De mannen en mascotte vormen de afvaardiging van de Meikermis met Alex Pijl helemaal links. En de twee vrouwen werken in het Beatrix Kinderziekenhuis. Eigen foto
Een afvaardiging van de Meikermis in Groningen bezocht woensdagmiddag het Beatrix Kinderziekenhuis. De mannen en mascotte kwamen met een container vol pluche beertjes, vosjes en hondjes de afdelingen op rollen. „Elk jaar heftig maar vooral erg mooi.”
„Het was een groot feest. Echt geweldig”, blikt Alex Pijl, een van de kermisafgezanten, een dag later terug op de middag. „De artsen en verplegers weten dat we komen en waren allemaal opgetrommeld. Voor de kinderen en ouders was het een grote verrassing.”
Sommigen waren eerst nog wat huiverig voor onze mascotte de kermisbeer, vertelt Pijl. „Maar uiteindelijk ging iedereen met hem op de foto. En ze waren heel blij met de knuffels. Een van de kinderartsen was er niet bij weg te slaan, zo mooi vond hij het.”
Enorm contrast
Ook voor Pijl is het elk jaar weer bijzonder. In het ziekenhuis vechten kinderen samen met artsen en verplegers voor hun leven, happen gezinnen naar adem terwijl ze voorzichtig om leren gaan met de nieuwe realiteit en slaan dromen kapot op golven aan slecht nieuws. Precies 750 meter verderop werd woensdagmiddag de laatste hand gelegd aan de Meikermis, die donderdag losbarst.
„Het is een enorm contrast”, zegt Pijl. „Je komt hier zoveel ellende tegen. Een deel van de patiëntjes kan nooit in een attractie omdat ze zijn veroordeeld tot een leven vol fysieke beperkingen of het simpelweg niet overleven. Dat is de reden waarom we dit in 2012 voor het eerst zijn gaan doen. Als zij niet naar de kermis kunnen, brengen we de kermis naar hen.”
Heftiger dan verwacht
Pijl herinnert zich de eerste keer nog goed. „Het was veel heftiger dan ik had verwacht. Dat gold ook voor mijn collega’s. Eentje haakte al heel snel af. De emoties kwamen te veel binnen. Maar we wisten toen wel direct dat we dit elk jaar gingen doen.”
Tijdens de coronajaren lag de actie stil, toen was bezoek ongewenst, maar daarna is de draad weer opgepakt. „Woensdag kwam een meisje voor controle naar het kinderziekenhuis. Ze had daar zes jaar geleden gelegen en toen een knuffel van ons gekregen. Die had ze nu weer mee, het was haar lievelingsknuffel geworden. Zo waardevol is het.”
Traditie
Inmiddels staat de teller op twaalf knuffeldagen. In de loop der jaren is weinig veranderd. Kermisondernemers zamelen geld in en de knuffels worden besteld bij een bekende leverancier. Pijl: „Die levert ze tegen gereduceerd tarief.” En dan is het daags voor de opening van de kermis samen met de mascotte en een kleine delegatie op naar het kinderziekenhuis in het UMCG.
Het enige dat is aangepast, is dat de pers niet meer welkom is. „In het begin stuurden we een persuitnodiging rond. Een collega zei zelfs een keer dat het goede reclame was voor de kermis. Dat was absoluut niet de bedoeling. Het gaat niet om ons. Het gaat om het geluk van die kinderen. Daarom doen we het tegenwoordig zonder pers erbij.”
Op de foto
Met of zonder journalisten, in het ziekenhuis wordt de actie enorm gewaardeerd. „Elk jaar zijn de kinderen weer hartstikke blij”, laat medisch pedagogisch zorgverlener Marit weten. Marit kan het weten, ze is de hele middag met de afvaardiging van de kermis op pad geweest langs alle afdelingen van het kinderziekenhuis. „Een paar tienermeiden voelden zichzelf eerst te oud voor knuffels en de mascotte. Maar ook zij vonden het uiteindelijk hartstikke leuk en gingen met de kermisbeer op de foto.”
Ik heb een knuffel over, zit het ziekenhuis daarop te wachten?
Het simpele antwoord is nee. Dat klinkt boud en bot. Maar dat is het niet, legt de woordvoerder van het ziekenhuis uit. „We kunnen alleen maar nieuwe knuffels aannemen. Ook al zijn ze maar eventjes gebruikt, dan mogen wij ze niet uitdelen omdat er misschien bacteriën of virussen in zitten. Hoe goed bedoeld ook, dat is niet handig in een ziekenhuis.”
Daarnaast heeft het Beatrix Kinderziekenhuis mede dankzij gulle gevers als de Meikermis voldoende knuffels op voorraad. „We hebben niet heel veel opslagruimte. Veel meer knuffels kunnen we er eigenlijk gewoon niet bij hebben. We waarderen het als mensen ons iets geven, maar individuele knuffels zijn gewoon niet heel handig.”