SodM-baas Theodor Kockelkoren in zijn tuin in Abcoude. Foto: Marco Keyzer
Hoogste baas Theodor Kockelkoren van Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) blijft erop hameren: de versterking moet sneller. Is het soms vechten tegen de bierkaai? „Allemaal fantastisch, maar we doen dit voor de veiligheid.”
In zijn woonkamer in Abcoude staat een grote zwarte vleugel. Als het even kan, zetelt Theodor Kockelkoren (56) van Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) zich erachter om zijn favoriete hobby uit te voeren: piano spelen. Zijn analytische directeursbrein gaat uit; tijd voor het creatieve, voor het prikkelen van emoties. Kockelkoren nam er zelfs een podcast-aflevering over op: muziek helpt om je even onbezwaard te voelen.
Met zijn baan is het nodig om de gedachten soms te verzetten, want bij SodM zitten ze nooit stil. De waakhond is de onafhankelijke toezichthouder in Nederland die de veiligheid van mens en milieu in de gaten houdt bij mijnbouwactiviteiten. Ze hebben net de adviezen voor de vijf aardbevingsgemeenten af. Elk jaar laten Eemsdelta, Het Hogeland, Midden-Groningen, Groningen en Oldambt weten hoe de versterking van huizen gaat. SodM kijkt of die plannen op orde zijn.
De afgelopen jaren moest Kockelkoren – die 8 jaar op zijn post zit als inspecteur-generaal – met zijn club genoeg brandjes blussen. Versterkingsrapporten vol met blunders en fouten. De gaswinning in Warffum die opeens toch verder mocht. Liegende politici die claimen dat de gaskraan best weer open kan. En toen kwam in november vorig jaar opeens de zware beving in Zeerijp.
Wat ging er door u heen na de aardbeving?
„Ik schrok. Ik heb veel mensen in de regio gesproken en weet wat voor emoties zo’n zware beving losmaakt. Het heeft echt impact. Toen ik in 2018 net was begonnen reed ik door het gebied. De hele dag spraken we mensen. Ik kwam ‘s avonds laat met een rotgevoel thuis in Abcoude en vertelde het aan mijn gezin. Je leest erover, maar nu hoorde ik voor het eerst van mensen zelf welke impact de gaswinning op hun leven heeft – niet een maandje, jarenlang. Ik was aangeslagen.”
Kon uw gezin op dat moment helpen?
„Ze luisterden en stelden vragen. Als je niet in Groningen woont, heb je niet echt door wat daar gaande is. Dus is het belangrijk dat je mensen daarover hoort vertellen. Aan de eettafel was het fijn dat die vragen kwamen, dat hielp mij om het verhaal te vertellen en het een soort van plek te geven.”
Is pianospelen ook een manier?
„Ja. Ik vind pianospelen heerlijk, want je bent op een andere manier met je brein bezig. Een soort mentale reiniging. Het helpt mij om een andere manier in verbinding te staan met de emoties die zo’n onderwerp als Groningen in me losmaakt. Je kunt helemaal in muziek opgaan. De energie die ik dan voel, probeer ik in mijn werk vast te houden.”
Was de beving in november een bevestiging dat de versterking zo snel mogelijk af moet?
„Ook zonder beving bij Zeerijp weten we dat bij SodM dondersgoed. Ik hoop dat bestuurders en politici in Den Haag die zich stilletjes afvroegen of de versterking nog nodig was, nu beseffen dat hun gevoel onterecht is. Ik proefde dat dat gevoel omhoog kwam.”
Ze leren het dus nooit in de Randstad?
„Er zijn politieke partijen in Den Haag die vinden dat er weer gas gewonnen moet worden (JA21 en FVD, red.). Ook als ik met bestuurders in Groningen praat, merk ik dat de versterking vooral gaat over verduurzamingskansen en over het verbeteren van dorpen. Allemaal fantastisch, maar we doen dit voor de veiligheid, dat moeten we niet vergeten. Hoe langer de versterking duurt, hoe schadelijker dat is voor de gezondheid van mensen.”
U roept sinds 2018 dat het sneller moet. Wordt u er niet zat van die boodschap steeds te moeten herhalen?
„Het kost vasthoudendheid om ons geluid te laten horen. Maar dat mag je ook van een toezichthouder verwachten. De aandacht voor snelheid dreigt te verslappen, de versnelling die wij willen zet niet door. Dat vind ik zorgelijk. De nummer één prioriteit blijft: maak het veilig. Zodat mensen uit de wachtstand kunnen en van die stress en onzekerheid af zijn.”
Theodor Kockelkoren van Staatstoezicht op de Mijnen (SodM). Foto: Marco Keyzer
Is het makkelijk om toezichthouder te zijn?
„Nee, zeker niet bij zo'n onderwerp als dit. Het is af en toe zwaar. Ik kom nog steeds vaak bij bewoners thuis. Je voelt de impact die er nog steeds is. Mensen wachten in sommige gevallen al sinds 2017. Het is indringend als je merkt wat het met mensen doet.”
Hoe merkt u dat?
„Je voelt dat iemand echt aan het eind van zijn Latijn zit aan die keukentafel. Soms komen er tranen. Voor mij is het contact met individuele mensen het indrukwekkendste van mijn werk.”
Staatstoezicht op de Mijnen lijkt soms een beschermheer van de Groningers in Den Haag. Herkent u dat beeld?
„Die titel heb ik nog niet eerder gehoord. Maar het is waar dat wij bij uitstek kijken wat de problematiek met mensen doet, met hun gezondheid en welzijn. Het ‘burgerperspectief’ noemen ze dat in Den Haag. Ga naast mensen staan, luister naar ze en voel wat voor hen belangrijk is. Wij maken ons daar al langer sterk voor en dat blijven we doen. Gelukkig merk ik dat het in Den Haag doordringt.”
Nog niet altijd. Minister Hermans gaf toestemming om 8 jaar langer gas te winnen in Warffum, op basis van een oud en achterhaald SodM-advies.
„Het frustrerende bij Warffum was dat dat vergunningsproces al heel lang liep, en een beslissing steeds bleef liggen. Hermans nam een besluit op basis van alles wat er lag. Gelukkig komt er een wijziging van de Mijnbouwwet, maar voor Warffum is dat te laat. Dat is de realiteit en dat is heel frustrerend. Mensen hadden andere verwachtingen.”
Zit u daarmee in uw maag?
„Ik vind dat zwaar, want wij zijn in Warffum geweest en hebben die frustratie en dat diepe wantrouwen gevoeld. Daarom hebben we de NAM geen toestemming gegeven om in de tussentijd te winnen tot hun nieuwe vergunning van kracht werd.”
Voelde het goed om een streep door dat verzoek van de NAM te zetten?
„We konden ons sterk maken voor ons hoofddoel, namelijk de veiligheid van mens en milieu. Als wij met ons werk kunnen bijdragen om het vertrouwen niet verder af te laten zakken, dan is dat fijn.”