Johan van Dijk (38) en Gijsje Stephanus (35) op molen De Wetsinger in Klein Wetsinge. Foto: Anjo de Haan
Wanneer Gijsje Stephanus (35) uit Vlagtwedde een dorp binnenrijdt en de wieken van een molen ziet draaien, gebeurt er iets. „Het geeft zo’n feeststemming’’, zegt ze. „Alsof het dorp ademt. Alsof alles klopt.’’
Gijsje Stephanus staat op de stelling van De Wetsinger, een koren- en pelmolen in Klein Wetsinge. Johan van Dijk (38) uit Groningen leidt haar op tot vrijwillig molenaar.
De wind trekt aan de zeilen, het hout kraakt zacht. „Dit werk is herkenbaar voor mij. Ik kom uit de wereld van oude schepen, van weer en wind. Wieken zijn in wezen ook zeilen. Het is hetzelfde spel van wind en balans.’’
Ik wil iets met mijn handen doen. Ik wil voelen hoe een molen werkt
Gijsje is erfgoedambtenaar bij de provincie Groningen. Ze werkt in een jong team dat niet alleen achter een bureau over erfgoed wil nadenken, maar juist ook wil zien en voelen hoe het in de praktijk gaat. „We zijn allemaal jonge mensen die het ambacht willen leren’’, zegt ze. „Ik wil iets met mijn handen doen. Ik wil voelen hoe een molen werkt, hoe je hem bedient, hoe je hem veilig houdt.’’
Gijsje Stephanus. FOTO: Anjo de Haan
Haar fascinatie voor molens begon jaren geleden, toen ze met haar zoontje een open dag bezocht op molen Dijkstra in Winschoten. „Ik was meteen verkocht. Ik dacht: dit ga ik ook doen.’’ Later ontdekte ze iets onverwachts: haar ouders bleken ooit ook aan de molenaarsopleiding te zijn begonnen, toen ze nog in Uithuizermeeden woonden. „Ze hebben die alleen nooit afgemaakt. Dat hoorde ik pas toen ik me had aangemeld. Dat maakte het voor mij nog bijzonderder.’’
Bouwvallen
Om te voorkomen dat het eeuwenoude molenerfgoed verloren gaat, ligt er nu een 'reddingsplan': de nieuwe Molenvisie van het Platform Moleneigenaren, dat op initiatief van Erfgoed in Groningen twee keer per jaar bijeen komt. De visie wordt aan gedeputeerde Susan Top gepresenteerd tijdens het Groninger Molenweekend op 13 en 14 juni.
Regulier onderhoud is niet het grootste probleem, zegt Johan van Dijk. Hij is molenadviseur voor Erfgoed in Groningen en voorzitter van het provinciaal Gilde van Molenaars, dat sinds 1972 de opleiding tot windmolenaar verzorgt. De grootste uitdaging zit volgens hem in het grote restauratiewerk. „Echt complete bouwvallen zijn er niet meer, maar begin deze eeuw was dat anders. Neem de poldermolen in Noordbroek: die viel destijds bijna uit elkaar. Vergeet niet dat veel molens inmiddels ruim 150 jaar oud zijn.’’
Johan van Dijk. FOTO: Anjo de Haan
Nieuwe molenvisie
In de nieuwe visie staat hoe het behoud van de ruim tachtig Groninger molens de komende jaren verder moet worden bevorderd. Veel molens kampen met slijtage en weersschade, en er is zorg over de beschikbaarheid van voldoende vrijwilligers. Voor structureel onderhoud is betere samenwerking nodig tussen molenstichtingen en erfgoedorganisaties. Ook moet er meer aandacht komen voor de opleiding en begeleiding van nieuwe molenaars.
Zelf geeft Van Dijk momenteel les aan twee vrouwen en vier mannen tussen de 17 en 70 jaar. Hij vertelt waar zijn eigen liefde voor het vak begon. „Ik ben van kinds af aan gek op molens. De eerste jaren van mijn leven heb ik in Loppersum gewoond, in de schaduw van de molen die daar staat.’’
