De Groningse Commissaris van de Koning René Paas heeft in zijn jaarlijkse nieuwjaarstoespraak politiek Den Haag opgeroepen te investeren. Onder meer in de Lelylijn, maar ook in het oplossen van de stikstofcrisis en de vastgelopen woningbouw. Stilstand kost uiteindelijk meer geld, benadrukte Paas.
„Niet investeren is niet veilig of neutraal, het is hartstikke duur”, zei de Groningse commissaris in het provinciehuis. „Laat ik het scherp zeggen richting Den Haag: als je nu niet investeert omdat je geen verschil maakt tussen investeren en gewone uitgaven, schuif je de rekening door naar morgen en noem je dat ten onrechte ‘verantwoord begrotingsbeleid’. Groningen prikt daar doorheen. Wie niet investeert, brengt geen rust in de portemonnee en draagt niet bij aan een fatsoenlijk land.”
Het inmiddels demissionaire kabinet maakte afgelopen jaar de realisatie mogelijk van de Nedersaksenlijn, een treinverbinding tussen Groningen en Enschede. De coalitiepartijen haalden de benodigde miljarden hiervoor uit de pot die was bestemd voor de Lelylijn, een nieuw aan te leggen spoorlijn tussen Groningen en Lelystad.
‘Lelylijn geen luxeproject’
Volgens Paas is het Lelylijn-project „mishandeld”. Ten onrechte, zegt hij. „De Lelylijn is geen luxeproject. Het is zelfs geen regionale wens. Het is een randvoorwaarde voor een sterker en eerlijker Nederland. En wie ongelijkheid laat bestaan, moet niet verbaasd zijn als de onvrede groeit.”
Het kabinet heeft Klaas Knot, oud-president van De Nederlandsche Bank (DNB), gevraagd te zoeken naar alternatieve financiering. Knot presenteert eind deze maand zijn bevindingen. „Ik reken erop dat zijn conclusie zo scherp is, dat die rechtstreeks een regeerakkoord in kan”, zei Paas. „De rest is politieke wil.”
Democratie vraagt moed, en moed verdient bescherming
De commissaris van de Koning riep ook op te investeren in elkaar, in de kwaliteit van leven, in de democratie, de rechtsstaat en de bescherming van bestuurders. „Openbaar bestuur is geen contactsport. Wie probeert besluiten af te dwingen met angst, ondermijnt de rechtsstaat en verdient geen millimeter ruimte. Wie de publieke zaak dient, mag er nooit alleen voor staan. Democratie vraagt moed. En moed verdient bescherming.”