Törf, de oudste folkband van Groningen, bestaat vijftig jaar. Geen andere Groningse band treedt al zo lang onafgebroken op. Met de komst van zangeres Merel Wentink (32) kreeg de groep een nieuwe impuls.
Op een repetitieavond in het dorpshuis van Stitswerd druppelen de zes muzikanten binnen. Geen grote woorden, geen gedoe. Alleen instrumenten, stemmen en een halve eeuw Groninger muziek. Op tafel ligt een zak Knols koeken, meegenomen door Geert Ridderbos. Hij speelt op de accordeon, of pokkelörgel zoals de vorig jaar overleden zanger Henk Scholte het altijd noemde.
Törf, geen grote woorden, geen gedoe. Foto: Corné Sparidaens.
Merel is sinds vorig jaar de nieuwe stem van Törf. Ze volgde Scholte op die jarenlang een centrale rol had als zanger, verteller en presentator van de optredens. hij was niet alleen de stem maar ook het gezicht van de band. Niet voor niets had hij de bijnaam Henkie Törf.
„Maar al voor zijn overlijden waren we met Merel bezig”, vertelt de 68‑jarige bassist en medeoprichter Eddy de Jonge. „De paar concerten die nog stonden, deed ze meteen mee.”
Even aftasten
De eerste repetitie was eventjes aftasten bekennen de twee. „Er werd best wel even gehumd”, zegt Merel. „Maar toen ze begon te zingen, wisten we genoeg: prachtig. Die moeten we vasthouden”, zegt Eddy. Hij is het langst bij de band; Merel zingt inmiddels anderhalf jaar mee.
Eddy is het langst bij de band; Merel zingt inmiddels anderhalf jaar mee. Foto: Corné Sparidaens
Klassiek geschoold en gewend aan opera’s, oratoria en moderne muziektheaterprojecten voelt ze zich thuis in de Groninger folk. Dat de andere bandleden tientallen jaren ouder zijn, vormt geen enkele drempel. Ook het Gronings, niet haar eerste taal, bleek geen obstakel.
„Ik zong de liedjes van Törf vroeger thuis al mee. Mijn vader draaide ze. Als klein meisje kwam ik bij optredens. Toen ik bij de band kwam, was dat wel spannend, maar voelde het direct vertrouwd”, zegt Merel.
„Toch heb ik lang met de stem van Henk in mijn hoofd gezeten. Maar Eddy zei: jij doet het op jouw eigen wijze. Dat gaf ruimte. Nu voel ik de vrijheid om het op mijn manier te doen.”
De klik is wederzijds. „Het gaat met Merel anders”, zegt Eddy. „De sfeer binnen de band en onze manier van spelen is veranderd. Sinds Merel erbij is, repeteren we strakker. Nu is het voorbereiden, repeteren, alles goed neerzetten”, legt Eddy uit. „We zijn eigenlijk best een serieuze band. Het ziet er alleen niet altijd zo uit.’’
Repertoire van honderden nummers
De band repeteert om de twee weken en treedt maandelijks op. Eddy: „We hebben overal gestaan. Van dorpshuizen tot internationale festivals in Berlijn, Oostenrijk, Denemarken. Zelfs in Egypte stonden we op een festival. Wat een gekkigheid.”
Marius Greiner en Geert Ridderbos (rechts) zijn aan het repeteren voorafgaand aan een optreden in dorpshuis Agricola in Baflo. Foto: Corné Sparidaens
De band heeft een duizelingwekkend repertoire van honderden nummers: eigen werk, stukken van Groninger dichters, vergeten melodieën uit het Groninger Zangboek van bijna honderd jaar oud. Ook de instrumentenkaravaan is indrukwekkend: doedelzakken, draailier, duduk, fluiten, viool, mandoline, bas, gitaar, accordeon en slagwerk. „Eigenlijk horen we nergens bij qua stijl’’, zegt Eddy. „Daarom noemen we het maar Grunneger folk.”
Wat in de jaren zeventig begon als een band die bewust koos voor streektaal en folk, groeide uit tot de oudste Groningstalige band en waarschijnlijk de langst bestaande folkgroep van Nederland.
En altijd blijft Törf trouw aan de eigen streektaal, akoestische sound en liefde voor Groninger verhalen. „Onze taak is om mooie muziek te maken in zaaltjes die bij ons passen. Daar hoort nu eenmaal het Gronings bij’’, zegt Eddy.
We waren er al ver voor Ede Staal
„Het is onze identiteit. We waren er al ver voor Ede Staal. Popbandjes in de jaren zeventig zongen allemaal in het Engels. Dat paste ons niet. Het Gronings was de taal van thuis, van de straat.’’ Zo ontstond Törf: eigenzinnig, akoestisch, zonder opsmuk.
Die eigenzinnigheid is altijd gebleven. De groep speelt het liefst in kleine ruimtes: kerkjes, dorpshuizen, ateliers. Zonder versterking, dicht op het publiek. En dat al een halve eeuw lang. „We gaan gewoon door. De eerste boekingen voor 2027 zijn al binnen.”
En dat na een zwaar jaar. Törf trad nauwelijks op. De ziekte en het overlijden vorig jaar van boegbeeld Henk Scholte drukten zwaar op de groep.
„Henk was n kameroad van het eerste uur. Ik hoor mijn moeder thuis in Musselkanaal nog roepen: Eddy, der stait n vrumde jong veur deure. Hij was een knuppel van vijftien, op ouwe klompen en met een gek petje. Toen Henk wegviel was dat een klap voor ons”, vertelt Eddy. „Als band val je dan even stil. Maar stoppen? Nee. Daar hebben we het ook met Henk overgehad toen hij ziek was. We hebben een repertoire van 50 jaar opgebouwd. Dat is het hart van onze band. Daar kunnen we mee verder. Nog wel vijftig jaar.”
De huidige bezetting bestaat uit Merel Wentink (zang, slagwerk), Geert Ridderbos (accordeon), Marius Greiner (viool, mandoline), Flip Rodenburg (doedelzakken, fluiten, duduk, draailier), Jos Kwakman (gitaar, slagwerk) en Eddy de Jonge (bas).
Wordt er dan helemaal niet stilgestaan bij het jubileum? Er wordt gewerkt aan een nieuw programma met organist Eeuwe Zijlstra, dat komende zomer in vier kerken wordt uitgevoerd. Uiteraard is er dan aandacht voor de muzikale geschiedenis. En documentairemaker Saskia Jeulink uit Groningen wil graag een film maken over vijftig jaar Törf. Jeulink maakte eerder een documentaire gemaakt van strokartonfabriek De Halm in Hoogkerk. Ergens eind dit jaar moet de documentaire klaar zijn.
Kon Minder
Kon Minder is een typisch Groningse serie over Groningers en over Groningen. Laat je verwonderen en inspireren of steek wat op. Want: is dit Gronings? Inderdaad. Dit is Gronings. Kon minder.