In verschillende (buiten)wijken van Groningen ervaren bewoners veel overlast van jongeren. In sommige gevallen durven mensen niet meer de straat op of houden ze hun kinderen binnen. Maar over het algemeen vinden bewoners dat het beter gaat dan een paar jaar geleden, met dank aan de gemeente.
Bewoners praten niet graag negatief over hun wijk. Dat blijkt uit verschillende oproepjes op social media met vragen over overlast van jongeren. Zo geven meerdere mensen in Beijum aan niet gediend te zijn van een kritisch artikel over hun wijk. „Het is hier heerlijk wonen, groen, rustig en ruim. Schrijf maar eens wat positiefs over de wijk. Daar hebben we meer aan”, is een veel gehoorde reactie. Anderen worden zelfs licht geïrriteerd van de vraag.
Beijum
Toch zijn er ook mensen in Beijum die wel overlast ervaren. Vanwege het sentiment onder het oproepje durven ze daar niet publiekelijk voor uit te komen. Maar via privé berichten komen verschillende reacties binnen.
In Beijum is vooral het gebied rondom het winkelcentrum Oost een probleem. Daar hangen twee groepen rond, melden buurtbewoners. „Het gaat om hele jonge jongens. Een groep bestaat uit jongens van een jaar of 12, hoewel ze ouder lijken. De andere groep is nog een stukje jonger. De jonge groep veroorzaakt het meeste overlast in Beijum en rondom Kardinge, waar ze hardlopers lastigvallen”, vertelt een van de omwonenden. „De oudere groep lijkt wat rustiger.”
Willekeurige foto van hangjongeren. Foto: ANP
Erg jong
Die vlieger gaat niet op voor de jongere groep. Die jongens verplaatsen zich snel per fatbike en veroorzaken veel overlast. „Vorig jaar hebben ze jonge kinderen bang gemaakt met een (nep)mes bij de speeltoestellen bij de Aldi. Ook vallen ze regelmatig andere kinderen, die niet bij hun groep horen, aan. Een tijdje terug werd een jong meisje geslagen en geschopt op het plein.”
Een andere wijkbewoonster vult aan: „Er is erg veel overlast in Beijum, vooral bij het Aldiplein. Jongeren van een jaar of 13 blowen in onze portieken, slopen de boel en maken er een rotzooi van. Ook is in onze portiek meerdere keren een vuurtje gestookt. En mijn dochter is door de jongens met stokken geslagen omdat ze niet meedoet. Het is bizar hoe het hier soms gaat.”
‘Opvoeding is het probleem’
Het probleem ligt, volgens de melders, grotendeels bij de ouders en opvoeding. „De jongens zijn door een buurtgenoot aangesproken op hun gedrag nadat ze kleine kinderen lastig vielen en pijn deden. Toen is hij tot zijn huis achtervolgd, later die avond vlogen stenen tegen zijn raam en weer een paar dagen later werd hij op hoge poten aangesproken door de vader van een van de overlastplegers. Hij moest de kinderen met rust laten, want het waren maar 12-jarigen.”
In de naastgelegen wijk Lewenborg doemt dezelfde problematiek op, melden bewoners. De overlast vindt vooral rondom het winkelcentrum plaats. „Ramen worden bekogeld met stenen of smurrie en ze gooien vuurwerk tussen het winkelende publiek”, meldt een Lewenborger. „Bij mijn buurman is zelfs vuurwerk naar binnen gegooid.”
Een groep jongeren. Foto: ANP
Lewenborg en Hoogkerk
Eerder dit jaar werden eenden doodgegooid met bakstenen door een groepje jongeren op fatbikes in Lewenborg. „Het is te zot voor woorden wat hier allemaal gebeurt”, vindt een andere wijkbewoner. „Dames worden lastiggevallen, voorbijgangers bespuugd en ramen ingeslagen. Het is goed dat hier aandacht voor komt.”
Aan de andere kant van Stad kampen ze in Hoogkerk met vergelijkbare overlast. Er is sprake van veel vandalisme. Met oud en nieuw werden vernielingen gepleegd rond de Poiesz-supermarkt en buschauffeurs werden bekogeld met eieren. Bij een basisschool, waar een groepje jongeren nu vaak hangt, is onlangs een beveiligingscamera geplaatst.
Integrale aanpak werpt vruchten af
Ondanks de genoemde overlast gaat het volgens veel wijkbewoners wel beter dan een paar jaar geleden. Dat komt, denken ze, door ingrijpen van de gemeente. Een paar jaar geleden werd Selwerd geteisterd door groepen jongeren, vooral in en rond Park Selwerd op de grens van Paddepoel en Selwerd. Daar was om de haverklap gedoe, van bijna dagelijks zwaar vuurwerk afsteken tot schietpartijen, overvallen en achtervolgingen. Maar de laatste tijd is het een stuk rustiger, stellen buurtbewoners.
Jongeren stichtten brandjes in de Voermanstraat en gooiden in de aanloop naar Oud en Nieuw met zwaar vuurwerk naar de politie. Foto: Archief DVHN
„Dat betekent niet dat er helemaal geen overlast meer is”, zegt Maarten Brands Buijs. „Maar het is wel duidelijk minder geworden. Dat blijkt ook uit de meldingen en dat komt door de integrale aanpak vanuit de gemeente, politie en jeugdwerk”, stelt hij. Als voorbeeld haalt hij Studio T, een samenwerking tussen WIJ Groningen, Bslim, Sunny Selwerd en muziekschool Vrijdag.
Studio T
Studio T is elke iedere werkdag geopend in het hart van de wijk en biedt jongeren een plek om hun talent te ontwikkelen en vrienden te maken. Er is een muziekstudio met professionele opnameapparatuur, een keuken waar gekookt wordt en een grote chill-ruimte met spelcomputers en tv’s.
„Iedereen is welkom bij Studio T”, staat op de website. „We groeten elkaar met een boks en gaan daarna samen aan de slag. Bijvoorbeeld in de muziekstudio, waar muzikale dromen worden waarmaakt en vriendschappen gesloten. Er zijn altijd twee muziekprofessionals in de studio om de jongeren te begeleiden. Verder kunnen jongeren hier leren koken met vrienden en elke vrijdagavond is de chill-out.”
Vanuit Lewenborg komen vergelijkbare opbeurende geluiden. Bewoners ervaren, zoals gemeld, overlast. Maar geven ook aan dat het veel minder is dan een aantal jaren geleden. „De gemeente en politie zitten er veel meer bovenop.”
Reactie gemeente
De gemeente laat via de woordvoerder weten dat de laatste jaren veel is geïnvesteerd in de leefbaarheid van de wijken. „Bijvoorbeeld door extra jongerenwerk en jeugdboa’s in te zetten. We zien dat het helpt om jongeren te betrekken bij activiteiten in de wijk en om jongeren aan te spreken waar nodig. Vanuit het ministerie hebben we extra geld gekregen om de komende jaren nog meer in te zetten in verschillende wijken en verwachten zo nog meer jongeren te kunnen bereiken.”