Auke en Mustafa bij Complies in Tynaarlo. Foto: Marcel Jurian de Jong
Ze werken, leren Nederlands en doen mee - maar dan komt er een brief van het COA: verhuizen naar een andere gemeente. Ondernemer Auke Tel (57) uit Tynaarlo begrijpt er niets van. „We willen graag dat nieuwkomers werken, maar zo maak je dat onmogelijk.”
Tussen de stellingen met computers en printers loopt ondernemer Auke Tel trots door zijn magazijn in Tynaarlo. Niet alleen vanwege de ‘refurbished’ apparaten die hier na een opknapbeurt een tweede leven krijgen, maar vooral vanwege zijn medewerkers. Hij probeert iedereen een kans te geven op de arbeidsmarkt, ook statushouders, maar loopt daarbij steeds vaker tegen de muren van het systeem op.
„Nou breekt mijn klomp”, schrijft hij deze maand op zijn LinkedIn-pagina. De aanleiding: opnieuw kreeg hij bericht dat een van zijn medewerkers – een statushouder die goed functioneerde en gemotiveerd was – met spoed moest verhuizen.
„Vandaag voor de derde keer in anderhalve maand kreeg één van mijn bedrijven in het Noorden te horen dat een werknemer moet vertrekken”, schrijft hij. „Weg werk. Weg structuur. Weg vertrouwen.”
Zijn LinkedIn-berichten bereikten meer dan 90.000 mensen. De reacties lopen uiteen van herkenning tot onbegrip. „Er zaten ook wat azijnreacties tussen”, zegt hij. „Maar dat laat ik voor wat het is. De herkenning trof me het meest. Dat betekent dat dit probleem breder speelt.”
Statushouder Mustafa Shamama (30) werkt met veel plezier in Tynaarlo. Foto: Marcel Jurian de Jong
Auke runt meerdere bedrijven in Drenthe en Groningen en werkt al jaren met mensen met verschillende achtergronden. „We zijn ontzettend blij met hen”, zegt hij in zijn kantoor in Tynaarlo. „Ze willen echt iets doen. Maar dan krijg je dit voor je kiezen: ineens moeten ze weg.”
Volgens hem is het geen incident, maar een structureel probleem: een systeem dat integratie eerder belemmert dan bevordert. „Je probeert mensen stabiliteit te bieden – werk, ritme, een team - en dan komt er zo’n brief van het COA dat ze moeten verhuizen.”
„Het zijn geen potplanten die je elke keer uit de aarde trekt om te kijken of ze het ergens anders ook doen”, zegt hij. „Zo ga je niet met mensen om.”
Wanneer asielzoekers mogen werken
Zijn frustratie raakt aan de kern van het asielsysteem, waarin strikte regels bepalen wie mag werken en waar iemand mag wonen. Een asielzoeker is iemand die in Nederland bescherming vraagt, maar nog geen definitieve verblijfsstatus heeft. Tijdens de behandeling van hun aanvraag verblijven zij doorgaans in een azc. Na 6 maanden mogen asielzoekers werken, onder bepaalde voorwaarden. Vanaf juni 2026 wordt die termijn voor kansrijke asielzoekers verkort naar 3 maanden.
Een statushouder heeft wél een verblijfsvergunning en mag zonder beperkingen aan het werk. Vaak wonen statushouders nog tijdelijk in een azc, totdat de gemeente waaraan zij zijn gekoppeld hen een woning toewijst.
Elke gemeente krijgt van het Rijk een zogenoemde taakstelling: een vastgesteld aantal statushouders dat binnen een bepaalde periode moet worden gehuisvest. Zodra een asielzoeker een verblijfsvergunning krijgt, koppelt het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) hem of haar aan een gemeente. Dat kan ook een heel andere gemeente zijn dan die van de huidige opvanglocatie.
Voor werkgevers als Auke kan dit betekenen dat ze goed functionerende medewerkers kwijtraken.
