Roelof was dakloos en kreeg via Housing First een woning in Hoogkerk. Dit project is succesvol en wordt verder in Groningen uitgerold. Foto: Jaspar Moulijn
Een modelburger is hij niet. Af en toe rookt hij nog een pijpje crack en zijn biertje pak je hem niet af. Tóch kreeg Roelof (50) een huisje in Hoogkerk. Hoe werkt deze nieuwe methode om problemen met dakloze mensen op te lossen?
Zijn kamer staat vol. Hier een stereotoren, daar een vlag tegen de bruinkoolwinning en in de vensterbank een immense verzameling aanstekers. De jackrussellterriërs Dino en Dirk drentelen hier tussendoor. Nou ja, drentelen, ze slapen nogal veel. Dino is 15, Dirk, de vader, 16.
Tegen de muur staat een grote bank met glimmende, paarse bekleding en daaropzit Roelof van der Veen. En hij is dik tevreden. „Het gaat goed”, zegt hij zelf.
Een jaar of twee geleden kreeg hij dit huisje toegewezen. Voor die tijd woonde hij twintig jaar op straat en drie jaar in een Duitse gevangenis. „Ik had iemand het ziekenhuis in geslagen.”
‘Wil je het proberen?’
Na zijn vrijlating ging hij terug naar Groningen. Hij woonde een tijdje bij zijn broer, maar dat liep spaak. En zo belandde hij weer op straat. „Ik sliep in een tent bij de Oostersluizen in de stad.” Toen ging het slecht. Roelof kon agressief worden, dronk veelen gebruikte veeldrugs om het vol te houden op straat.
In die periode ontmoette hij Henk, een hulpverlener bij Limor. Deze organisatie, die mensen helpt die in de puree zitten, was bezig met een nieuw project: Housing First.
Beginnen met een eigen huis
Het idee is simpel: mensen die chronisch dakloos zijn kampen vaak met allerlei problemen. Ze hebben schulden, verslavingen en worden aan de lopende band aangehouden door de politie. Al deze problemen zijn lastig op te lossen als je in een tentje woont. Toch is een eigen huis vaak de laatste stap in het behandeltraject.
Housing First begint juist met een huis. Daarom kreeg Roelof met voorrang een appartementje aangeboden in Hoogkerk. En daar zit hij nu nog steeds. De huur betaalt hij zelf, van zijn uitkering.
Er zijn een paar belangrijke voorwaarden. Als hij de boel op stelten zet, moet hij eruit. Ook is hij verplicht de hulpverleners binnen te laten. In het begin kwamen die een paar keer per week, maar dit is bijna niet meer nodig. Binnenkort is hij ervan af.
Experiment geslaagd
In eerste instantie deden de gemeentes Groningen, Pekela en Midden-Groningen mee aan het project. Niet dat het nieuw was. Het loopt al langer in Leeuwarden, maar ook steden als New York, Manchester en Helsinki gebruiken het.
Tijdens de Groningse pilot ging het één keer mis, vertelt Esther Renkema. Zij is manager zorg bij Limor. Dat was in Groningen. Een jonge vent had geen geld meer voor de huur. Bovendien weigerde hij de hulpverleners binnen te laten. Hij werd zijn huis uit gezet.
Maar met de overige tien, waaronder Roelof, ging het goed. Daarom is het experiment geslaagd en wordt het verder uitgerold. Eemsdelta en Oldambt hebben serieuze interesse. Midden-Groningen tekent waarschijnlijk nog deze maand.
‘Straat zit in je’
En hoe heeft het Roelof geholpen? „Ik hoef niet meer in de kou te slapen en ik hoef niet meer bang te zijn voor de politie.” Maar het behelst meer, vertelt zijn begeleider Cheronel. Doordat hij nu een adres heeft, kan hij brieven ontvangen en is hij begonnen met het aflossen van zijn schulden. Bovendien stond nog een taakstraf open voor geld witwassen. Wat er aan de hand was? Roelof doet alsof hij de was aan de lijn hangt. „Ja, beetje schoonmaken, hè”, zegt hij grijnzend.
Een baan heeft hij niet. „Vroeger werkte ik in de metaal, maar inmiddels ben ik 50. Dan wordt dat wel moeilijk.” Cheronel vult aan: „Als je jaren op straat hebt geleefd dan zit de straat echt nog in jou.” Ook drinkt hij nog wel eens een biertje en, als hij geld over heeft, rookt hij nog wel eens crack. „Eerst de hondjes, dan eterij, en dan de domme dingen. Ik ga er niet meer op uit om te stelen om drugs te kunnen kopen.”
Is het soft?
Een modelburger is Roelof misschien niet geworden. Esther Renkema is directeur bij Limor. Ze kent de kritiek. „Woningen zijn schaars. Mensen vragen zich natuurlijk af waarom hij voorrang krijgt en hun kind het huis niet uit kan.” En ja, misschien is het wel soft. „Maar het is wél te verantwoorden”, vindt ze.
Alleen al omdat iedereen recht heeft op een dak boven zijn hoofd. Maar het levert ook wat op. Mensen die op straat leven kosten de maatschappij een hoop geld. Dit werd berekend in opdracht van het ministerie van Volksgezondheid Welzijn en Sport.
Iemand als Roelof kost elk jaar bijna 9000 euro aan politie-inzet. Bovendien blijven mensen langer gezond met een dak boven hun hoofd. Dit zijn kosten waar de maatschappij voor opdraait.Ook dat scheelt weer 7000 euro per jaar.
In totaal gaat het jaarlijks om bijna 42 duizend euro per dakloze. Housing First kost ongeveer 14,6 duizend euro per jaar én een schaarse huurwoning.
Op bezoek bij de buurman
Roelof is blij. „Dit is beter, rustiger. Ik hoef niet meer elke dag te overleven.” Ook gaat hij elke dag even bij zijn buurman op bezoek. Een autistische man die niet graag alleen eet. „Hij is bijna een keer gestikt in zijn eten.” Daarom eten ze samen. Roelof helpt hem met de afwas.