Jager Henk Tiesinga telt reeën in Westerlee. Foto: Jan Willem van Vliet
Henk Tiesinga uit Noordlaren telt reeën bij Westerlee voor de nationale voorjaarstelling van het reewild. ,,Ik weet niet beter dan dat ik dicht bij de natuur ben.’’
Het is al een tijdje flink zoeken. Maar als hij met zijn auto over de Koppelweg tussen Meeden en Zuidwending rijdt, ziet jager Henk Tiesinga (81) opeens een groepje reeën in het veld lopen. Daar heeft hij zijn verrekijker niet eens voor nodig. ,,Zo in het licht kun je ze heel mooi zien, hè.’’
Tiesinga is een van de honderden vrijwilligers die dit weekend helpen met de jaarlijkse voorjaarstelling van het aantal reeën in Nederland. ‘s Avonds, ‘s ochtends en ‘s middags tellen jagers en vrijwilligers hoeveel geiten, bokken en geitkalveren ze zien. De telling is belangrijk om de populatie in de gaten te houden en zieke of kreupele dieren op tijd te signaleren en af te schieten.
‘Daar rennen ze niet voor weg’
Met 23 anderen speurt Tiesinga een gebied van in totaal 12.000 hectare in Groningen af. Deze zaterdagmiddag heeft hij de weilanden bij Westerlee en Meeden onder zijn hoede. Gestoken in camouflagejas en gewapend met een haarscherpe Swarovski-verrekijker maakt hij een ritje over de landwegen in de Groningse velden om waar het maar kan naar reeën te turen.
Tiesinga heeft weer een paar reeën gespot. Foto: Jan Willem van Vliet
Dat zijn auto spierwit is, maakt volgens Tiesinga niet uit. ,,Een auto als geheel beweegt niet. Dat is rustgevend voor dieren, dus ze rennen er niet voor weg.’’ Dat blijkt als hij verderop opnieuw een paar reeën ziet staan. ,,Ze hebben ons ook gezien, kijk maar naar die koppies.’’
‘Veel mensen hebben geen oog voor de natuur’
Tiesinga is al wildbeheerder en jager sinds zijn 42ste. Toen hij op zijn 55ste met pensioen ging als brandweerman, had hij nog meer tijd voor zijn grote liefde: de natuur. Hij groeide op in Veenhuizen en kwam alleen thuis om te eten en te slapen. Liever was Tiesinga zo veel mogelijk in het bos. Hutten bouwen, wandelingen maken of dieren bekijken samen met zijn vader. ,,Ik weet niet beter dan dat ik dicht bij de natuur ben.’’
Met een telkaart houdt Tiesinga bij hoe veel geiten, bokken en geitkalveren hij ziet. Foto: Jan Willem van Vliet
Hij geniet van een middagje reeën spotten in het Groninger landschap en hoopt altijd op bijvangst. ,,Vijf of zes hazen die boksen om een vrouwtje, dat vind ik prachtig om te zien.’’ Volgens hem hebben veel mensen geen oog voor wat er in de natuur te zien is. ,,Ik zag laatst wandelaars foto’s maken van een paar wolken. Die zagen niet eens dat er een paar lepelaars in het veld waren.’’
‘Reeën zijn scherp met de neus’
Reeën mogen dan niet snel schrikken van een auto, voor honden kijken ze wel uit. Tiesinga wijst in de verte naar een wandelend stel met twee honden. ,,Daarvoor waren deze zeven reeën aan het schuilen en daardoor zien we ze nu pas. Reeën zijn ook scherp met de neus. Als je ze wil benaderen, moet je dat tegen de wind in doen. Je staat versteld hoe snel ze je door hebben.’’
Een zogheten sprong van zeven reeën bij Westerlee. Foto: Jan Willem van Vliet
Gisteren telde Tiesinga er 24, zaterdagochtend 29. Dat aantal haalt hij zaterdagmiddag niet. Door het wisselvallige weer houden veel reeën zich schuil bij sloten of in het bos. Voor Tiesinga maakt het niet uit. ,,Het is een globale telling, dus slechter weer is niet zo’n ramp.’’ Voor hem is elke ree er een. Hij heeft weer een dagje genoten van de schoonheid van de natuur.