‘Ik wil hier blijven’
Eén van die medewerkers is Mustafa Shamama (30), afkomstig uit Latakia, Syrië. Sinds maart 2024 werkt hij bij Complies, een van Auke’s bedrijven. Toen hij zijn verblijfsvergunning kreeg, dacht hij dat hij stabiliteit had gevonden. Kort daarna ontving hij van het COA bericht dat hij moest verhuizen naar de gemeente Opsterland in Friesland.
„Ik zei dat ik hier werk en hier wil blijven”, vertelt hij. „Maar ze zeiden: nee, je moet verhuizen. Daar kun je ook wel een andere baan vinden.”
De 30-jarige Mustafa Shamama, afkomstig uit Latakia (Syrië) Foto: Marcel Jurian de Jong
Mustafa werkt als orderpicker in het magazijn. Hij pakt bestellingen in, helpt mee bij het lossen van goederen en heeft zijn heftruckcertificaat gehaald. „Ik werk hier met veel plezier. Mijn collega’s zijn heel aardig. Maar ik ben bang dat ze ineens zeggen dat ik tóch moet verhuizen. Dan weet ik niet wat ik moet doen.”
De Syriër kwam in 2023 naar Nederland, om de dienstplicht te ontvluchten. Veiligheid en een nieuw bestaan waren zijn redenen om te vertrekken. „Mijn toekomst is hier”, zegt hij. „Ik wil hier blijven, werken, Nederlands leren, mijn vrouw hierheen halen. Maar het is moeilijk als je niet weet waar je mag wonen.” Zijn vrouw is nog in Syrië, hij wacht nog op bericht over gezinshereniging.
‘Hij kwam gewoon binnenlopen, fantastisch’
Toen Mustafa vorig jaar op het industrieterrein in Tynaarlo aanklopte, kende Auke hem nog niet. „Hij kwam gewoon binnenlopen”, vertelt de ondernemer. „Hij verveelde zich in het azc en wilde iets doen. Dat vond ik fantastisch. Mensen die zelf initiatief nemen, daar heb ik respect voor.”
Syriër Mustafa werkt als orderpicker in het magazijn. Foto: Marcel Jurian de Jong
„Hij doet het hartstikke goed”, zegt Auke. „Altijd vrolijk, altijd bereid om te helpen. Prachtig om te zien.”
Ook Mustafa’s neef Mohamed, die alleen met zijn voornaam in de krant wil, werkt als orderpicker bij Complies. Twee weken geleden kreeg hij van het COA te horen dat hij moest verhuizen naar Lochem. „Ik kreeg gewoon bericht: je moet gaan”, vertelt Mohamed. „Mijn werk heeft me geholpen. Ze hebben bezwaar gemaakt, daardoor is de verhuizing voorlopig stopgezet.”
Mohamed kwam in 2023 uit Syrië naar Nederland. „Ik moest vluchten voor de oorlog. Het regime wilde dat ik het leger in ging, maar ik weigerde te vechten. Ze kwamen steeds bij ons thuis, vroegen geld aan mijn vader en dreigden me mee te nemen. Toen ben ik gevlucht.”
Hoe het nu verder gaat, weet hij niet. „Ik woon nu twee jaar in Nederland en ben al meerdere keren verplaatst, steeds naar een andere opvanglocatie. Ter Apel, Budel, Breda, Nijmegen, Eelde — ik ben overal geweest.”
Een systeem dat niet luistert
Auke hoort de verhalen van zijn medewerkers aan met zichtbare frustratie. „Dit is precies waar ik me zo kwaad over maak”, zegt hij. „Je ziet hoe iemand zijn best doet, werkt, integreert. En dan wordt die persoon verplaatst omdat het systeem dat voorschrijft. Er wordt niet gekeken naar de mens, alleen naar de procedure.”
„Werkgevers worden er natuurlijk ook schuw van”, zegt hij. „Als je weet dat iemand binnen korte tijd weer moet verhuizen, wat ga je dan investeren? Niks. Want die persoon is toch weer weg.”
