Op vrijdag 30 juni wordt op de Ossenmarkt in Groningen de Trans-Atlantische slavernij herdacht. Foto: Corné Sparidaens
Onder meer staatssecretaris Aukje de Vries (Toeslagen), burgemeester Koen Schuiling en Commissaris van de Koning René Paas wonen op vrijdag 30 juni de eerste Groningse Ketikoti-herdenking bij.
Dat bevestigt Roberto Refos, voorzitter van Stichting Noaberschap/Comité 30 juni-1 juli Groningen. De herdenking vindt plaats op de Ossenmarkt.
Tijdens de herdenking worden de slachtoffers van de trans-Atlantische slavernij herdacht. Tussen 1621 en 1863 verscheepte Nederland honderdduizenden Afrikanen naar Suriname en het Caribisch gebied en dwong hen op plantages, in fabrieken of als huisslaaf te werken. Tijdens de herdenking zal, net als bij de jaarlijkse dodenherdenking op 4 mei, om acht uur ‘s avonds twee minuten stilte worden gehouden.
Staatssecretaris van Toeslagen ook aanwezig
Burgemeester Koen Schuiling van Groningen zal voorafgaand aan het stiltemoment een toespraak houden. René Paas, commissaris van de Koning, en staatssecretaris Aukje de Vries (Toeslagen) zullen de herdenking bijwonen.
Het bezoek van de staatssecretaris kan als veelbetekenend worden gezien: onderzoek naar de toeslagenaffaire toonde eerder aan dat de Belastingdienst structureel en bewust discrimineerde tegen mensen van niet-westerse afkomst. Veel slachtoffers hebben een Surinaamse of Caribische achtergrond.
Erkenning en doorwerking
Tijdens de herdenking op de Ossenmarkt worden meerdere kransen gelegd, onder meer door Surinaamse en Caribische nazaten. „We zijn nog in overleg met de Rijksuniversiteit Groningen en verschillende geloofsgemeenschappen, om ook hen een krans te laten leggen”, laat voorzitter Refos weten.
Refos vindt het belangrijk dat er erkenning komt voor de Trans-Atlantische slavernij en de doorwerking daarvan. „De slavernij was lang een onderbelicht onderwerp. Ook ik dacht tien jaar geleden nog dat Groningen er niets mee te maken had. En het slavernijverleden speelt nog steeds. Voetballers krijgen nog steeds bananen naar zich toegegooid, kinderen krijgen een te laag schooladvies. Willen we daaraan werken, dan moeten we erkennen wat er is gebeurd en samen kijken hoe we de problemen kunnen tackelen.”