Minister van Infrastructuur en Waterstaat, Robert Tieman (r), en staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieu, Thierry Aartsen tijdens een debat in de Tweede Kamer. Foto: ANP/Jeroen Jumelet
Noord-Nederland moet meer geld krijgen voor infrastructuur bij woningbouw, vindt de Tweede Kamer. Veel partijen zijn ontstemd dat projecten zoals knelpunt Meppel toch weer vertraagd zijn.
Van een landelijke pot van 2,5 miljard euro voor wegen en spoor bij nieuwe woonwijken komt nog geen 1 procent in het Noorden terecht. ,,De regio Groningen-Assen krijgt bijvoorbeeld maar 0,06 procent, terwijl er 3,2 procent van de woningbouw komt’’, zei ChristenUnie-Kamerlid Pieter Grinwis maandag tijdens het jaarlijkse MIRT-Kamerdebat, over de verdeling van geld voor infrastructuur.
Hij diende mede namens D66, VVD, GroenLinks-PvdA, JA21, CDA en SGP maandag een motie in die het kabinet op vriendelijke toon verzoekt het geld eerlijker te verdelen over het land.
Het Noorden komt er volgens veel Kamerleden ook bekaaid af bij andere infrastructuurprojecten. Zo loopt aanpak van het spoorknelpunt bij Meppel toch weer enkele jaren vertraging op. Prorail stelde vorig jaar nog dat het vierde perron daar in 2030 opgeleverd wordt, maar dat wordt 2032. De eerste schop gaat wel dit jaar de grond in. Plannen voor een extra station bij Staphorst zijn niet haalbaar.
Extra geld na plunderen Lelylijn-pot
De aanpak van de sluis in de Afsluitdijk bij Kornwerderzand is ook onzeker of komt later. Deze twee projecten, Meppel en Kornwerderzand, kregen extra geld bij het plunderen van de Lelylijn-pot in het voorjaar vorig jaar. Maar minister Robert Tieman (BBB) en staatssecretaris Thierry Aartsen (VVD) zeiden dat er toch weer praktische problemen zijn. Dat geldt overigens voor veel meer projecten in het hele land.
Het belangrijkste project dat betaald wordt met het geld dat tijdens het Voorjaarsnota-overleg uit de Lelylijn-pot is gehaald, is de Nedersaksenlijn, de spoorlijn Groningen-Veendam-Emmen-Twente. Dat project ligt volgens Aartsen nog steeds wel op schema.
Over vier weken sluit de termijn om zienswijzen over de eerste plannen in te dienen. Eind 2028 moet de MIRT-verkenning gereed zijn. D66 maakte zich nog wel zorgen of de woningbouw-plannen langs de Nedersaksenlijn wel op tijd van de grond komen. Volgens Aartsen kan dat nog niet omdat nog niet bekend is waar de stations precies komen.
Lelylijn weer duurder: nu 15 miljard
De Lelylijn blijkt intussen duurder en duurder te worden. Was twee jaar geleden de raming van de kosten nog 13,8 miljard euro, nu loopt het volgens Aartsen richting de 15 miljard euro. Van de 700 miljoen die nog over was in de Lelylijn-pot is volgens Aartsen nu nog 657 miljoen beschikbaar. De raming voor eventuele aanleg van Groningen richting Duitse grens ligt nu tussen de 3,3 miljard en 12,1 miljard en alleen het stuk Drachten-Groningen zou nu al 4,4 miljard kosten waar eerst 3 miljard werd gezegd.
Komende vrijdag komt oud-directeur van De Nederlandsche Bank, Klaas Knot, met zijn rapport over de kosten voor de Lelylijn. De verwachting is dat hij gaat aangeven dat het weliswaar een zeer kostbaar project is waar niet zomaar geld voor is, maar dat het zo duidelijk voor de langere termijn is (’voor onze kinderen’) dat er ook op langere termijn geld voor gespaard kan worden, bijvoorbeeld in de vorm van een fonds. Daarmee zou het plan wel op de agenda kunnen blijven.