Groningen. Bernard van der Leij overhandigde zijn boek aan Tineke van Stempvoort, de weduwe van Johan van Stempvoort, de advocaat die hem terzijde had gestaan. Foto: Peter Wassing
Zijn boek ‘Oh oh oh het moest maar eens verteld’ over een veertigjarige strijd met de gemeente Groningen sloeg in als een bom. Bernard van der Leij, oud-directeur van Simmeren Schroot werkt nu aan een tweede boek. ,,Ik geef niet op.’’
Met letterlijk pijn in het hart deed Bernard van der Leij in zijn eerste boek gedetailleerd verslag van een bijna veertig jaar durende strijd met de gemeente Groningen. Het leverde hem het afgelopen jaar honderden reacties op. Zijn boek gaat over het gedwongen vertrek van het schrootbedrijf aan de Ulgersmaweg en het juridische gevecht waarin de voormalige directeur bij de verplaatsing vergeefs knokte voor een acceptabele schadevergoeding.
De juridische strijd liep op niets uit. Van der Leij moest zich in allerlei bochten wringen om een herstart te maken na de kostbare verhuizing van grote machines en het betrekken van nieuwe bedrijfsgebouwen. Hij droeg de onderneming over aan zijn zoon en zette zijn eigen pensioengeld en alle persoonlijke reserves in om het bedrijf in de benen te houden.
Op dit moment leeft hij goeddeels van het geld dat zijn kinderen hem toestoppen. Een jaar geleden presenteerde hij zijn boek op het stadhuis aan de gemeenteraad. Hij legde uit wat de strijd tegen de gemeente, die hij uiteindelijk staakte omdat de financiële middelen voor verdere rechtszaken ontbraken, met hem en zijn gezin heeft gedaan.
Hartverwarmende reacties
,,Het voelde zo goed om daar mijn verhaal te doen. Na de presentatie en een stuk in de krant vlogen de boeken de deur uit. Ik dacht dat een oplage van 150 genoeg was, maar boekhandels belden omdat er vraag naar was. Dat overrompelde mij. De reacties waren hartverwarmend. Ik dacht: het wordt gezien en gelezen.’’ Inmiddels zijn er meer dan duizend boeken in omloop en wil hij een tweede boek schrijven over wat er nadien is gebeurd. ,,En dat is nogal wat. Ik heb hele emotionele brieven gehad. Ook van mensen die de joodse achtergrond van ons bedrijf er bij betrokken.’’
Van der Leij ontving op het bedrijf raadsleden van de meeste partijen. ,,Dat vond ik fijn. Ze namen de tijd en stelden heel veel vragen. Ik kon ze in de ogen kijken en mijn verhaal vertellen’’, zegt Van der Leij. Raadsleden vroegen zich af waarom Simmeren Schroot nou zo nodig de Ulgersmaweg moest verlaten. Stond Simmeren de groei van de stad in de weg? Het toenmalige bedrijfsterrein ligt er nog steeds verlaten bij. In de omgeving zijn woningen gebouwd, maar plannen voor dit perceel zijn er niet.
Koffie en gebak
De roep van Van der Leij om een raadsonderzoek vond het afgelopen jaar bij de plaatselijke politiek geen weerklank. Ook niet nadat Koos Stevens, oud-projectleider ruimtelijke ordening van de gemeente Groningen in een reactie op het boek zijn verbazing uitsprak. De oud-ambtenaar zette voor Van der Leij uitgebreid op papier hoe hij in de jaren tachtig van de gemeente opdracht kreeg het bedrijventerrein en het Van Starkenborghkanaal te reconstrueren.
Dat lukte en Stevens schrijft: ,,Ik weet nog dat we na het akkoord op locatie met de toenmalige burgemeester Buiter op het stadhuis er een definitieve tik op hebben gegeven. Koffie en gebak op tafel, want een zorg minder. Eind goed, al goed.’’
Simmeren had prima meegewerkt, stelt Stevens. Het was nodig vanwege werkzaamheden aan de kades en de aanpak van een brug over het Van Starkenborghkanaal. De gemeente had fouten gemaakt bij de aanpak van het Oosterhamriktracé waar een busbaan moest komen. Simmeren stak ruim 1,3 miljoen gulden in de reconstructie. De gemeente legde 1,4 miljoen op tafel.
Vooropgezet plan?
Stevens vindt het onbegrijpelijk dat de gemeente binnen één jaar 180 graden draaide en besloot dat Simmeren weg moest. ,,Het blijft interessant om te achterhalen hoe de ommezwaai op het stadhuis is ontstaan. Was het een uit de hand gelopen proefballon van de gemeente om te kijken hoe het bij Simmeren zou vallen en werd vervolgens de vlucht naar voren genomen? Of was er sprake van een vooropgezet plan?’’
Stevens die bij de gemeente vertrok en later als zelfstandig adviseur de supervisie had over bouwprojecten in het Noorden, vindt dat Simmeren onrecht is aangedaan. ,,Eerst wordt alles in het werk gesteld om een oplossing te zoeken en daarna laat je het bedrijf compleet vallen.’’ Stevens vraagt zich af of er in de gemeentelijke archieven documenten te vinden zijn waaruit blijkt wat zich achter de schermen heeft afgespeeld. Van der Leij zegt dat hij op het stadhuis ooit een handjevol nietszeggende stukken heeft ingezien.
