Molenaar Maarten de Vries en singer-songwriter Auke Martin Korthuis hebben een protestlied gemaakt tegen de dreigende aantasting van molen Adam door nieuwbouw in het centrum in Delfzijl. Ze hopen dat ze met de melodie van Ede Staal de gemeente op andere gedachten kunnen brengen.
Vol trots presenteerde de gemeente Eemsdelta half juli het ontwerp van het Huis van Cultuur en Bestuur dat gebouwd moet worden in het centrum van de havenstad, waarvan het hoogste punt 27 meter boven het maaiveld moet uitsteken. Het is een modern complex dat positieve, maar ook verontruste reacties oproept.
Zo maken molenliefhebbers zich grote zorgen over de toekomst van molen Adam aan het Molenbergplein, die straks letterlijk en figuurlijk in de schaduw van het nieuwe complex staat. De vrees is dat Adam de wind uit de wieken wordt genomen, en ook dat het historische bouwwerk beschadigd raakt door ongelijkmatige belasting en slagwinden.
‘Het is hét gesprek van de dag’
Een van de mensen die zich druk maken over de toekomst van de historische molen is Maarten de Vries, molenaar van molens De Zilvermeeuw en Hunsingo in Onderdendam. „Geef Adam de ruimte en de wind”, zegt hij. „Een molen moet kunnen draaien om in conditie te blijven.” Het dreigend lot van Adam is hét gesprek van de dag onder molenaars in de regio, en liet De Vries niet meer los. Toen hij onlangs midden in de nacht weer eens lag te woelen in bed, besloot hij in actie te komen.
„Ik werd wakker en kreeg een ingeving om dit lied te schrijven”, zegt de Vries. „Je moeten weten dat ik – ook al kom ik oorspronkelijk uit Friesland – een groot fan ben van Ede Staal. Veel belangrijke en minder belangrijke zaken in het leven probeer ik te verbinden met zijn liedjes. Toen ik in bed lag te piekeren kwam ik op het idee om het nummer De Hoaven van Delfziel van Ede Staal te bewerken tot een protestlied.”
De impressie van het Huis van Cultuur en Bestuur met op de voorgrond molen Adam Foto: Gemeente Eemsdelta
Extra hulp
Volgens de Onderdendamster molenaar leek het eerst een vrij simpel klusje. „Als je het woord ‘hoaven’ vervangt door ‘molen’ kom je al een heel eind”, zegt hij. Maar om er een echt Gronings protestlied van te maken had De Vries toch extra hulp nodig. Daarbij bood Google uitkomst. „Toen ik zocht op Groningse protestzangers kwam ik uit bij Auke Martin Korthuis.”
We willen op een milde, zachte, melancholische manier duidelijk maken dat het anders moet
De keuze voor Korthuis bleek een schot in de roos, omdat de singer-songwriter een voorliefde heeft voor molens. In een ver verleden trok hij namelijk door het hele land om molens te onderhouden en herstellen. Toen De Vries hem belde was er gelijk een klik tussen beide mannen. Niet lang daarna hadden ze het lied klaar en maakten ze een eerste opname.
Dit zijn twee coupletten:
De overhaid wil baauwen
‘N Nij gemaintehoes
Vlak noast dij mooie meulen
Gain wiend meer/ nee gain poest
‘N meulen zunder wiend
Is as ‘n mìns zunder haart
Gaaf Adam toch de roemte
Zien oetzicht donker zwaart
„Ik speelde accordeon, Auke Martin nam zang en gitaar voor zijn rekening”, zegt De Vries. „En daarna heb ik er nog geluiden van de zee en zeevogels in gemixt. „Eigenlijk is het meer een zörgenlaid dan een protestlied”, voegt Korthuis toe. „We willen op een milde, zachte, melancholische manier duidelijk maken dat het anders moet.”
Met het lied hopen de mannen te bereiken dat het plan voor de bouw van het complex wordt aangepast. „We zijn niet tegen moderne bouwwerken”, verduidelijkt De Vries. „We gunnen de gemeente Eemsdelta en de inwoners een prachtig nieuw Huis voor Cultuur en Bestuur. Maar volgens ons moet dat ook op een manier kunnen waarop beide naast elkaar kunnen blijven bestaan.”
Hopen op steun
Beide mannen hopen dat belangenorganisaties De Hollandsche Molen en Erfgoed in Groningen hun initiatief willen omarmen. „Dan kunnen we een professionele opname maken die we verder kunnen verspreiden”, stelt De Vries. Zanger Korthuis is positief gestemd over die steun: „De directeur van Erfgoed in Groningen heeft ons zelfs al gevraagd een extra couplet te schrijven waaruit hoop spreekt.”