Het wandtapijt met slavernijverleden in de Der Aa-kerk. Foto: Corné Sparidaens
Het gaat er om spannen of Groningen in het officiële Herdenkingsjaar Slavernijverleden nog een vast monument krijgt. Die intentie heeft het gemeentebestuur wel, maar of het lukt voor 1 juli 2024 is niet zeker.
Dat het gemeentebestuur op een zeker moment ook excuses zal aanbieden voor het Groninger slavernijverleden ligt voor de hand, maar hoe en wanneer is allemaal nog niet bekend.
,,Er is aanleiding, als je kijkt naar wat nu bekend is, dat we daar excuses voor zouden moeten aanbieden’’, zegt wethouder Manouska Molema (GroenLinks) voorzichtig. Zij wil sowieso voorkomen dat de gemeente ‘het allemaal zelf bedenkt’. Excuses (namens gemeenteraad en college) moeten komen in overleg met tal van instanties en vertegenwoordigers van etnische groepen.
Veel is al bekend
Over de betrokkenheid van het stadsbestuur bij de slavernij is al veel bekend. Met name over Groningen en de West-Indische Compagnie (WIC, 1671-1792), de periode waar Molema op doelt. Over Groningen en de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC, 1602-1800) is minder bekend. In opdracht van de raad wordt daar door de Rijksuniversiteit Groningen al een tijdje onderzoek naar gedaan. Dat onderzoek moet nieuwe feiten opleveren, maar geen politiek advies. College en raad moeten hun eigen conclusies trekken.
Pas in het najaar is dat onderzoek van de RUG naar verwachting afgerond. Molema verwacht wel dat voor komende zomer al een deel van de resultaten bekend is en met de raad kan worden gedeeld. Dat de Groninger bestuurders excuses zullen aanbieden namens hun voorgangers ligt eigenlijk al in de lijn der verwachting sinds de gemeenteraad in 2021 een motie aannam om een en ander grondig uit te laten zoeken.
Eerst goed uitzoeken, dan pas excuses
Maar de volgorde der dingen is belangrijk, benadrukt raadslid Jim Lo-A-Njoe (D66), initiatiefnemer van de motie. Eerst goed uitzoeken, dan pas excuses. En liefst alles in het jaar (van 1 juli 2023 tot en met 1 juli 2024) dat Nederland stil staat bij het einde van de slavernij in 1873. Lo-A-Njoe gaat er vooralsnog van uit dat de gemeente er in slaagt om voor het einde van het herdenkingsjaar een officieel monument te onthullen. ,,Ik heb alle vertrouwen in de wethouder.’’
Molema wil niet zomaar een knoop doorhakken, enkel omwille van de tijd. ,,Er ligt een behoorlijk krappe planning onder, maar we steken in op een goed en zorgvuldig proces door mensen hier bij te betrekken. Dat is best spannend.’’
Ossenmarkt, Zuiderplantsoen en Noorderplantsoen
Beoogde locaties voor een monument zijn Ossenmarkt, het Zuiderplantsoen en het Noorderplantsoen. Kunstpunt Groningen, dat de gemeente heeft geadviseerd over een monument, gaf vorig jaar zomer aan dat de onthulling van een monument op 1 juli 2024, haalbaar kán zijn, mits er geen onverwachte vertragingen optreden. Kunstpunt adviseerde ook het budget van 150.000 euro te verhogen naar 200.000, vanwege de inflatie. Dat laatste heeft het college niet besloten, het wil inzetten op (overheids)fondsen en de provincie om het budget te verhogen.
‘Je kunt niet zeggen: er is één nazaat’
Voordat een kunstcommissie geformeerd kan worden, een kunstopdracht geformuleerd en kunstenaars gezocht, moeten betrokkenen het nog eens worden. Het is de bedoeling dat het monument aandacht vraagt voor het complete koloniale en Trans-Atlantische en Aziatische slavernijverleden van Groningen. Het moet op diverse data een plek zijn om stil te staan met verschillende groepen.
Die data zijn 15 mei, als de Molukse held Pattimura wordt herdacht, 30 juni en 1 juli tijdens Keti Koti, van oorsprong Surinaams, en 17 augustus, dag van de Vrijheidsstrijd op Curaçao. Molema. ,,Je kunt niet zeggen: er is één nazaat van het slavernijverleden.’’
Lo-A-Njoe: ,,We hebben elders in het land gezien hoe lastig dit is. Ik hoop dat alle groepen mensen die hier in Groningen bij betrokken zijn de rijen kunnen sluiten en het eens kunnen worden.’’