We komen duizenden leraren tekort. Toch zitten ervaren docenten uit landen als Turkije, Syrië en China hier vaak jaren werkloos thuis. In Groningen wil Wereldburgers voor de Klas dat veranderen. Jousef (39): „Ik hoor hier dat ik strenger mag zijn.”
In een vergaderruimte in de Korrewegwijk schuiven maandagmiddag zo’n twintig buitenlandse docenten aan voor een trainingsdag. De Oeigoerse docent Maerhaba Tumuer (33) komt binnen met twee kleine kinderen aan haar zijde. „De oppas heeft afgezegd, maar ik kon deze dag niet missen”, zegt ze verontschuldigend.
Ze kan niet wachten om weer voor de klas te staan, net als de andere deelnemers. Sommigen stonden in hun land van herkomst al twintig jaar voor de klas, maar wachten hier soms jarenlang op een eerste kans. Tegelijkertijd kampt het onderwijs met een groot lerarentekort: in 2025 ging het landelijk om circa 9.000 voltijdbanen.
Het programma Wereldburgers voor de Klas, sinds een jaar actief in Groningen, probeert twee problemen tegelijk aan te pakken: het tekort terugdringen én statushouders en andere nieuwkomers aan een baan helpen. „De kennis en ervaring hebben ze al”, zegt Remi Doomernik, projectleider in Groningen. „Maar het netwerk en het vertrouwen moeten hier vaak opnieuw worden opgebouwd.”
Docenten met een migratieachtergrond krijgen een training. Links: Maerhaba Tumuer. Foto: Corné Sparidaens
Deelnemers volgen een traject van ongeveer anderhalf jaar met taallessen, trainingen in didactiek en pedagogiek, coaching en een leerwerkplek op een school. Daarna wordt gekeken of zij kunnen doorstromen naar een baan als docent, onderwijsassistent of aanvullende opleiding.
Wennen
Volgens Doomernik ligt de grootste uitdaging, naast de taal, in het wennen aan een ander onderwijssysteem. „In veel landen is onderwijs klassikaler en vooral gericht op kennisoverdracht”, zegt ze. „Hier moeten leerlingen zelfstandig werken en initiatief nemen. Dat vraagt iets anders van een docent.”
Onder de deelnemers politiek vluchteling Emel Kahraman (46) en migrant Sinem Balyali Yilmaz (39) uit Turkije, die inmiddels al voor de klas staan. Maar ook docenten die nog aan het begin van hun traject staan, zoals de Syrische vluchteling Jousef al‑Ghanem (39).
Het traject draait voor hen om meer dan werk alleen: het is een weg terug naar een beroep dat ooit centraal stond in hun leven. Vier docenten vertellen over hun nieuwe begin.
Emel Kahraman Foto: Corné Sparidaens
Emel Kahraman (46) woont in Aduard, politiek vluchteling uit Turkije
„In Turkije werkte ik twintig jaar als scheikundedocent op verschillende scholen en niveaus. Toen ik naar Nederland kwam, begon alles opnieuw. Ik wist dat het tijd zou gaan kosten, dus begon ik een dagboek. Daarin schreef ik dat ik in mijn vierde jaar in Nederland weer aan het werk zou gaan, omdat ik een doel nodig had om vol te houden. Dat is gelukt.”
Ik wil pas voor de klas staan als ik me zeker voel.
„De grootste uitdaging is de taal. Op latere leeftijd een nieuwe taal leren is moeilijk en ik ben perfectionistisch. Ik wil pas voor de klas staan als ik me zeker voel. Nu werk ik als onderwijsassistent en geef ik af en toe uitleg tijdens practica. Leerlingen lachen dan soms om mijn uitspraak. Dat raakt me wel, maar ik probeer gewoon mee te lachen. Mijn droom is om ooit weer fulltime docent te worden, zodat ik opnieuw kan bijdragen en weer helemaal mezelf kan zijn.”