Auke heeft graag statushouders in dienst. „Deze mensen willen werken, daar moeten we zuinig op zijn.” Foto: Marcel Jurian de Jong
Als je weet dat iemand weer moet verhuizen, wat ga je dan investeren? Niks. Want die persoon is toch weer weg.
Volgens hem is er een kloof tussen wat Den Haag wil en wat er op de werkvloer gebeurt. „We praten in politiek Den Haag graag over inclusie en arbeidsparticipatie. Maar in de praktijk wordt het onmogelijk gemaakt.”
‘Slecht voor werk, inburgering en mentale gezondheid’
Het probleem dat Auke beschrijft, is volgens onderzoekers geen uitzondering. Jaco Dagevos, onderzoeker bij het Sociaal Cultureel Planbureau en bijzonder hoogleraar Integratie en Migratie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, onderzocht de impact van verhuizingen op de arbeidskansen van nieuwkomers. Volgens hem speelt het probleem vooral bij asielzoekers en de circa 30.000 tot 40.000 statushouders die nog in opvanglocaties verblijven.
„Moeten verhuizen terwijl je al werk hebt, is ontwrichtend voor hun nieuwe leven in Nederland”, zegt hij. „Werk is voor veel mensen in de opvang enorm belangrijk. Het voelt als een nieuwe start, een moment waarop je weer wat eigen regie ervaart na lang afhankelijk te zijn geweest van anderen.”
Een belangrijk knelpunt ligt in de manier waarop het opvangsysteem is ingericht. „Nu zie je vaak dat mensen gekoppeld worden aan een gemeente die ver van hun opvanglocatie ligt”, legt Dagevos uit. Dat maakt het volgens hem moeilijk om al vroeg te beginnen met inburgering en werk. Het zou helpen, zegt hij, als mensen sneller worden opgevangen in de gemeente waar zij uiteindelijk blijven wonen.
De vele verhuizingen hebben een negatieve impact op de mentale gezondheid van statushouders.
De spreidingswet vormt de basis van dat idee, zegt Dagevos. „Politiek liggen de meningen daarover uiteen. Maar als je kijkt naar arbeidsparticipatie en integratie, dan is het verstandig het aantal verhuizingen terug te brengen en mensen op te vangen in de gemeente waar zij ook blijven wonen. De vele verhuizingen hebben bovendien een negatieve impact op de mentale gezondheid.”
‘We hebben ze nodig’
Dat ziet Auke ook in de praktijk. „De medewerkers die zo’n brief kregen, zijn nog niet weg, maar ze leven wel in onzekerheid. En die stress werkt door, bij henzelf en bij het team. Je wilt ze helpen, maar je staat machteloos.”
De derde werknemer die plots moest vertrekken uit Tynaarlo en nu in Den Haag wordt opgevangen, is slachtoffer van mensenhandel en valt onder de verantwoordelijkheid van een andere organisatie dan het COA. „We hebben toen nog snel wat tassen bij elkaar geraapt, van die big shoppers”, vertelt de ondernemer. „Daarin kon hij zijn spullen verhuizen. Soms voelt het alsof er met mensen wordt omgegaan als met vee.”
Hij concludeert: „Ik vind dat we met respect met mensen om moeten gaan. Voor mij is dit geen politiek statement, dit is wat ik ervaar als werkgever. We hebben nieuwe Nederlanders keihard nodig. We vergrijzen en verzuren met z’n allen. Deze mensen willen werken, en daar moeten we zuinig op zijn.”
Reactie COA
Het COA gaat niet in op individuele gevallen, maar erkent dat verhuizingen voor statushouders deelname aan de samenleving bemoeilijken. Volgens de organisatie komt dat vooral door het huidige opvanglandschap, waarin veel tijdelijke noodlocaties worden gebruikt. Het COA pleit daarom voor een systeem met meer vaste opvangplekken en een eerlijke spreiding over het land, zoals beoogd met de spreidingswet. De organisatie zegt te proberen het aantal verhuizingen te beperken, maar kan dit in de huidige situatie niet garanderen.