Keti Koti, de afschaffing van de slavernij, werd dit jaar in de Der Aa-kerk gevierd. Foto: Corné Sparidaens
De regering wil op 19 december excuses aanbieden voor het slavernijverleden van Nederland, werd vorige week bekend. Een historische stap, zegt menigeen. Hoe zit het eigenlijk met Groningen?
De eerste excuses zijn hier al gemaakt. Niet voor het slavernijverleden van Groningen, maar wel voor iets dat er alles mee te maken heeft. Het slavernijmonument dat in Groningen moet komen, is niet op tijd klaar.
Wethouder Manouska Molema (GroenLinks) moest vorige maand even door het stof, omdat de gemeente er niet in slaagt tijdig een herdenkingsplek aan te wijzen voor een slavernijmonument. Haar voorganger Glimina Chakor had de gemeenteraad toegezegd dat anderhalve eeuw na de afschaffing van de slavernij in Nederland en de toenmalige koloniën (Keti Koti 2023) een monument zou worden onthuld. Maar dat wordt waarschijnlijk een jaar later.
Inzichtelijk maken wat het stadsbestuur deed
De gemeenteraad wil de sporen van het verleden, en daarmee de gedeelde geschiedenis van alle Groningers, ongeacht afkomst, zichtbaarder en toegankelijker maken. Met een eventueel excuses in het achterhoofd, kreeg het college in 2021 reeds de opdracht om inzichtelijk te maken wat de rol van Groningen, en dan in het bijzonder het stadsbestuur, is geweest met betrekking tot slavernij in de overzeese gebieden waar de West-Indische Compagnie (WIC, 1671-1792) en de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC, 1602-1800) actief waren.
Weten we daar niet al het een en ander van? Ja. Musea, erfgoedinstellingen, culturele en educatieve organisaties uit Stad en de provincie besteedden er eerder dit jaar al veel aandacht aan, onder de titel Bitterzoet Erfgoed.
Maar we weten nog niet voldoende. Groningen had destijds een eigen afdeling van de WIC, de zogenoemde Kamer ter Stad en Lande. Compleet met scheepswerf aan de Noorderhaven. Over de betrokkenheid bij de VOC is minder bekend. Daar legt dit door de raad gevraagde onderzoek de nadruk op.
,,Er ligt natuurlijk al best wel wat aan informatie’’, zegt Jim Lo-A-Njoe, fractievoorzitter van D66 en initiatiefnemer van de motie, op de internationale dag voor de afschaffing van de slavernij (2 december is gericht op de strijd tegen de huidige slavernij, red.).
,,Er wordt vaak gezegd, dat slavernijverleden is iets van de Randstad, maar er zijn voldoende aanwijzingen voor Groningse betrokkenheid bij de slavenhandel. Het gaat ons specifiek om de rol die onze politiek-bestuurlijke voorlopers hebben gehad, destijds. De elitaire laag zat in de handel. Ook wel flink. Groningers hadden aandelen in plantages.’’
Geen ongemakkelijke niet-namens-mij discussie
De aanvankelijke verwachting was dat de resultaten van het onderzoek na de zomer van 2023 zouden worden opgeleverd. Toch blijft Jim Lo-A-Njoe hopen dat de resultaten er al liggen voor Keti Koti (30 juni en 1 juli), 150 jaar na het afschaffen van de slavernij in de oude Nederlandse koloniën.
,,Het zou een gemiste kans zijn om Keti Koti met een paar maanden te missen’’, zegt hij. ,,Hopelijk kan de raad nog net op tijd besluiten of excuses in Groningen op zijn plaats zijn.” Met Keti Koti worden slachtoffers herdacht en wordt het einde van de slavernij gevierd.
Het voornemen om excuses te maken, leidt niet zelden tot discussie. Wie biedt excuses aan? En namens wie? In Groningen hoeft dat niet ingewikkeld te zijn. ,,Om ongemakkelijke niet-namens-mij discussies te voorkomen: dit gaat over bestuurders’’, zegt Lo-A-Njoe. ,,Het gaat over onze voorgangers in het bestuur van Groningen en of wij namens hen excuses aanbieden.’’