Jousef al-Ghanem Foto: Corné Sparidaens
Jousef al-Ghanem (39) woont in Hoogezand, vluchteling uit Syrië
„In Syrië werkte ik als docent Engels op een basisschool. Lesgeven betekende voor mij vooral kinderen een veilige plek geven om te leren. Zes jaar geleden kwam ik naar Nederland. De taal leren kost veel tijd; vooral spreken en luisteren vind ik lastig. Toch geef ik niet op, want ik wil graag weer voor de klas staan.”
Mijn manager zegt dat ik een goede leraar ben, maar dat ik iets strenger mag zijn.
„Het onderwijs is hier heel anders. In Syrië hadden we nauwelijks lesmateriaal: alleen een schoolbord, boeken en soms veertig leerlingen in één klas. Inmiddels werk ik als onderwijsassistent op een ISK-school met internationale leerlingen. Mijn manager zegt dat ik een goede leraar ben, maar dat ik iets strenger mag zijn. Mijn doel is om weer docent Engels te worden.”
Sinem Balyali Yilmaz Foto: Corné Sparidaens
Sinem Balyali Yilmaz (39) woont in Groningen, migrant uit Turkije
„Toen ik voor het werk van mijn man naar Nederland kwam, wilde ik graag weer lesgeven. In Turkije had ik meer dan elf jaar ervaring als docent Engels, onder meer aan een universiteit. Maar zonder Nederlandse werkervaring bleek het moeilijk om binnen te komen. Na veel afwijzingen vroeg ik me af waardoor dat kwam; misschien speelde mijn naam of achtergrond mee.”
Ik werd vaak afgewezen, misschien door mijn naam of achtergrond.
„Inmiddels geef ik Engels op een vmbo-school. Het onderwijs verschilt sterk van dat in Turkije, waar leerlingen een cijfer krijgen voor gedrag en bij een onvoldoende kunnen blijven zitten. Dat zorgt vaak voor meer respect voor docenten, ook vanuit families. Dat vind ik soms uitdagend, maar het ontmoedigt mij niet. Ik wil niet thuis blijven zitten: ik heb te veel kennis en ervaring om te delen.”
Maerhaba Tumuer Foto: Corné Sparidaens
Maerhaba Tumuer (33) woont in Groningen, is Oeigoerse vluchteling uit China.
„In China werkte ik als docent Engels en wiskunde. Ik heb een master in internationaal management en een docentencertificaat. Via dit traject wil ik begrijpen hoe lessen hier worden gegeven en hoe een Nederlandse klas functioneert. In China zijn lessen strak georganiseerd; leraren hebben daar duidelijke autoriteit. Hier is meer ruimte voor persoonlijk contact tussen docent en leerling. Dat spreekt me erg aan.”
Wanneer ik voor een klas sta, voel ik dat ik leef.
„Ik kom uit een onderwijsfamilie: mijn moeder, ooms en tantes zijn ook docent. Wanneer ik voor een klas sta, voel ik dat ik leef. Toen ik net in Nederland kwam, dacht ik dat het onmogelijk zou zijn om hier weer docent te worden. Met dit traject hoop ik dat het toch lukt. Als ik uiteindelijk weer les kan geven, voelt mijn nieuwe begin pas echt compleet.”
Buiten de stad terughoudend
Landelijk volgen zo’n 300 nieuwkomers het traject van Wereldburgers voor de Klas, terwijl er zo’n 3.000 aanmeldingen zijn. Het programma werd oorspronkelijk met landelijke subsidie opgezet om het lerarentekort te bestrijden, maar die financiering is inmiddels weggevallen. Nu draait het traject vooral op bijdragen van gemeenten, onderwijsregio’s en andere sponsoren.
In Groningen-stad blijken scholen vaker bereid deze docenten een kans te geven, terwijl buiten de stad de terughoudendheid groter is, vertelt projectleider Remi Doomernik. „Terwijl deze mensen juist enorm gemotiveerd zijn om weer voor de klas te staan én voor meer diversiteit in docentenkamers zorgen.”