Slapeloze nachten gewenst
De inwoner van Onnen toont een stapel e-mails die hij beschouwt als steunbetuigingen. Een bloemlezing laat vooral verontwaardigde reacties zien. Iemand schrijft: ‘Ik vind dat alle medewerkers van de gemeente Groningen die willens en wetens aan dit dossier hebben meegewerkt slapeloze nachten moeten krijgen’. Een ander stelt: ‘Persoonlijk denk ik dat de gemeente alles op alles zou moeten zetten om een bedrijf te helpen dat al zolang bestaat en zoveel bijdraagt aan de economie en de werkgelegenheid.’
Een oud-medewerker van een accountantsbureau in Groningen, ziet de ‘klassieke strijd tussen de rechts georiënteerde ondernemer en de meer linkse ambtenaren. ‘Hoe langer de strijd duurt, hoe verder partijen zich ingraven en hoe meer zij van hun eigen gelijk overtuigd raken’. Hij noemt het verbazingwekkend dat er geen bestuurder en topambtenaar in staat is geweest om tot een acceptabele oplossing te komen.
Iedere oplossing zou stukken goedkoper zijn geweest dan de juridische kosten die gedurende ruim veertig jaar zijn gemaakt, vervolgt hij. ‘De gemeente heeft kennelijk geen ondergrens voor de stadsadvocaat. Alles lijkt geoorloofd om de ondernemer te bestrijden. Een groep bedrijven uit de gemeente spreekt van een aangrijpend relaas. ‘Respect voor jouw doorzettingsvermogen.’ Er is ook een ‘kritische noot’. ‘Je hebt te veel vertrouwd op het fatsoen van ambtenaren en politici’.
Niet voor karretje laten spannen
,,Mensen wensen mij vooral sterkte en moedigen me aan om de onderste steen boven te krijgen’’, zegt Van der Leij. ,,Ik had vroeger een groot netwerk. Dat slonk omdat mensen dachten: ‘die man is gek, want zoiets ergs doet een overheid niet met je.’ Die mensen beginnen terug te komen. ‘Heb jij bij de gemeente iemand iets aangedaan, dat ze zo met jou omgaan? Als dit waar is moet de gemeente zich diep schamen’, schreef iemand.’’
Na een mislukte arbitrageprocedure en een jarenlang juridisch gevecht met de gemeente staakten Simmeren en Van der Leij vanwege gebrek aan financiële middelen de strijd. Daarmee beschouwt de gemeente de zaak als afgedaan. Een raadslid bevestigt dat hij achter de schermen het bestuurlijke advies kreeg zich niet voor het karretje van Van der Leij te laten spannen. ,,Dat is mij ook ter ore gekomen. Het heeft me diep geraakt. Het is nogal wat om met een dergelijke uitspraak volksvertegenwoordigers te beïnvloeden. Zoiets moet ook worden verteld. Ik denk dat het goed is op een rij te zetten wat er gebeurt als je een dergelijk boek publiceert.’’
Hoe werkt openbaar bestuur?
In zijn tweede boek gaat Van der Leij in op de reacties, ook van degenen die destijds ambtshalve betrokken waren bij rechts- en arbitragezaken en de gedwongen verhuizing. ,,Ze zijn met pensioen maar laten graag nog hun licht schijnen over de zaak. Ze geven een ander beeld van hoe het openbaar bestuur werkt.’’ Ondertussen wil de oud-directeur van Simmeren de lijn met de gemeente openhouden. Van waarnemend burgemeester Mirjam van ‘t Veld mag hij langskomen. ,,Voorwaarde is wel dat ik niet over het boek mag praten. Dat vind ik raar. Ik heb recht op de waarheid.’’
Dit jaar had hij Van der Leij ook een onderhoud met commissaris van de Koning René Paas op het provinciehuis. ,,Het was een goed gesprek. Ik kon mijn verhaal heel goed bij hem kwijt. Paas nam uitgebreid de tijd, maar zei wel dat hij niets voor me kon doen, behalve dan de kwestie hier en daar nog eens ter sprake brengen. Dat snap ik. De provincie speelt formeel geen rol, maar ik wil heel graag nog een ultieme poging doen om aandacht te vragen voor de zaak.’’
Pijnlijk telefoontje
Zijn kinderen hebben in de loop der jaren alles meegekregen. ,,Ze waren blij dat ik het op papier heb gezet en hopen dat dit een keer stopt.’’ Met zijn broze gezondheid is het niet vanzelfsprekend dat hij iedere dag de pen voortvarend ter hand neemt. ,,Mijn belangrijkste opgave is op de been blijven. Toen en nu.’’ Van der Leij vertelt met verstikte stem hoe hij jaren geleden compleet opging in de strijd met de gemeente en een telefoontje kreeg van de politie. Of hij zijn zoon kon ophalen. De jongen bonkte op de deur van het stadhuis aan de Grote Markt en riep: ik wil mijn vader terug. ,,Dan zak je door de grond.’’
Van der Leij roept mensen die waardevolle informatie hebben, hem te benaderen. ,,Deze week praat ik met een andere oud-ambtenaar. Ik wil zo graag weten waarom de gemeente ons weg wilde hebben, met alle gevolgen van dien. Voor mij is dat een mysterie dat moet worden opgelost.’’