Johan: „Molens blijven alleen in goede staat wanneer ze geregeld draaien, deskundig worden onderhouden en tijdig worden gerestaureerd. Structurele financiering voorkomt dat stichtingen afhankelijk zijn van losse subsidies. Daarnaast zijn voldoende vrijwillige molenaars onmisbaar.’’
Molenaar en molenbouwer
Nederland, Adorp , 29-05-2026.
Een van de jongste molenaars van Groningen Thijs Noot (22). Foto: Siese Veenstra
Een van de jongste nieuwe molenaars is Thijs Noot (22) uit Winneweer. Hij heeft van zijn hobby zijn werk gemaakt. Naast zijn werk als molenaar op De Kloostermolen in Garrelsweer is hij molenbouwer bij A.D.H. Molenbouw & Constructies in Adorp. „Toen ik in opleiding was tot molenaar, fietste ik langs de molen in Garrelsweer. Daar waren ze bezig, en ik zocht nog een stageplek. Ik vroeg: kan ik komen? Met wat passen en meten, de school moest ook toestemming geven, lukte het.’’ Thijs bleef en werkt er nog steeds.
Het is vooral de techniek die me trekt. Alles is groot en robuust
Hij volgde op het Alfa-college in Groningen de opleiding Technicus Engineering Werktuigbouw. „Het is vooral de techniek die me trekt. Alles is groot en robuust. Al die verschillende molens, al die toepassingen. Het restaureren, het maken, het zelf als molenaar bezig zijn. Het is prachtig. De beweging, de reuring. Er is zo veel te doen. Metaal, hout, geschiedenis: alles komt samen.’’
Thijs is niet alleen molenaar maar ook molenbouwer.
Foto: Siese Veenstra
Duizend molens
Ooit waren er meer dan duizend molens in Groningen: korenmolens, pelmolens, zaagmolens, poldermolens. Ze maalden graan, verwerkten gerst voor de jeneverindustrie, zaagden hout voor de scheepsbouw en hielden polders droog. Ze waren de motor van de economie en vormden herkenningspunten in het open Groninger landschap. Om ze draaiende te houden moet er veel gebeuren. Molens kampen met slijtage, stormschade en verouderde onderdelen. Roeden braken de afgelopen jaren bij meerdere molens af. Gemeenten zoals Oldambt, eigenaar van vier molens, zien de kosten oplopen. Twee molens kregen nieuwe roeden; bij twee andere moet dat nog gebeuren.
Dat er zo veel molens zijn verdwenen, heeft alles te maken met de komst van nieuwe technologie. Vanaf de negentiende eeuw namen stoommachines, later dieselmotoren en elektrische maalderijen het werk over. Toch is Groningen nog altijd een van de molenrijkste provincies van Nederland.
Molen De Wetsinger in Klein eWtsinge. Foto: Anjo de Haan.
Dat er nog zeker 80 molens zijn, komt door een sterke erfgoedtraditie, weet Johan van Dijk. Vanaf de jaren zestig zetten vrijwilligers, stichtingen, gemeenten en later ook de provincie zich actief in voor behoud. „Gelukkig hebben we in Groningen nog voldoende mensen. Maar ook bij ons is er sprake van vergrijzing en moeten we veel doen om te zorgen dat er nieuwe mensen bijkomen. Het afgelopen jaar heeft het Gilde afscheid moeten nemen van vijf mensen. Anderzijds zijn er ook zes nieuwe mensen geslaagd.’’
Hij ziet molens als meer dan monumenten. „Molens vertellen een eigen verhaal over Groningen, over handel, landbouw, innovatie en de strijd tegen het water.’’ Dat beaamt Gijsje. Terwijl de wieken langzaam op gang komen, zegt ze: „Een molen is zo veel meer dan een werktuig. Je kunt ermee communiceren. Wieken staan in een rouwstand, een feeststand. Het is een taal. En als je de wieken ziet draaien, voel je dat het goed is. Dat geeft zo’n fijn gevoel.’’
kon Minder
Kon Minder is een typisch Groningse serie over Groningers en over Groningen. Laat je verwonderen en inspireren, of steek wat op. Want: is dit Gronings? Inderdaad. Dit is Gronings. Kon minder.