de inbraak en de diefstal ontdekte. Foto: DVHN
Op de woensdagavond gehouden korte eucharistieviering vlak voor Hemelvaartsdag stipte de pastoor de inbraak ook even aan. „Soms zijn mensen zo diep gezonken dat een inbraak in een godshuis nodig wordt geacht. Maar we moeten hierdoor niet wrokkig worden. Dat deden Jezus Christus en Gerardus Majella ook niet als zij moesten incasseren. En laten we vooral ook kijken naar wat er wel is. Tijdens deze viering is De Heer in ons midden.”
Prachtig aanbod
Het nieuws van de heiligschennis in Barger-Oosterveld verspreidde zich woensdag snel. Overdag belde een vrouw uit het Friese Oranjewoud pastoor Stiekema en vertelde hem dat zij thuis een relekwie van de heilige Gerardus had.
De kerk in Barger-Oosterveld mocht die wel hebben. „Een of meerdere botsplinters. Haar overleden vader, die een groot verzamelaar was, had ze eerder in bezit gehad. Een prachtig aanbod natuurlijk. Binnenkort rij ik richting Oranjewoud.”
De eucharistieviering op de avond voor Hemelvaartsdag in de kerk van Barger-Oosterveld. Foto: DVHN
En daar bleef het niet bij. Een vrouwelijke parochiaan uit Barger-Oosterveld vertelde pastoor Stiekema dat ook zij een of meer botsplinters heeft van de heilige Gerardus, en dat zij die aan de kerk wil schenken. „Ze is familielid van een pater. Waarschijnlijk komen deze relikwieën daar vandaan.”
Stiekema is er dankbaar voor en dat geldt ook voor Quinn Wessel (21) en Cédric Veredas (21), twee jonge Emmer parochianen die de viering bezochten. „Maar dat mensen inbreken in een kerk, dat blijf ik echt absurd vinden”, zegt Quinn.
Delict in 1925 in Weiteveen
De inbraak doet denken aan een delict in 1925 in Weiteveen. Toen werd daar uit de kerk de tabernakel met daarin geconsacreerde hosties gestolen. Omdat De Maasbode, destijds het grootste katholieke dagblad van Nederland, er ruimschoots aandacht aan besteedde werd het landelijk nieuws.
Ook de grote armoede in het veen kwam in het vizier. Dit leidde in 1929 tot de bouw van een zusterhuis. Tientallen jaren zouden dorpsbewoners daarna profiteren van de aanwezigheid van deze nonnen.
De kerkdeur die bij de inbraak werd opengebroken. Foto: Jari Leijssenaar
Pastoor Stiekema: „Ik snap als mensen hier aan denken na de diefstal in Barger-Oosterveld. Maar wat er in 1925 gebeurde in Weiteveen, dat was nog erger. Geconsacreerde hosties zijn voor katholieken het lichaam van Christus en dus het Allerheiligste.”
Maar, zo stelt de Emmer pastoor, de diefstal in Barger-Oosterveld kan natuurlijk ook absoluut niet. „Ik hoop dat de inbreker zich realiseert wat hij of zij heeft gedaan en de relikwieën terug brengt waar ze horen: in de Sint Gerarduskerk in Barger-Oosterveld.”