Keti Koti in de Der Aa-kerk. Foto: Corné Sparidaens
Keti Koti swingt door de binnenstad van Groningen. Organisatoren en deelnemers hopen dat het een nationale feestdag wordt, maar of veel Groningers daar echt iets voor voelen is nog maar de vraag. „Wij gaan er niet met gestrekt been in, wij brengen juist mensen samen.”
Aan de ene kant van de Der Aa-kerk bekijken bezoekers in alle rust een 35 meter lang wandkleed over de sporen van de slavernij in Groningen. Twintig meter verderop galmt vrolijke Kaseko-muziek door het schip. De kerk is vol van kleur vandaag, gevuld met eettentjes, informatie-stands en creoolse kleding in alle kleuren van de regenboog.
Het wandtapijt met slavernijverleden in de Der Aa-kerk. Foto: Corné Sparidaens
Keti Koti bestaat al even in Groningen: in 2010 lieten de spelers van FC Groningen zich al bijpraten over de afschaffing van de slavernij op sportcentrum Kardinge. Maar dat het zo’n groot evenement midden in de stad zou worden, daar staat de organisatie zelf ook van te kijken. Als projectcoördinator heeft Cissy Gressmann hier lang naartoe geleefd. „Wij zijn heel blij dat het zo snel zo groot is geworden. Wij polariseren en schreeuwen niet, wij willen juist samen de geschiedenis leren snappen en de vrijheid vieren. Maar dat het zó druk, kleurrijk en vrolijk zou worden, dat hadden we bijna niet durven dromen.”
Feestdag en herdenking in één
Keti Koti betekent letterlijk ‘gebroken ketenen’ in de Surinaamse taal Sranantongo, wat refereert aan de Nederlandse afschaffing van de slavernij op 1 juli 1863. Sinds de Tweede Wereldoorlog wordt Keti Koti gevierd, vooral in Suriname, en in 1955 werd het daar een officiële (vrije) feestdag.
Ook in Nederland herdenken mensen al jaren het Nederlandse slavernijverleden op 1 juli. Sinds de onthulling van het nationaal Monument Slavernijverleden in Amsterdam in 2002 krijgt de dag langzaam maar zeker meer aandacht. Dat zulk groeiend enthousiasme gemanaged moet worden was de organisatie snel duidelijk.
„Wij willen niet dat zo’n belangrijk iets gekaapt wordt, laat staan dat het de polarisatie in de hand speelt”, vertelt Willy Velberg van de Der Aa-kerk. „Er zijn zo veel verschillende groepen in de maatschappij die deze geschiedenis delen. Dat zij samen komen en elkaar het verleden helpen snappen is ons doel. Daar hoort herdenken en lesgeven bij, maar ook vieren hoe ver we met zijn allen al gekomen zijn.”
Bij Keti Koti is voor elk wat wils. Foto: Corné Sparidaens
Groningse geschiedenis
Op 1 juli 1863 schafte het Koninkrijk der Nederlanden de slavernij officieel af in het Caribisch gebied. De West-Indische Compagnie (WIC) had daarvoor meer dan 200 jaar lang huisgehouden in Afrika en het Caribisch gebied, en ook na de afschaffing werden veel ex-slaven gedwongen voor hongerloontjes op de plantages te blijven werken. De plantagehouders werden door de overheid vergoed voor het vrijmaken van hun slaven: 300 gulden per persoon. Vele tientallen Groningse families ontvingen deze compensaties.
De Kamer Stad en Lande, het Groningse onderdeel van de WIC, werd al in 1622 opgericht. Deze afdeling besliste over de slavenhandel en over de slavernij op plantages, waarvan nog veel gebouwen en kunstwerken in de stad te zien zijn. De schepen vol mensen van de WIC, die ook vanuit het Noorden voeren, werden ‘drijvende doodskisten’ genoemd. Tot slaaf gemaakten die de tocht vanuit Afrika overleefden werden op gruwelijke wijze verhandeld of gebruikt op de Nederlandse plantages.
Zowel de stad Groningen als de ommelanden verdienden goud geld aan deze handel. Veel Groningse jongemannen maakten carrière door bij de WIC in dienst te gaan. Kwamen de tot slaaf gemaakten op deze Nederlandse schepen of plantages in opstand, dan werden zij gemarteld en geëxecuteerd.
Deelnemers vieren samen de vrijheid. Foto: Corné Sparidaens
Keti Koti in Groningen
Het feit dat ook Groningers vroeger de slavernij in stand hielden, is een waarheid waar lang weinig over bekend was, ook onder de organisatoren zelf. Roberto Refos, van het comité vertelt dat zelfs bij hem pas in 2016 het kwartje viel. „Ik wist gewoon niet dat het zo wijdverspreid was en in alle steden voorkwam. Des te mooier is het om te zien dat die bewustwording zo snel gaat, en dat er zo veel mensen uit alle windstreken meer willen weten. Het begin is er, nu gaan wij voor continuïteit.”
Met die continuïteit lijkt het wel goed te zitten. Overkoepelende organisatie heeft partners te over, van Groninger musea tot onderwijsinstellingen en een synagoge. Daardoor is er niet alleen ruimte voor kunst en cultuur, maar ook voor educatie. In september start er een nieuw, jarenlang onderwijsproject.
Naast projectcoördinator is Cissy Gressmann ook dichter en spoken-word artiest. De combinatie van educatie en kunst bij is volgens haar essentieel. „Kunst kan je niet alleen dingen leren, maar ook mensen samenbrengen. Op die manier hoeft niemand zich schuldig te voelen, we worden samen wijzer.”
De afgelopen jaren wordt de roep om Keti Koti als nationale feestdag steeds groter. Vorig jaar werden er al twee moties ingediend bij de Tweede Kamer om 1 juli om te toveren in een vrije dag. Veel werkgevers doen dit ondertussen al uit eigen overweging. Of het ook nationaal de standaard wordt is nog de vraag; 68 procent van onze lezers gaven in de stelling van de dag aan er maar weinig voor te voelen.